Agrocomplex goed voor 10 procent West-Vlaamse economie
nieuwsDe land- en tuinbouwsector in West-Vlaanderen is niet alleen voor zichzelf belangrijk, maar ook voor de tewerkstelling en de omzet van aanverwante sectoren. Dat blijkt uit een studie die het West-Vlaams Economisch Studiebureau (WES) uitvoerde in opdracht van het provinciebestuur.
Uit de resultaten blijkt dat het agrocomplex, of de samenhang van de land- en tuinbouwbedrijven met hun toeleveranciers en afnemers, goed is voor een tiende van de West-Vlaamse economie, met 46.000 arbeidsplaatsen. De resultaten zijn gebaseerd op de respons van circa 2.500 bedrijven uit diverse sectoren.
Het agrocomplex telt in West-Vlaanderen 15.256 bedrijven die 45.789 jobs creëren. Dat is 9,2 procent van alle arbeidsplaatsen in West-Vlaanderen. Het gaat zowel om jobs direct in de land- en tuinbouwsector als jobs die er indirect verband mee houden. De toegevoegde waarde van het West-Vlaamse agrocomplex wordt op 2,571 miljard euro geschat, en dit op een omzet van 8 miljard euro.
Ongeveer 40 procent wordt gegenereerd door bedrijven buiten de land- en tuinbouwsector. Het gaat vooral om de volgende sectoren: diensten voor bedrijfsondersteuning, voeding, metaal, bouw, handel, vervoer, bank- en verzekeringen en veterinaire diensten. De 4.700 bedrijven binnen het agrocomplex die niet tot land- en tuinbouw behoren, creëren volgens het WES ongeveer 25.000 landbouwgerelateerde jobs. 6,3 procent van hun omzet staat in relatie met de land- en tuinbouw.
"De land- en tuinbouw is belangrijk voor de West-Vlaamse economie", besluit gedeputeerde Bart Naeyaert (CD&V). "Dit is nu wetenschappelijk onderbouwd. De land- en tuinbouw blijken een basis te vormen voor sterke aanverwante activiteiten. Een aantal grote werkgevers in West-Vlaanderen is er zelfs uit ontstaan. Denk maar aan Case New Holland, Packo Inox en de hele diepvriesindustrie. Het beleid moet verder investeren in de wisselwerking tussen de verschillende landbouwgerelateerde sectoren om innovatie te stimuleren".
Het Huis van de Voeding in Roeselare is volgens Naeyaert een voorbeeld van de kruisbestuiving. "Als beleid moeten we ook zorgen dat de land- en tuinbouw verder kan groeien door de vele problemen waarmee de sector te kampen heeft, weg te werken. Dat kan onder meer via de bestaande en nieuwe provinciale onderzoekscentra", luidt het.
Volgens de onderzoekers is de omzet en de toegevoegde waarde van de land- en tuinbouwbedrijven de jongste 15 jaar niet gedaald ondanks de afname van het aantal bedrijven met 2 tot 3 procent. Opvallend daarbij is dat slechts 30 procent van de West-Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven zich specialiseert in één hoofdactiviteit.
Bron: Belga