nieuws

Computeranalyse helpt ruimte voor landbouw vrijwaren

nieuws
De druk op de beschikbare ruimte in Vlaanderen wordt steeds groter zodat landbouwgrond geclaimd wordt voor andere doeleinden. Het beleidsdomein Landbouw en Visserij ontwikkelde instrumenten om de impact op het landbouwgebied aan te tonen én te beperken. Het belangrijkste is zonder twijfel het landbouwinformatiesysteem (LIS) dat voorgesteld werd op Agriflanders.
15 januari 2013  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:08

De druk op de beschikbare ruimte in Vlaanderen wordt steeds groter zodat landbouwgrond geclaimd wordt voor andere doeleinden. Het beleidsdomein Landbouw en Visserij ontwikkelde instrumenten om de impact op het landbouwgebied aan te tonen én te beperken. Het belangrijkste is zonder twijfel het landbouwinformatiesysteem (LIS) dat voorgesteld werd tijdens een studiedag op Agriflanders.

Vlaanderen is maar een spreekwoordelijke zakdoek groot zodat de verschillende ruimtegebruikers plaats tekortkomen op het platteland om al hun doelstellingen te verwezenlijken. Binnen de beperkte Vlaamse ruimte wordt landbouw geconfronteerd met grote uitdagingen waarin efficiëntie en multi-functioneel gebruik centraal staan.

"Of landbouwers nu kiezen voor schaalvergroting dan wel voor verbreding, grond zullen ze altijd nodig hebben", zegt Johan Verstrynge, afdelingshoofd Duurzame landbouwontwikkeling op het Departement Landbouw en Visserij. "Om alle behoeften inzake wonen, industrie, recreatie, landbouw en andere ruimtegebruiken in te vullen, is Vlaanderen drie keer te klein."

Grond is dus een schaars goed en fenomenen zoals 'verpaarding' en 'vertuining' zorgen voor een verdere versnippering van het landbouwgebied. "Als overheid willen wij tegemoet komen aan maatschappelijk verantwoorde ruimtevragen, maar op een manier die de landbouw zo min mogelijk schaadt", verklaart Verstrynge. Daartoe werd het landbouwinformatiesysteem (LIS) ontwikkeld.

LIS is een computeranalyse waarmee de landbouwadministratie berekent welke ruimtelijke impact projecten hebben op landbouwbedrijven, -percelen en -bestemmingen. Het bouwt voort op de landbouwgevoeligheidsstudie die de Vlaamse Landmaatschappij tot over twee jaar gebruikte. De verbetering zit in de snelle, transparante en objectieve wijze waarop de projectconsequenties worden gemeten. Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) zorgde voor de wetenschappelijke onderbouwing van LIS.

Dankzij kaartmateriaal is in een oogopslag bijvoorbeeld duidelijk welke percelen belangrijk zijn voor het landbouwinkomen. Dergelijke indicaties kunnen gebruikt worden voor de onderbouwing van beslissingen omtrent het project. Het laat de projectontwikkelaar ook toe om zijn project in een vroeg stadium bij te sturen en de impact te minimaliseren. De overheid kan dankzij LIS de nieuwe gebiedsontwikkeling toetsen op haar meerwaarde tegenover de bestaande landbouwtoestand.

De kaarten kunnen verder verfijnd worden door ze met landbouwers te bespreken. Zij beschikken immers over uitzonderlijk veel terreinkennis. Als de impact op landbouw groot blijkt, dan kunnen de getroffen landbouwers bevraagd worden door middel van een landbouweffectenrapport (LER). Door deze manier van werken, is de impact van een project op landbouw snel duidelijk. "Er kan dus rekening mee worden gehouden, terwijl dat voordien niet lukte omdat het proces al te ver gevorderd was eer de impact duidelijk werd."

"Bij ruimtelijke processen zijn zowel studie als participatie erg belangrijk", concludeert afdelingshoofd Verstrynge. "Dankzij LIS beschikken we over punctuele gegevens en kunnen we de landbouwsituatie snel in kaart brengen. Daarnaast is inspraak nodig want hoe meer dat het geval is, hoe groter de kans dat het project effectief gerealiseerd wordt." Gelukkig beseffen planologen tegenwoordig dat achter elk plan een bestaande situatie en vooral mensen schuilgaan.

Tot op vandaag is de discussie vaak toegespitst op "het aantal hectare", terwijl het volgens Verstrynge belangrijker is om de Vlaamse ruimte kwalitatief in te richten. Hij drukt de hoop uit dat we die omslag maken met het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen dat in de steigers staat. Als opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan moet dit beleidsplan er onder meer voor zorgen dat we in 2050 nog over open ruimte beschikken in het dichtbevolkte Vlaanderen. Een eerste aanzet is klaar, het zogenaamde groenboek, en heeft tot doel het maatschappelijk debat aan te zwengelen. In 2014 wordt het beleidsplan zelf opgemaakt.

Meer info: Groenboek 'Vlaanderen in 2050'

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek