Eén landbouwbedrijf op zeven kiest voor verbreding
nieuwsIn de studie van de landbouwadministratie werden vier groepen verbrede landbouw geïdentificeerd. Een eerste groep kiest voor verbreding via sociaal-toeristische activiteiten. Het gaat bijvoorbeeld om hoevetoerisme, dagrecreatie en -educatie en sociale activiteiten zoals zorgboerderijen. Daarnaast is er de groep die milieu, natuur en landschap integreert in de bedrijfsvoering. Een derde categorie besteedt productiefactoren zoals grond, gebouwen en machines uit aan derden. Tot slot zijn er land- en tuinbouwers die aan verbreding doen door de productie en afzet van landbouwproducten of -diensten. Denk aan hoeveproducten, energie en nieuwe consumptiegoederen.
De studie peilde ook naar het gemiddeld profiel van de bedrijfsleiders die aan verbreding doen. Verbreders runnen een middelgroot bedrijf en hebben een hoger opleidingsniveau dan niet-verbreders. De leeftijdscategorieën onder de 35 en boven de 55 jaar zijn ondervertegenwoordigd bij de verbreders. Hetzelfde geldt voor de tuinbouwsector als geheel. In verhouding kiezen biologische bedrijven vaker voor verbreding. Verder zijn de nabijheid van een stad en de groeiende vrijetijdssector drijvende krachten om nevenactiviteiten op te starten.
Vooral het aantal bedrijven met sociaal-toeristische activiteiten is sterk toegenomen sinds 2000. "Dat kan ook niet anders, gezien de maatregelen voor hoevetoerisme, hoeveverwerking en zorgboerderijen die in het verleden genomen werden", aldus minister Peeters. Veruit de grootste categorie wordt nochtans gevormd door de 3.061 landbouwers die aan natuur- of landschapsbeheer doen. Over het niveau van inkomen dat uit de nevenactiviteiten gehaald wordt, zijn geen gegevens beschikbaar.
Het totaal aantal landbouwers dat aan verbreding doet, is volgens de studie lager dan uit eerdere onderzoeken in de Brusselse rand en in West-Vlaanderen bleek. In die regio's heeft respectievelijk 42 en 18 procent van de landbouwers minstens één nevenactiviteit. Volgens de landbouwadministratie ligt het verschil voornamelijk in het feit dat in de nieuwe studie activiteiten zoals natuurbeheer zonder subsidies en gesubsidieerde milieumaatregelen die gericht zijn op het verlagen van de interne milieudruk in de landbouw niet in rekening gebracht worden.(KS)
Meer informatie: Toestandsrapport voor verbrede landbouw