Devisch: Kleinschaligheid is armoede
nieuwsOpdracht volbracht? Noël Devisch: Eigenlijk vind ik het echt jammer dat ik nu moet stoppen. Ik deed het zeer graag. Gelukkig kan ik op een moment vertrekken dat de sfeer rond de landbouw toch merkelijk aan het beteren is. De boeren zien het weer zitten, er wordt opnieuw zwaar geïnvesteerd in de sector, het imago van de landbouw is flink verbeterd. Landbouw is sexy, niet? Met de stijgende voedingsprijzen zal de landbouw niet alleen sexy, maar ook rendabel én gewaardeerd worden. (lacht)
Pas als iets duur is, wordt het gewaardeerd? Absoluut. Iets goedkoop moet de consument niet hebben, dan is voedsel plots niet belangrijk. Ik word nu dikwijls aangesproken over de hoge voedselprijzen. Ik druk de mensen dan altijd op het hart dat duurder voedsel niet betekent dat de boeren aan de vetpotten zitten. Dat is niet zo. De prijs die de consument betaalt voor voedsel is niet de prijs die de boer krijgt. De distributiesector neemt ook haar marges.
Zit er nog toekomst in de landbouw? Meer dan ooit. De jonge boeren zijn erg enthousiast: ze investeren en nemen bedrijven over. We zullen een verdere verbreding zien in de sector. Nog meer landbouwbedrijven zullen kiezen voor nevenactiviteiten zoals thuisverkoop, zorg op de boerderij en hoevetoerisme. Daarnaast zal er nog een verdere schaalvergroting komen. Wie melk produceert, zal nog meer melk produceren. Op die manier zal de dynamiek in de landbouw aangezwengeld worden.
Maar u kent de kritiek: moet het allemaal wel groter? Is Vlaanderen er niet te klein voor? Kleinschaligheid is armoede. Daar ben ik echt van overtuigd. Kleinschaligheid is een slechte boodschap die we niet mogen promoten. Ja, kleinschaligheid is goed voor de toerist die komt kijken op een boerderij. Maar niet voor een boer die zijn brood moet verdienen. Kijk, als je maar 25.000 euro produceert, kan je er geen 25.000 verdienen hé. Dan beland je in de armoede. Je moet voldoende produceren: ofwel door van één product veel te produceren, ofwel door verschillende activiteiten uit te bouwen. En ach, vergeleken met elders in Europa is er hier in Vlaanderen geen grootschaligheid in de landbouw. Een bedrijf met 100 koeien lijkt misschien groot, maar dat is het niet. Dat kan één gezin rustig de baas. Neen, ik kan het niet genoeg benadrukken: ik ben voor groei en voor investeringen in technologie die het eerste makkelijker maken. Anders kunnen we de groeiende wereldwijde concurrentie niet de baas.
Die grootschaligheid is toch een drama voor het milieu? Net niet. Het zijn niet onze zogenaamde 'grote' bedrijven die met milieuproblemen kampen, wel de kleinere. Een groot bedrijf heeft veel meer armslag om te investeren in milieuzorg, maar ook om andere normen na te leven. Denk maar aan dierenwelzijn, hygiëne en voedselveiligheid.
Uw geloof in de toekomst in de landbouw is groot. Maar blijkbaar dat van de banken niet. Waarom heeft Boerenbond anders onlangs zelf het Agri Investment Fund opgericht - startkapitaal 1 miljoen euro - om in innoverende projecten te investeren en in lacunes in de landbouw die onvoldoende worden opgepikt door de markt? Ach, klassieke investeerders willen graag op korte termijn rendement. Dat hoeft voor ons fonds niet. Als we bijvoorbeeld willen investeren in onderzoek naar nieuwe appelrassen, dan weten we dat je 5 tot 10 jaar moet wachten vooraleer je weet of er echt een nieuw ras is. Ik vind dat niet erg. Want als uit zo'n onderzoek iets komt, dan is dat onmiddellijk goed voor de hele sector. Dat investeringsfonds ligt me na aan het hart. Daarom blijf ik er nog twee jaar voorzitter van. Ik wil die kar trekken.
Moet je uit een landbouwgezin komen om voorzitter van de Boerenbond te zijn? Het helpt, maar het is niet nodig. Sommigen van mijn voorgangers kwamen niet uit de boerenstiel. Je moet natuurlijk wel affiniteit hebben met de boeren. Ik heb de boerenmentaliteit meegekregen van thuis. Dan klikt het al snel met de landbouwers. 'Hij weet waarover we het hebben, we zullen het eens snel zeggen aan onze Noël', zie ik ze denken.
U verwijst naar de boerenmentaliteit. In een interview met De Tijd riep Karel Vinck, Umicore-topman en trekker van het toekomstplan 'Vlaanderen in Actie', de Vlamingen op de boerenmentaliteit te laten varen. Hij associeerde die met de 'onder-de-kerktoren-mentaliteit'. Dat heeft me erg geraakt. Zo'n beeld stoort me. Net als de echtgenote van Herman De Croo die mensen zonder manieren associeerde met boeren. Ik heb ze onmiddellijk een kwade brief geschreven. (opgewonden) Je moet eens de dynamiek zien in onze landbouw! De grootste productiviteitsstijging gebeurt in de landbouw, niet in de elektronica of in de informatica. Boeren zijn ondernemers pur sang. Er is geen enkel vak dat zo moeilijk is als land- of tuinbouwer. Je moet manager en investeerder zijn, maar ook handenarbeid doen. Je moet rekening houden met het klimaat, dierenziektes en de verplichtingen van de overheid - ik weet niet wat het ergste is. (lacht) Land- en tuinbouwers gaan heus verder dan hun dorp hoor. Vorige week was er de verkiezing van Piet Vanthemsche als mijn opvolger. Wel, een van onze actieve landbouwers in het hoofdbestuur was net op tijd terug van Zuid-Afrika waar hij nieuwe evoluties in de fruitteelt was gaan prospecteren. Toch veelzeggend niet? Nog te veel mensen associëren de landbouwstiel met taferelen uit hun jeugd. Tja, zo'n vergelijking is al lang voorbijgestreefd. Ook in de land- en tuinbouw zijn er bedrijven met 50 personeelsleden, net als in andere grotere kmo's.
Ligt het ook niet aan de boeren zelf om de 'gewone' Vlaming diets te maken dat de landbouw mee met z'n tijd is? Dat proberen we echt wel, hoor. De boer is door opendeurdagen en tv-programma's als 'Boer zoekt vrouw' al 'de sympathieke gast'. Nu komt het er nog op aan de mensen duidelijk te maken dat de boer ook een echte ondernemer, een kmo'er is.
Boerenbond haalde u 19 jaar geleden weg bij de Europese Commissie. Heeft u als voorzitter van Boerenbond Europa anders leren kennen? Ik ervaarde snel hoe theoretisch Europa soms bezig is. In de praktijk blijken heel wat van die mooie Europese regels helemaal niet zo makkelijk om te zetten. We hadden als landbouworganisatie veel eerder onze stem moeten laten horen bij het tot stand komen van Europese milieurichtlijnen. Die werden al te lang gestuurd door milieujongens, boven onze hoofden. Weet u wat me opvalt? Belgen zitten het dichtst bij het Europese machtscentrum, maar duiken er het minst op. Als ik Ierse collega's tegenkom, zijn die altijd wel op weg naar een of andere Europees Commissielid. Die hebben ongelooflijke contacten. Die informeren mij over wat er in Europa omgaat, echt waar! En die magere interesse dateert al van jaren terug. Toen ik bij de Europese Commissie werkte, kwam iedereen over de vloer, behalve Belgen. Onlangs hebben we een bureau van Boerenbond in Brussel geopend van waaruit onze expert nauwe contacten onderhoudt met de Europese Commissie en het Europees parlement.
Hoe komt dat die magere interesse voor Europa? Ik kan het niet uitleggen. Ik ben echt een Europeaan, heb voor een Iers en een Nederlands Commissielid gewerkt. Na zovele jaren zie ik mijn collega's van destijds nog altijd. Ik vind Europa zo belangrijk. Woedend ben ik op staatshoofden die met een rekenmachientje zitten uit te rekenen hoeveel Europa hen kost en opbrengt. Willen die wel een Europees project? Ik snap niet dat zo weinig politici eens zeggen wat goed is aan Europa. Waar zouden we staan met onze land- en tuinbouw als er nog Belgische buitengrenzen zouden zijn? Heel veel van de welvaart in onze landbouw hebben we aan Europa te danken. Maar ook al die andere dingen: we eten Italiaans alsof we in Toscane zitten, we betalen overal met de euro en we reizen vrij rond.
Bij de uitbreiding van Europa reageerden jullie nochtans afwijzend, herinner ik me. Klopt, we vreesden dat we overspoeld zouden worden door landbouwproducten uit Oost-Europa. Maar ik moet toegeven dat die vrees onterecht was. De uitbreiding is een zegen. Want wat zien we? We exporteren veel meer naar die landen dan zij naar hier. En trouwens, het aantal boeren in de EU is na de uitbreiding meer dan verdubbeld. Dat versterkt onze kracht natuurlijk.
Blijft de kritiek dat het landbouwbeleid zo duur is. Dit jaar besteedt de Europese Commissie 53 miljard euro aan directe en indirecte landbouwsteun, dat is 45 procent van het totale budget. Iemand zei ooit: 'Het Europese landbouwbeleid kost hetzelfde als een paar dagen oorlog'. Ja, de landbouwuitgaven vertegenwoordigen een flink pak van het budget van de EU-Commissie. Maar dan vergeten ze er wel bij te vertellen dat landbouw het enige beleid is dat volledig door Europa wordt betaald. Voor andere sectoren betalen vooral de lidstaten. Van het totale bruto binnenlands product in Europa, dus de rijkdom van alle lidstaten, vertegenwoordigt het landbouwbudget slechts een half procent. Als je alle werkloosheidsvergoedingen zou optellen in de EU, waar zou je dan op uitkomen?
Is het niet erg cynisch dat onder de Vlaamse CD&V-ministers van Landbouw en Leefmilieu, Kris Peeters en Hilde Crevits, de mestwetgeving strenger geworden is dan onder de groene ministers? Dat is inderdaad de paradox. De reden? Met de CD&V-ministers hebben we het gevoel dat ze het goed menen met de landbouw. Ze staan open voor samenwerking. Zo is het makkelijker om onze boeren achter het strenge beleid te scharen. We hebben geen probleem met duidelijke doelstellingen. Als we maar niet betutteld worden en we zelf mee mogen bepalen hoe we die doelstellingen kunnen halen. De groene ministers bekommerden zich minder om de economische leefbaarheid van de landbouw.
U heeft zich tijdens uw voorzitterschap dikwijls moeten verdedigen tegen clichés als 'de boeren zijn dierenbeulen', 'de boeren zijn milieuvervuilers', 'de boeren zijn hormonenspuiters'. Dan klonk het dikwijls dat dat de schuld van de media was. Is dat niet wat gemakkelijk? Sommige media waren toch ook wel op sensatie belust. Maar we hadden het misschien moeilijker met organisaties als Gaia of Bond Beter Leefmilieu die dikwijls niet de moeite deden om de zaak grondig te bestuderen. Tja, als zij ons beschuldigen, mogen we wel onze leden verdedigen. Maar ach, de jongste tijd hebben we toch niet vaak meer op de boodschapper geschoten. We weten ook wel dat dit niet fair is. De waarheid heeft haar rechten. We zeggen nu misschien luider dan vroeger welke praktijken niet aanvaardbaar zijn.
Een weerkerende kritiek is die van de Boerenbond als een machtscenakel met tentakels in allerlei deelsectoren: de banken en de verzekeringen, de slachthuizen, de zuivel en de veevoederfabrikanten. We horen de verhalen dat in ruil voor steun van de Boerenbond-partners Cera, Aveve en ABB jullie de boeren aanmaanden te blijven investeren: dat betekende natuurlijk een grotere verkoop van veevoeder, van verzekeringen en van leningen. Ach, da's flauw en op niets gebaseerd. De concurrentie heeft er alle belang bij dat rond te bazuinen. Er is geen enkel Boerenbond-lid dat zijn graan moet verkopen aan Aveve of een lening bij KBC moet aangaan. Geef nu toe, de groei van KBC zal niet in de eerste plaats van de landbouwers afhangen. En het is maar goed dat die Boerenbond-groep, met zijn vele participaties er is, hé. De veevoeders zouden duurder zijn zonder Aveve, de melk zou minder waard zijn zonder onze coöperaties. Tja, andere landbouworganisaties hebben die kracht niet en zijn misschien daarom jaloers. Weet u, een boer kwam na een vergadering zuchtend naar me toe. Volgens hem betaalde Aveve toch veel te weinig voor zijn graan en dit en dat. 'Jij bent toch een stommerik', zei ik tot ontstentenis van die man, 'als je elders een betere prijs krijgt, verkoop je je graan toch niet aan Aveve?' Tja, dan krabbelde hij snel terug. Bleek dat Aveve altijd onmiddellijk betaalde en hij steeds zeker was van z'n geld. (lacht)
Over de Boerenbond-groep met al zijn participaties heerste er vroeger niet veel openheid. Hoeveel is de hele Boerenbond-groep waard? Op de balans staat een kleine 3 miljard euro, waarvan meer dan 80 procent aandelen zijn in KBC. Er is inderdaad een tijd geweest dat we dat wat wegstopten en we een gesloten groep waren. Maar die tijd is voorbij. Tja, met allerhande databanken kan je sowieso onze financiële cijfers vinden. Nu communiceren bedrijven veel meer over zichzelf. Dat geldt ook voor Boerenbond. Weet u, de boeren zijn best trots dat hun Boerenbond ook investeert in economische activiteiten. Zij halen er voordeel uit. Met die opbrengsten kunnen we een machtige organisatie runnen met 240 hoog gekwalificeerde personeelsleden. De hele Boerenbond-groep stelt alles samen 2.700 mensen tewerk.
Denk vooral niet dat Boerenbond niet zonder de boeren kan, het zijn de boeren die niet zonder de Boerenbond kunnen', zou u ooit gezegd hebben. Klopt, en ik sta daar nog steeds achter. Boerenbond is echt nodig. Wie beseft goed wat wij allemaal doen voor de boeren? Voorlichtingsavonden, vormingsactiviteiten, zitdagen waar onze consulenten de boeren helpen met al hun paperassen. Ja, de boeren hebben Boerenbond nodig. Ik blijf dat een goede boutade vinden (lacht).
Boerenbond is een van de standen van de CD&V. Bij die andere standen - ACW en CM - hoorden we kritische geluiden. 'De CD&V luistert niet voldoende naar ons', zei CM-voorzitter Marc Justaert. U weerlegde dat: 'Als de Boerenbond op tafel klopt, luistert de CD&V'. Wat heeft u dat Justaert niet heeft? Komaan zeg, het ACW en de CM zijn veel beter geïnformeerd dan Boerenbond. Ik snapte de uitspraak van Justaert niet. Maar ik geef toe, als het over platteland en landbouw gaat, brengen we onze ideeën naar voren in het politiek comité van de Boerenbond (met daarin de CD&V-parlementsleden bevoegd voor landbouw, nvdr). En ja, daar wordt rekening mee gehouden. Dat is voldoende. Wij gaan de CD&V ons standpunt niet geven over BHV. Elk zijn ding.
Jullie doen ook aan ontwikkelingssamenwerking. Is dat façade? Want tegelijkertijd zijn jullie voor het behoud van vangnetten voor de Westerse landbouw. Ik steiger als ik dit hoor. We geloven echt in onze noord-zuidwerking. We hebben onze eigen ngo Ieder voor Allen en hebben samen met tien andere Westerse boerenorganisaties ook Agricord opgericht waarin we samenwerken met boerenorganisaties uit ontwikkelingslanden. We zijn collega's. We moeten niet tegen elkaar opkomen. We halen de boeren uit het zuiden naar hier en laten hun zeg doen over de problemen die zij zien.
Allemaal mooi zo'n bijeenkomst. En dan? We helpen ze ook praktisch. Zo hebben we een gebouw voor onze zusterorganisatie in Oeganda gebouwd en haar machines ter beschikking gesteld. We verdedigen ook haar standpunten. Zo zijn we tegen het dumpen van Europese landbouwoverschotten in Afrika. Dat gebeurde in het verleden inderdaad, nu niet meer. We willen dat de producten uit het zuiden hier vrij kunnen binnenkomen. Oké, je moet eerlijk zeggen dat het vooral om tropische producten gaat die voor onze boeren geen concurrentienadeel betekenen. Maar we vinden ook dat ze hun eigen markt moeten kunnen beschermen.
Maar tegelijkertijd vindt u dat ook de Europese markt moet beschermd blijven? Is dat niet contradictorisch? Ja, maar niet voor producten uit ontwikkelingslanden. Een verdere liberalisering van de wereldhandel zoals die op de tafel van de Wereldhandelsorganisatie ligt, is niet goed, op de eerste plaats niet voor de ontwikkelingslanden. Die worden dan overspoeld door goedkoop graan uit Australië en goedkope soja uit Brazilië. Voor de Afrikaanse boer is dat geen goede zaak, maar ook niet voor onze boeren. Wij hebben hier strengere eisen voor hygiëne, voedselveiligheid en dierenwelzijn. Voedsel is te belangrijk om te laten meespelen in de multinationale handel.
Een ander dossier waar ontwikkelingslanden onder te lijden lijken, is dat van de biobrandstoffen. 'Van de maïs nodig om een tank van een 4 x 4 te vullen, kun je een mens een jaar lang voeden. Het is krankzinnig voedsel te gebruiken voor brandstof terwijl 800 miljoen mensen chronisch honger lijden', zegt Hans Eenhoorn, gewezen topman van Unilever, nu lid van de 'Task-force on hunger' bij de Verenigde Naties. Ach, dat is een typisch klassieke redenering. Voedsel en energie zijn wel degelijk combineerbaar, al moet voedsel voorrang hebben. Weet u, er is geen honger in de wereld omdat er geen voedsel is of omdat we het niet kunnen produceren. De landbouw kan wel degelijk voldoende voedsel produceren. Dat sommigen hongerlijden is het gevolg van tal van andere redenen: oorlogen, foute prioriteiten van regeringen en noem maar op. Als de prijzen van grondstoffen als graan hoog blijven, zal je, weliswaar na een spanningsperiode, een enorme dynamiek krijgen. Dan zullen heel wat braakliggende gronden benut worden. Ook in de ontwikkelingslanden zal het voor veel meer boeren rendabel worden gewassen te telen.(KS)