"Meer investeringskredieten in eerste helft 2009"
nieuwsDe vertrouwensindex die het Landbouwkrediet jaarlijks opstelt voor de agrarische sector is diep weggezakt. Luc Versele, de voorzitter van het directiecomité van Landbouwkrediet, noemt de huidige crisis “zeer zorgwekkend”. Maar het geloof in de veerkracht van de Vlaamse land- en tuinbouw blijft onaangetast, verzekert de topbankier in een gesprek met VILT.
Tot voor kort praatten sommige bankiers liever over een ‘laagconjunctuur’ dan over een ‘crisis’ om de toestand in de Vlaamse land- en tuinbouwsector te omschrijven. Welke terminologie verkiest u op basis van uw eigen vertrouwensindex?
Luc Versele: Er is toch wel meer aan de hand dan een ordinaire laagconjunctuur. De schade in de land- en tuinbouw is natuurlijk niet vergelijkbaar met de ravage die de financiële crisis aangericht heeft in de bankwereld. Nooit eerder geziene steunmaatregelen hebben onze economie moeten redden. Maar anderzijds besef ik dat ook de problemen bij boeren en tuinders niet geminimaliseerd mogen worden. Er is bijna geen enkele agrarische deelsector die vandaag aan de malaise ontsnapt, en dat is toch zeer uitzonderlijk. Dat de recessie bovendien samenvalt met de ontmanteling van het Europese landbouwbeleid, wakkert de onrust onder de boeren alleen maar aan.
Wat was uw eerste gedachte toen u de resultaten van de vertrouwensindex onder ogen kreeg?
De voorbije jaren is de landbouw erin geslaagd om zijn negatief imago op te poetsen. We mogen ons gelukkig prijzen dat de sector niet langer in vraag gesteld wordt door de brede maatschappij. Helaas is rond de prijsvorming een nieuwe crisis ontstaan die in het inkomen van de landbouwers snijdt. Wie vandaag een landbouwbedrijf exploiteert, is doorgaans heel professioneel bezig met zijn vak. Als zulke mensen hun activiteiten stopzetten om op straat te komen, wijst dit op fameuze problemen. We moeten waakzaam zijn.
Uit de vertrouwensindex blijkt dat 36 procent van de Vlaamse landbouwers met liquiditeitsproblemen kampt. Hoe gaat u daar als kredietinstelling mee om?
Uit ervaring weten we dat de landbouw een cyclische activiteit is: na een dal in de rendabiliteit van de bedrijven volgt meestal een periode met hogere rendementen die de geboekte verliezen bij de meeste bedrijven kunnen wegwerken. Anderzijds maak ik me op dit ogenblik toch zorgen over de liquiditeit. Boeren maken immers niet alleen schulden bij hun bank maar ook bij hun leveranciers, en daar hebben we geen zicht op. Maar onze experts volgen de ontwikkelingen op de voet, in nauw overleg met onze klanten.
Het Landbouwkrediet heeft de voorbije jaren haar activiteiten flink gediversifieerd. Op die manier wapent u zich tegen een zware crisis in de landbouw.
Onze strategie heeft helemaal niet tot doel om de landbouwsector de rug toe te keren. Integendeel, door nieuwe activiteiten aan te boren vergaren we middelen om de agrarische sector te blijven steunen. In Vlaanderen hebben we een marktaandeel van 25 procent, in Wallonië is dat zelfs 50 procent. De landbouwsector blijft het kloppend hart van het Landbouwkrediet. Het is dat wat ons onderscheidt van andere banken, en dat is ook de reden waarom we als standalone bank kunnen doorgaan. We keuren trouwens nog altijd veel makkelijker dossiers goed in de land- en tuinbouw dan in andere sectoren, maar ze moeten uiteraard een toekomstperspectief hebben en duurzaam rendabel blijken.
In Wallonië daalde de vertrouwensindex het voorbije jaar van 48 naar 31. In het zuiden van het land lijkt de crisis nog harder toe te slaan onder de boeren. Wat is daar aan de hand?
De Waalse landbouw draait rond de productie van rundvlees, melk, suiker en graan. Dat zijn stuk voor stuk sectoren die vroeger sterk afgeschermd werden door het Europees landbouwbeleid, maar momenteel de grillen van de vrije markt aan den lijve ondervinden. Er is dus een stuk perceptie mee gemoeid. Uit onze cijfers blijkt ook dat de investeringen bij de Waalse boeren in 2007 en 2008 nog behoorlijk standhielden, maar sinds begin dit jaar is er sprake van een substantiële daling. Na alle financiële reserves opgebruikt te hebben, verklaart 17 procent van de Waalse landbouwers dat ze niet meer in staat zijn de schulden af te betalen.
Zelfs zeer gezonde bedrijven zouden het tijdens deze crisis zwaar te verduren krijgen. Merkt u dat in uw klantenportefeuille?
Er zijn geen goede of slechte sectoren, maar wel goede en minder goed geleide landbouwbedrijven. Gelukkig scoort het doorsnee bedrijf in Vlaanderen goed op het vlak van rendement, innovatie en technologie, maar ook de betere ondernemingen ontsnappen natuurlijk niet aan de crisis. Uiteindelijk zijn ze maar een schakel die deels afhankelijk is van hetgeen in de rest van de ketting gebeurt. Vroegere zekerheden komen nu plots op losse schroeven te staan, ook al omdat we een exportlandbouw hebben. Zolang de economie niet heropleeft in Rusland, dreigt de prijsvorming van onze appelen en peren een zorgenkind te worden. En wat de algemene economische vooruitzichten betreft, ben ik niet zo optimistisch voor de rest van het jaar, en zelfs niet voor 2010.
Hoe zit het met de investeringen van de Vlaamse land- en tuinbouwers in deze moeilijke tijden?
In Vlaanderen hebben we de investeringskredieten in de eerste helft van dit jaar vreemd genoeg zien stijgen, terwijl 2008 al een topjaar was. We zijn ervan overtuigd dat we wat marktaandeel gewonnen hebben, maar het is ook duidelijk dat onze agrarische bedrijfsleiders zich volop voorbereiden op de periode na de crisis. Melkveehouders investeren met het oog op de afschaffing van de quota, glastuinders schrikken er niet voor terug om alternatieve slasoorten te kweken in gotensystemen, enzovoort. Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds is een belangrijke motor voor al die investeringen.
Zijn de kredieten bij het Landbouwkrediet de voorbije maanden duurder geworden?
Wij zijn altijd voorstander geweest van een orthodox beleid, waarbij banken kredieten verstrekken aan rendabele voorwaarden. De voorbije jaren werden de klanten in de banksector in het algemeen veel te veel verwend, de oorlog werd gevoerd op het vlak van marktaanddelen op de kredieten, niet op die van de spaartegoeden. Daar is de laatste tijd duidelijk verandering in opgetreden.
Gaat die redenering ook op voor de Vlaamse boeren en tuinders?
Onze marges zijn nauwelijks gewijzigd, ook al omdat ze de voorbije jaren al kleiner geworden waren door een aantal wijzigingen in het VLIF-beleid. Momenteel zijn de voorwaarden voor landbouwers vergelijkbaar met die in andere ondernemingssectoren. De provisies voor slechte kredieten liggen in de agrarische sector wel onder het gemiddelde, al moeten we ook voor boeren en tuinders de voorbije maanden wat meer bufferen.
Marktleider KBC heeft de voorbije maanden klappen gekregen. Kunnen jullie daarvan profiteren op de landbouwmarkt?
We kijken niet met leedvermaak naar onze collega’s, integendeel. Alleen dit: we zijn zeer tevreden dat de overheid de financiële sector in ons land overeind gehouden heeft, maar anderzijds mag die tussenkomst niet leiden tot marktverstoring en concurrentievervalsing. Ik denk trouwens niet dat KBC zoveel klanten verloren heeft in de land- en tuinbouwsector. Anderzijds merken we dat stroomopwaarts en stroomafwaarts steeds meer bedrijven bij ons over de vloer komen. We worden voortaan ernstig genomen, en dat levert ons grote dossiers op. Bijvoorbeeld van veilingen.
Wat moet Kris Peeters doen om de gevolgen van de crisis in de land- en tuinbouwsector te verzachten?
Het is niet aan mij om te zeggen wat de minister-president moet doen. We moeten gewoon elk op ons terrein het maximale presteren voor onze land- en tuinbouw. Als we geroepen worden om samen met andere betrokken partijen, zoals de politici, de administratie en de belangengroepen, de koppen bij elkaar te steken, zullen we niet neen zeggen. Zo’n rondetafel kan best nuttig zijn.
Bent u optimistisch over de toekomst?
Belangrijk is dat er niks structureel fout is aan onze land- en tuinbouw. Van zodra de prijzen zich zullen herstellen, zal de Belgische land- en tuinbouw heropleven. Op het vlak van kwaliteit, afzetstrategie, productiekost en arbeidsorganisatie kunnen we probleemloos de toets met onze buurlanden doorstaan. De kostenstructuur van de Vlaamse melkveehouders is beter dan die van hun Nederlandse collega’s, hé. Dat is erg belangrijk op middellange en lange termijn. Het valt me trouwens op dat boeren nog altijd bereid zijn om de eigen arbeid niet of onvoldoende te verrekenen in hun boekhouding. Ik spreek hier geen waardeoordeel over uit, maar het is wel een reden waarom de meeste boeren er vroeg of laat weer bovenop komen.