Pulskorvisserij door Nederland krijgt politiek staartje
nieuwsMinister-president Kris Peeters begrijpt dat de Vlaamse vissers zich zorgen maken omdat hun Nederlandse collega’s de pulskor massaal inzetten. De Nederlandse vloot beschikt over 42 pulslicenties. Hoewel ILVO de techniek mee ontwikkelde, hanteert Vlaanderen het voorzorgsbeginsel. Nederland wil het aantal toepassingen van de pulskor daarentegen verdubbelen, ook al zit de vistechniek nog steeds in een experimentele fase.
De ongerustheid van de Vlaamse vissers was voor N-VA-parlementslid Danielle Godderis-T’Jonck (N-VA) het sein om bevoegd minister Kris Peeters om een reactie te vragen op de grootschalige manier waarop de Nederlandse vloot de pulskortechniek toepast in de Noordzee. Pulskorvisserij houdt in dat de garnalen en vissen na een kleine elektrische ontlading recht in het net springen. Hiervoor moet de bodem niet worden beroerd. Op dat vlak is de pulstechniek dan ook duurzamer dan de boomkor. Recente experimenten van ILVO in Nederland hebben aangetoond dat ook de teruggooi met 50 tot 75 procent daalt en het brandstofverbruik aanzienlijk vermindert.
Uit een antwoord van Peeters op een oudere schriftelijke vraag van haar herinnert Godderis-T’Jonck zich dat Vlaanderen eerst wil nagaan wat de impact is van de experimentele techniek op het ecologisch systeem alvorens meer vaartuigen de toelating te geven om te investeren in pulskorvisserij. Net daarom werden twee vergunningen verleend in het kader van een proefproject. De Nederlandse vloot beschikt reeds over 39 pulslicenties voor platvis en drie voor garnaal en zou nog een even groot aantal nieuwe licenties verwerven.
“Wij introduceren de techniek voorzichtig en begeleiden dit wetenschappelijk. Daarom, en ook omdat de sector daar vragen bij heeft, hebben wij nog niet zo veel licenties uitgereikt. In Nederland deelt men met een zekere gulheid licenties uit. Het gevolg is dat er vragen worden gesteld bij het quotum, zeker het tongquotum”, vertelt Peeters. Nederlandse vissers, wetenschappers en beleidsmensen zijn zich volgens de minister-president wel degelijk bewust van de problematiek. “Vanuit de Europese Commissie verwacht ik een argumentatie voor de grote uitbreiding van een experimentele vistechniek door Nederland. Het lijkt me logisch dat dit enkel kan met een degelijke wetenschappelijke onderbouwing en indien dit past in een globalere visie.”
Samen met zijn Nederlandse collega gaat Peeters de problematiek aankaarten op de eerstvolgende Europese Landbouwraad. Hij vertrouwt erop dat dit in een goede verstandhouding met Nederland uitgeklaard kan worden.