Lidstaten doen te zeer elk hun ding met EU-biowetgeving
nieuwsIn opdracht van de Europese Commissie heeft het Thünen Institute, zeg maar het ILVO van Duitsland, de huidige regels rond biologische voeding onder de loep genomen. Over de EU-verordeningen (bijna) niets dan goed, maar de implementatie ervan is naar verluidt te verschillend van lidstaat tot lidstaat. Met de feedback van het onderzoeksinstituut gaat de Commissie de door haar geplande hervorming van de biowetgeving op punt stellen.
De Europese reglementering voor de biologische landbouw staat beschreven in een handvol verordeningen. Samen vormen zij de wettelijke basis voor de productievoorschriften van bio, de etikettering van bioproducten, de in- en uitvoer van biovoeding, de controle op de biologische keten, enz.
De Commissie wil sleutelen aan dit wetgevend kader. Daarom huurde zij de expertise in van het Thünen Institute voor een evaluatie. Het voornaamste probleem dat hierdoor aan het licht komt, is de verschillende implementatie van de verordeningen door de lidstaten. Zij gaan bijvoorbeeld anders om met (de straffen op) overtredingen op de regels voor biologische productie.
Nog volgens de Duitse onderzoekers wordt er te weinig risicogericht gecontroleerd in de biologische keten. De variatie in de testen op niet-geoorloofde residuen in bioproducten is ook te groot. Bij de herziening van de wetgeving zou bovendien het tekort aan toezicht op de controle-instanties van (een aantal) lidstaten aangepakt moeten worden.
In het kader van deze evaluatie werd gepeild naar de bekendheid van het Europese logo voor bioproducten. Het met sterren gestileerde blad tegen een groene achtergrond wordt sinds 2010 gebruikt om de zichtbaarheid van biovoeding in supermarkten in gans de EU te verhogen. Met beperkt succes, zo blijkt, want door het ontbreken van de term bio - of iets van die strekking - kon amper een kwart van de deelnemers zeggen waar het logo voor staat.
Toch heeft de EU de wetgeving voor biologische productie in grote lijnen wel goed voor elkaar, oordeelt het Thünen Institute. "Om vooruitgang te boeken, is het belangrijk om te blijven werken aan een gemeenschappelijk begrip van de doelstellingen en beginselen van de biologische landbouw op Europees niveau", besluit Sanders Jürn van Thünen Institute, die de evaluatie heeft geleid.
De sector staat zelf trouwens niet te popelen voor een diepgaande hervorming. BioForum, de ketenorganisatie voor biologische landbouw en voeding in ons land, schaart zich achter het standpunt van IFOAM en van de Europese biologische sector dat een volledig nieuw wetgevingsproces - dat jaren in beslag gaat nemen - niet nodig is.
In de voorstellen die IFOAM EU overmaakte aan de Commissie staat dat een aantal gerichte verbeteringen een beter idee zijn. Het gaat om verbeteringen op het vlak van certificering en controle (meer verantwoordelijkheden voor bedrijven om een goed kwaliteitssysteem te implementeren en toezicht daarop door certificeringsinstanties), op aspecten als eerlijke handel en duurzaamheidsprestaties voor handel en verwerking. Uitzonderingsregels die nu voor elke lidstaat apart worden vastgelegd, moeten regelmatig worden geëvalueerd.
Meer info: Thünen Institute