Landbouw gebruikt minder water, energie en kunstmest
nieuwsEen nieuw rapport van het Departement Landbouw en Visserij toont aan dat de Vlaamse land- en tuinbouw in 2011 meer gewasbescherming maar minder energie, water en kunstmest gebruikte dan in 2010. Het verdwijnen van glastuinbouwbedrijven verklaart het lagere energie- en waterverbruik voor een stuk. Hoge kunstmestprijzen, het mestactieplan en een teeltverschuiving van graan naar silomaïs drukken het kunstmestgebruik.
Het Departement Landbouw en Visserij volgt al meerdere jaren het gebruik van energie, gewasbescherming, water en kunstmest in land- en tuinbouw op, via het Landbouwmonitoringsnetwerk (LMN). De resultaten voor 2011 zijn verkregen door extrapolatie van de steekproefresultaten van het LMN naar de landbouwtelling uitgevoerd door de FOD Economie. De berekening van het energiegebruik gebeurt in samenwerking met onderzoeksinstelling VITO.
Het netto energiegebruik door de landbouw zakt in 2011 tot 25 Peta Joule. De verklaring voor die daling zoekt de landbouwadministratie bij de zachte winter, minder glastuinbouwbedrijven en een nieuwe manier van gegevensverzameling door de FOD Economie. Bovendien is de landbouw door de opkomst van warmte-krachtkoppelingsinstallaties (WKK’s) en zonnepanelen een aanzienlijke energieproducent geworden, wat eveneens in rekening gebracht wordt.
Het watergebruik in de land- en tuinbouw daalt in 2011 onder 52 miljoen m³, “ondanks het feit dat 2011 beduidend warmer en droger was dan 2010”, zetten de onderzoekers in de verf. Ook hier speelt het dalend aantal glastuinbouwbedrijven een rol, maar ook verbeterde technieken zoals verdere optimalisatie van recirculatie van het drainwater.
Het kunstmestgebruik wordt in 2011 geraamd op 71,7 miljoen kg stikstof en bijna 2,5 miljoen kg fosfor. Het mestactieplan (MAP) maar zeker ook de kunstmestprijzen hebben een zichtbaar effect op het gebruik. De afname gaat gepaard met een aanzienlijke gewasverschuiving. In 2011 werd minder graan en meer voedermaïs geteeld, waar de landbouwers dierlijke mest op kwijt kunnen.
In 2011 gebruikte de Vlaamse landbouw 2,7 miljoen kg actieve stof aan gewasbescherming. Het hogere herbicidengebruik komt door de zachte winter zodat de akkers meer bezaaid waren met onkruid en door de gewasverschuiving van graan naar voedermaïs. Fungiciden zijn nog altijd de grootste groep (43%), en insecticiden de kleinste (8%) maar wel meest toxische voor niet-doelorganismen. De helft van de actieve stof van de gewasbeschermingsmiddelen is bestemd voor de aardappel- en fruitteelt.
Meer info: Departement Landbouw en Visserij