Belg eet gemiddeld 53 kilo suiker per jaar: ‘Onze zoetekauw is historisch gegroeid’
nieuwsDe Belg consumeert gemiddeld 53 kilogram suiker per jaar. Dat komt neer op zo’n 145 gram per dag, of ongeveer 36 suikerklontjes. België behoort daarmee tot de grootste suikerconsumenten van Europa. Volgens voedingshistoricus Peter Scholliers ligt een deel van de verklaring niet alleen in onze huidige eetgewoonten, maar ook in het verleden. "Zoete spijs is deel van onze eetcultuur. Daaraan iets veranderen is erg, erg moeilijk."
De hoge suikerconsumptie staat in schril contrast met de huidige gezondheidsadviezen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) raadt aan om de inname van vrije suikers sterk te beperken: tot minder dan 10 procent van de dagelijkse energie-inname, met bijkomende gezondheidswinst wanneer dat aandeel onder 5 procent ligt. Voor veel volwassenen komt die strengere richtwaarde neer op ongeveer 25 gram per dag.
Een hoge inname van vrije suikers draagt onder meer bij aan overgewicht en tandbederf en past in een voedingspatroon dat het risico op metabole aandoeningen zoals type 2-diabetes kan verhogen. Toch blijft suiker stevig verankerd in het Belgische voedingspatroon.
Van luxeproduct naar dagelijkse kost
Volgens Peter Scholliers, emeritus professor aan de VUB en gespecialiseerd in de geschiedenis van voeding, is dat geen toeval. Suiker was eeuwenlang een luxeproduct dat slechts voor een kleine groep betaalbaar was. Rond 1830 consumeerde een Belg gemiddeld amper 3 kilogram suiker per jaar. Suiker was duur en kwam van ver. Het werd gebruikt in luxueus gebak en werd zelfs door geneesheren beschouwd als een middel tegen onder meer zwartgalligheid.
De doorbraak kwam in de negentiende eeuw met de opkomst van de suikerbiet. Daardoor werd suiker goedkoper en toegankelijker. Rond 1900 zorgden onder meer belastingverlagingen voor een verdere stijging van de consumptie. Na de Eerste Wereldoorlog werd suiker gemeengoed. "Zoete waar heeft altijd gebaad in een sfeer van luxe en beloning", schrijft Scholliers in een artikel bij het Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG). Toen suiker voor brede lagen van de bevolking betaalbaar werd en tegelijk bekend raakte als een goedkope bron van calorieën, veranderde ook de plaats ervan in de dagelijkse voeding.
Suikerpropaganda
Opvallend is dat suiker in de eerste helft van de twintigste eeuw niet als een voedingsprobleem werd beschouwd. Integendeel. Artsen, scheikundigen en overheden begonnen suiker actief te promoten. Suiker werd voorgesteld als een goedkope bron van energie die de werkkracht van arbeiders kon verhogen en kinderen kon helpen groeien. Er kwamen brochures, lezingen, tentoonstellingen en radioprogramma’s om het gebruik van suiker te stimuleren. Ook de suikerindustrie had uiteraard belang bij een hogere consumptie.
"Toen iedereen na 1920 suiker kon betalen, het geweten was dat suiker goedkope calorieën leverde en propaganda aanhoudend suiker promootte, was er geen houden meer aan", aldus Scholliers. De campagnes vielen samen met dalende suikerprijzen, een stijgende koopkracht en de opkomst van steeds meer industrieel geproduceerde voedingsmiddelen. Reclame maakte zoete producten bovendien aantrekkelijk voor een breed publiek.
Van ‘eet meer’ naar ‘eet minder’
Vanaf de jaren 1970 kantelde de boodschap. De gezondheidsrisico’s van een hoge suikerconsumptie kregen steeds meer aandacht. Tandbederf, overgewicht en diabetes maakten van suiker een voedingsmiddel waarvan de consumptie beter beperkt kon worden. Ook vandaag is de boodschap duidelijk: minder vrije suikers eten en drinken.
Maar dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Suiker zit immers niet alleen in de suikerpot. Het zit verwerkt in tal van voedingsmiddelen en dranken, terwijl zoetigheid tegelijk diep verankerd zit in onze eetgewoonten. Wafels, chocolade, gebak en andere zoete producten zijn niet alleen voedingsmiddelen, maar maken deel uit van tradities en momenten van verwenning.
Een erfenis die moeilijk verdwijnt
Volgens Scholliers speelt het verleden daarom een belangrijke rol in de huidige Belgische suikerconsumptie. De Belg heeft niet van de ene dag op de andere een voorkeur voor zoet ontwikkeld. Die voorkeur groeide mee met de beschikbaarheid, betaalbaarheid en promotie van suiker. "Slankheidsidealen en gezondheidswaarschuwingen counterden de hoge suikerconsumptie nu en dan, maar waren al bij al niet opgewassen tegen de Luikse wafels, chocolade, smoutebollen, frisdranken, tompouces, bier, yoghurt, muesli en meeneem-pizza", stelt hij. "Zoete spijs is deel van onze eetcultuur. Daaraan iets veranderen is erg, erg moeilijk."
Daarmee ligt volgens de voedingshistoricus ook een belangrijke verklaring voor de hardnekkigheid van onze hoge suikerconsumptie: de Belg heeft niet alleen een zoetekauw ontwikkeld, hij heeft die zoetekauw doorheen de geschiedenis aangeleerd. Voedingsadviezen kunnen veranderen, maar eetgewoonten die generaties lang zijn opgebouwd, veranderen veel trager.
Bron: CAG
Beeld: CAG