Debat over toekomst van landbouw op Veldverkenners
nieuwsOver de toekomst van de landbouw leven binnen de land- en tuinbouwsector erg verschillende ideeën, maar toch ook enkele gelijke. Veldverkenners vroeg naar de toekomstvisie van Boerenbond, ABS, BioForum, Wervel en de vakgroep Landbouweconomie van UGent, en leerde dat iedereen het eens is dát de sector zich zal moeten aanpassen. Welke vorm die aanpassing volgens hen zal aannemen, verschilt echter.
Waar alle partijen het over eens zijn, is dat de sector efficiënter zal moeten omgaan met natuurlijke hulpbronnen en de vergoeding voor boeren omhoog moet. Volgens Wervel en BioForum kan dit alleen door op een volledig andere manier te gaan produceren, terwijl zowel Boerenbond als ABS als professor Landbouweconomie Guido Van Huylenbroeck geloven in het voortbestaan van meerdere landbouwsystemen, intensief en extensief, die voortborduren op wat vandaag al bestaat en zich richten op enerzijds de massamarkt en anderzijds nichemarkten.
“Ik geloof niet in één model voor alle landbouwers in alle streken”, stelt Anne-Marie Vangeenberghe van Boerenbond. “Daarvoor zijn er te veel (regionale) verschillen, en dat is meteen ook de grote rijkdom van de land- en tuinbouw.” Bovendien vertrekt de sector volgens Vangeenberghe niet van een blanco blad, en werden de afgelopen jaren al verschillende stappen gezet richting een meer duurzaam voedselmodel. Daarom spreekt Boerenbond ook liever over ‘transformatie’ dan van ‘transitie’, een woord dat vaak gebruikt wordt bij discussies over de toekomst van de sector.
ABS heeft het dan weer over aanbodbeheersing als sleutel voor de toekomst. “We moeten een evenwicht zoeken tussen het vermijden van overproductie aan dumpingprijzen en het zorgen voor voldoende voedsel aan redelijke prijzen”, stelt voorzitter Hendrik Vandamme. “Maar dat werkt in de praktijk alleen als we het samen doen, in collectieve structuren.” En daar wringt het schoentje volgens ABS, want de Europese Commissie stimuleert dat collectieve niet.
Professor Van Huylenbroeck focust in zijn bijdrage op zijn beurt vooral op het belang van performantie. “We moeten meer met minder gaan produceren en zoeken naar manieren om reststromen te recupereren.” Wel waarschuwt hij voor de gevaren aan de weerzijde van de medaille. “Want wanneer te veel reststromen een alternatieve bestemming krijgen, dreigt een ‘ontmesting’ van onze bodems.”
BioForum vertrekt daarentegen van een trendbreuk. De organisatie staat een agro-ecologisch landbouwmodel voor, dat niet focust op intensivering maar op extensivering. “Kwaliteit en niet kwantiteit moet voorop, de agrobiodiversiteit moet stijgen en de interactie met de consument moet beter”, stelt voorzitter Kurt Sannen. In het westen is een verdere stijging van de productie volgens BioForum niet wenselijk, maar in het zuiden wel. “En dat bij voorkeur via agro-ecologische, kleinschalige familiale landbouw die investeert in natuurlijke bodemvruchtbaarheid.”
Wervel ten slotte gelooft eveneens in de toekomst van een ‘low input’-landbouwsysteem. “Bio en mengteelten worden de standaard. Boeren zullen door een betere agro-ecologische kennis hun landproductiviteit verhogen en beseffen dat het ook voor henzelf beter is te investeren in ecosysteemdiensten. Kringlopen zullen ten slotte meer en meer lokaal gesloten worden, en het imago van de sector bij de consument zal verbeteren, met een betere prijs tot gevolg”, stelt Jeroen Watté.
Veldverkenners hoopt met dit en volgende debatartikels de discussie over het platteland en de land- en tuinbouw van morgen open te trekken naar een breder publiek. Elke twee weken zal een dergelijk debat gepubliceerd worden op de Facebookpagina en de website, met de uitdrukkelijke vraag aan de lezers om mee te discussiëren. Veldverkenners is een nieuw project van VILT dat zich richt op de kritische, rationele en jonge consument.
Lees het volledige artikel en discussieer mee op veldverkenners.be