Masaï schieten luipaarden om eigen vee te beschermen
nieuwsOpen vlaktes. Wuivend gras. Een kudde impala's graast, hun oren draaien constant, speurend naar geluiden van opwinding of de stappen van een jagende canivoor. Het beeld van de Afrikaanse natuur is wereldberoemd. Het schouwspel van jager en gejaagde, van brute kracht om te overleven, van vreedzaamheid en het pure instinct om te overleven werkt al meer dan een eeuw als een magneet op toeristen die willen ruiken aan wat elders ter wereld is verdwenen.
Een van Afrika's bekendste parken is de Masaï Mara, in het zuidwesten van Kenia. Hier heeft elk jaar in augustus de sensationele "grote trek" plaats van miljoenen gnoes en zebra's, van de graasvelden van het Tanzaniaanse Serengeti naar het Keniaanse Masaï Mara. Op hun trek naar vers gras waden zij door een rivier die is vergeven van krokodillen die wachten op hun menu à la carte.
De Masaï Mara is eigendom van de Masaï die in het gebied wonen. Zij krijgen een deel van de opbrengst van de entreeprijs en zij verkopen hun sieraden aan toeristen. Sommigen werken als gids of als ober in de lodges en hotels die prijzen vragen tot soms honderden dollars per persoon per nacht. De Masaï overleven door hun oude levensstijl te combineren met de inkomsten uit het toerisme. Zij trekken nog steeds met hun koeien en geiten over weidegronden die formeel van niemand zijn, maar waar alleen de Masaï hun toevlucht mogen nemen. Het gebied van de Mara laten zij voor wat het is. Daar leeft het wild.
Tot voor kort kwam dit samenspel ten goede van alles en iedereen. Het wild had zijn eigen reservaat waar alleen dieren op elkaar jaagden. De Masaï hadden hun weidegronden waar het wild alleen bij tijd en wijle een geit of een koe te grazen nam, en de veehouders een vergoeding kregen voor hun verlies. Maar de stroom bezoekers aan het park is opgedroogd. Vorig jaar nog bezochten 300.000 mensen de Mara. In de eerste maanden van dit jaar zijn de opbrengsten van entreekaartjes met 80 procent afgenomen.
Het instorten van het toerisme raakt het hele land. Kenia verdiende in 2007 nog een miljard dollar aan buitenlandse bezoekers. Daarmee was het de belangrijkste bron van deviezen voor het land, gevolgd door de export van koffie en thee. Het politieke geweld na verkiezingen eind december vorig jaar heeft het toerisme aan het Oost-Afrikaanse land op de rand van de afgrond gebracht. Beelden van mensen met hakmessen en brandende kerken stonden in schril contrast met de rauwe vrede van de wildparken en het luie comfort van strandstoelen.
De Masaï voelen de gevolgen van het ingestorte toerisme rechtstreeks in hun geldbuidel. Hotels en lodges hebben hun deuren moeten sluiten. Een fonds dat de veehouders schadeloos stelde in het geval een luipaard of leeuw beesten had verslonden is op non-actief gesteld, bij gebrek aan inkomsten. Sieraden zijn aan de straatstenen niet kwijt te raken. Parkwachters zijn op non-actief gesteld en nachtpatrouilles afgeschaft. "Het einde van natuurbescherming dreigt in deze regio tenzij iemand ons in leven kan houden", zegt Will Deed, natuurbeschermer.
Veehouders rond de Masaï Mara voelen zich genoodzaakt de wapens ter hand te nemen om luipaarden, leeuwen en jachtluipaarden af te schieten om zo hun eigen vee te beschermen. Bij gebrek aan fondsen krijgen zij niet langer compensatie voor verloren vee. Sommige Masaï nemen dat verlies voor lief zo lang zij dat kunnen, uit het besef dat het afschieten van wilde katten nú funest zal zijn voor de toekomst van het ecotoerisme. Voor anderen is het verlies van één koe al een te gevoelige klap.
"Als je één koe kwijt raakt, kun je gaan aftellen tot je sterfdag komt", zegt Konchellah Ololmaneie. Van zijn tachtig geiten verloor hij er in één week tijd al zes aan de muil van een luipaard. "Je koe is je bank". Het Masaï Fonds was lange tijd de verzekering van die bank, maar met het wegvallen van dat fonds voelen steeds meer Masaï zich genoodzaakt om de rovers van hun wandelende kapitaal gewapenderhand te verjagen. Het zacht wuivende gras in de Masaï Mara dreigt er nog stiller door te worden dan het al is. De oren van de impala zullen zoeken en luisteren, maar niets meer horen.(KS)
Lees ook: geVILT: Afrikaanse boer toch geen vogel voor de kat