Zin en onzin van de argumentenstrijd rond bio
nieuwsDe Gentse onderzoekers heranalyseerden de betrouwbaarste bestaande studies over bio en concluderen onder meer dat biolandbouw (voorlopig) niet kan beweren dat hij 'gezondere' producten oplevert dan conventionele landbouw en evenmin dat zijn producten 'veiliger' zijn. Die geladen woorden zwart op wit ontkennen, met veel wetenschappelijke ernst en geattesteerd door een rist professoren en onderzoekers, lijkt zoveel als de grond onder de bio vandaan halen. Bio voelt zich opnieuw in het hoekje geduwd, dat het allemaal een kwestie van geloof is, iets voor mensen die ook in de winter sandalen met sokken dragen en die yoga volgen.
Parlementslid Vera Dua (Groen), ooit minister van Landbouw en promotor van bio, liet woensdag in het Vlaams Parlement boos doorschemeren dat er een complot speelt, van de traditionele landbouw tegen de biosector. Zulke paranoia spreekt voor het grote ongeloof over de resultaten. In de biosector betwijfelt niemand dat bio 'gezonder' is. Alleen: wat heet 'gezond'? De paranoia is des te ironischer omdat de Vlaamse overheid de studie zelf had aangevraagd bij de Universiteit Gent, in de stille hoop dat ze de wetenschappelijke verwarring zou ophelderen en zou besluiten dat bio echt, in de taal van de harde chemie, onweerlegbaar 'gezonder' is.
Dan zouden het ministerie van Landbouw en VLAM niet meer flauw hoeven te doen met promotiecampagnes die bio aanpraten als 'verrassend', 'puur' of 'mijn natuur'. Dan zouden ze de bio voluit kunnen voortrekken. De studie was dus een kwestie van strategie. Het valt niet uit zoals gehoopt. Maar geen man overboord. "Nu dat wetenschappelijk argument er niet is, verandert onze positie niet", zegt Ann Theunissen van de cel Bio bij het ministerie van Landbouw. "Als overheid zijn we altijd voorzichtig geweest met gezondheidsclaims".
Met andere woorden: kunnen beweren dat bio 'gezonder' is, ware een fantastisch verkoopargument tegenover de boer en de consument, maar bio verliest zijn waarde niet als het dat niet kan beweren. Want bio komt niet zonder troeven uit de Gentse studie. Integendeel. Eigenlijk bevat die overzichtsstudie - vooral een statistische afweging van andere onderzoeksdata - een stevige reeks wetenschappelijke argumenten voor een pleidooi pro bio. De landbouw en het landbouwbeleid krijgen er valabele redenen om over te schakelen op bio.
De consument wordt in het biosegment weliswaar niet zo mooi bediend. Hij krijgt geen 'smoking gun' dat hij met bio meer vitamines eet. Maar hij krijgt de verzekering dat hij met bio beter zorg draagt voor het milieu. Enkele bezwaren tegen bio - zoals meer kwalijke schimmels op het bewaarde voedsel - worden bovendien onbevestigd verklaard. En voor de rest is het aan zijn gezond verstand, en de afweging van enkele cruciale 'gezondheidsvragen'.
Zoals die over pesticiden en de impact ervan. Eén zaak staat buiten kijf: bio doet het zonder chemie. En dus bevatten biogewassen globaal tot zeven keer minder residu's van pesticiden dan gewassen uit de gangbare landbouw. De studies zijn unaniem. Bio gebruikt wel enkele natuurlijke middelen, die soms erg giftig zijn voor sommige organismen. De effecten op lange termijn zijn nog niet goed onderzocht, maar ze worden minder intens gebruikt en laten veel minder residu's na. Geen chemische pesticiden blijft het belangrijkste argument van de consument om voor bio te kiezen, blijkt ook uit het consumentenonderzoek in de Gentse studie.
'Geen pesticiden' scoort voor de bioconsument nog beter dan 'milieuvriendelijker', 'gezonder' en 'betere kwaliteit'. De consument heeft het bij het rechte eind, hij is niet voorgelogen, neemt zijn wensen niet voor waarheid. Hij krijgt van bio wat hij wil. Maar is 'geen pesticiden' ook echt gezonder? Dat is een moeilijke kwestie voor de wetenschappers. Verzameld in het bureau van professor Guido Van Huylenbroeck, vakgroep Landbouweconomie, blijven ze even stil. Want ook de residu's die in de traditionele voeding zitten, blijven onder de strenge gezondheidsnormen die Vlaanderen, België en Europa opleggen én nauwkeurig en frequent controleren.
De traditionele landbouw is met andere woorden niet wetenschappelijk 'ongezonder'. "Negatieve gezondheidseffecten bij consumenten zijn nog nooit rechtstreeks gelinkt aan residu's van pesticiden op groente en fruit", zegt Sofie Vergucht van de vakgroep Gewasbescherming. "Studies over ziektes door pesticiden gaan hoofdzakelijk over boeren die onoordeelkundig spuiten". Aan de ongevaarlijkheid van toegelaten hoeveelheden residu's twijfelen zou neerkomen op twijfelen aan de hele voedselveiligheid. En daar is geen wetenschappelijke grond voor.
Neem een prei. In de gangbare landbouw wordt een preiplant in zijn zes maanden lange leven om de veertien dagen bespoten met een cocktail van pesticiden. Hij wordt dus (minstens) twaalf keer bespoten, met in totaal vijftien verschillende pesticiden. De studies tonen aan dat er van vijf pesticiden residu's achterblijven, onder de veilige norm. Dus veilig en 'gezond', of toch niet? "We weten niet echt wat pesticiden op lange termijn veroorzaken", geeft professor Jan Tytgat, toxicoloog aan de K.U.Leuven, toe. "Maar veel pesticiden zijn al vele jaren in gebruik, en we hebben geen enkele reden om te denken dat we slecht bezig zijn".
Toch steunt hij het streven naar minder pesticiden. Hij noemt dat een voorzorgprincipe. "Zo beschouwd is bio wellicht een beetje 'beter', want voorzichtiger", zegt Tytgat. Professor Nic Van Larebeke, (UGent) gespecialiseerd in kankerpreventie en in de kankerverwekkende eigenschappen van pesticiden, gaat verder. "Het is de aard van de moleculen van pesticiden om levende wezens te beschadigen. Er zijn goede redenen om te denken dat de concentraties van sommige pesticiden in sommige levensmiddelen inderdaad kunnen bijdragen tot het ontstaan van kanker. Maar over harde gegevens om dat echt te beweren, beschik ik niet".
Dat wil niet zeggen dat we er dan maar over moeten zwijgen, vindt Van Larebeke. "De houding tegenover beschavingsziekten die stelt dat we ons alleen moeten bezighouden met wat wetenschappelijk bewezen is, acht ik onwetenschappelijk. Sommige dingen, zoals de relatie tussen kanker en de consumptie van residu's, kun je niet op redelijke manier bewijzen. Je moet denken in termen van waarschijnlijkheid".
"We weten dat sommige pesticiden kankerverwekkend zijn", gaat Van Larebeke verder. "We weten dat wie er meer aan blootgesteld wordt, meer kans op kanker heeft. We weten dat sommige stoffen bij extreem lage dosissen efficiënter werken. Op sommige van die stoffen rust dus een kwalijke verdenking. Je hoort mij niet zeggen dat we alle pesticiden moeten bannen. Maar we moeten de blootstelling aan pesticiden verminderen. Dat is zeker voor mij. Dat is meer dan alleen voorzorg. Het is een vorm van hygiëne". Biogroenten en -fruit zijn in die optiek 'hygiënischer'. 'Gezond' is dus een rekbaar begrip, besluit De Standaard.(KS)
Meer informatie: Project "Meerwaarde bio?"