Zaaien PO's een- of tweedracht in de varkenssector?
duidingHet seminarie over varkenshouderij tijdens de Agridagen in Ravels zorgde voor een primeur. Varkenshouder Tom Mertens uit Minderhout verraste alle aanwezigen met de mededeling dat er een producentenorganisatie uit de startblokken schiet die van een betere doorstroming van marktinformatie zijn missie gaat maken. Heel bewust kiest de Vlaamse Producenten Organisatie Varkenshouders (VPOV) voor een thema dat boeren kan verenigen zodat het des te spijtiger is dat de Europese spelregels verdeeldheid zaaien. Europa bepaalt namelijk dat een landbouwer maar lid kan zijn van één producentenorganisatie (PO). Een probleem, want ook de Belgian Pork Group ziet door zijn coöperatieve roots wel wat in een PO. De toekomst zal moeten uitwijzen of de eendracht in de varkenssector groot genoeg is om onbevreesd samen te werken. Alle producenten uit elkaar spelen door de oprichting van een PO in de schoot van elke slachthuizengroep, dat kan volgens de nieuw opgerichte VPOV nooit de bedoeling van Europa geweest zijn.
Het seminarie op de Agridagen was zo opgezet dat een expert een stelling verdedigde, waarna de interactie met een panel van varkenshouders en met het publiek op gang kon komen. Bij de thema’s antibioticumgebruik en vleeskwaliteit was die dynamiek aanwezig, maar echt spannend werd het pas toen het woord producentenorganisatie viel. Bart Teuwen, halftijds werkzaam voor de marktadviesdienst van DLV, probeerde de zaal ervan te overtuigen dat varkenshouders zelf een systeem van marktinformatie op touw moeten zetten als ze de marktrisico’s willen beperken. Een producentenorganisatie is naar verluidt het ideale middel daarvoor. Van de circa 150 aanwezigen ging 56 procent akkoord met die stelling, een aandeel dat nog zou stijgen na een woordje uitleg.
“Veevoederfabrikanten kopen grondstoffen op de termijnmarkt. Slachthuizen leggen de prijzen met hun afnemers vast in contracten. Als alle schakels voor en na de producent aan risicospreiding doen, waarom dan de varkensboer zelf niet”, zet Teuwen aan het denken. Eender welke vorm van risicoverspreiding moet twee basisvoorwaarden in zich dragen. De marktwerking mag er niet door ontwricht worden en het inkomen van een producent mag niet afhankelijk gemaakt worden van steun.

Eerste PO van varkenshouders ziet het levenslicht
Wie zou verwachten dat de expert de termijnmarkt als marktinstrument ophemelt, heeft het mis. “Op welke manier je aan risicospreiding doet, moet elke producent voor zichzelf beslissen”, zegt Bart Teuwen. Hij vraagt wel om even stil te staan bij de vaststelling dat varkenshouders momenteel geld pompen in hun bedrijf in de hoop op betere tijden, zonder een idee te hebben van het varkensaanbod de komende zes maanden. “We varen blind. Er is dus nood aan goede aanbodprognoses”, maakt Teuwen zijn punt.
Hij weigert om alle verantwoordelijkheid daarvoor bij de overheid te leggen. In de Verenigde Staten is de marktinformatie die het landbouwministerie verspreidt immers afkomstig van de sector. Ook in Europa zouden producenten zelf die verantwoordelijkheid kunnen nemen door een producentenorganisatie op te richten rond het thema marktinformatie. Een brancheorganisatie is de logische volgende stap, opdat de hele keten zou meewerken aan het genereren van marktdata.
Dankzij een aantal vooruitstrevende varkenshouders blijft dit geen mooie theorie, maar zal de praktijk uitwijzen of dit kans op slagen heeft in Vlaanderen. Tom Mertens, één van de drie varkenshouders in het panel, verraste iedereen met de aankondiging dat er een producentenorganisatie is opgericht die Vlaamse varkenshouders wil verenigen rond het thema marktinformatie. “Of je nu een grote of kleine producent bent, vrij of onder contract, … iedereen die meer inzicht wil in de markt kan zich aansluiten bij de PO. Samen worden we slimmer en staan we sterker”, steekt Mertens een hand uit naar al zijn collega’s. De varkenshouder uit Minderhout is initiatiefnemer en interim-bestuurder van de Vlaamse Producenten Organisatie varkenshouders (VPOV).

Tweede PO staat later dit jaar op stapel bij Belgian Pork Group
De statuten van de VPOV zijn neergelegd. Welke taken de producentenorganisatie precies zal opnemen, moet duidelijk worden op de algemene vergadering. Die zal op 29 maart plaatsvinden zodat zo snel als mogelijk de Vlaamse en Europese erkenning als producentenorganisatie aangevraagd kan worden. Een week eerder worden drie informatievergaderingen (Gent, Geel en Roeselare) gehouden voor varkenshouders. Meer details daarover vind je online.
Op de algemene vergadering wordt het bestuur van de VPOV verkiesbaar gesteld, waarbij twee zitjes gereserveerd zullen worden voor landbouworganisaties ABS en Boerenbond. De samenstelling, cohesie en dynamiek binnen de PO zullen bepalen rond welke thema’s de organisatie actief wordt. Marktinformatie is zowel een verstandige als voorzichtige keuze omdat het een thema is dat de producenten en de andere actoren uit de keten verbindt in plaats van hen te verdelen. Of het een opstapje is voor onuitgesproken ambities zal de toekomst moeten uitwijzen.
Wie lid wil worden van de recent opgerichte VPOV moet daar een kapitaalinbreng van 150 euro en een jaarlijkse bijdrage van 180 euro voor over hebben. Afgaande op de reacties van de twee andere varkenshouders in het panel, Marc Ceyssens en Bart Vanschoubroeck, is de interesse zeker aanwezig. “Europa stuurt aan op producentenorganisaties”, weet Ceyssens, “dus vind ik het een goed initiatief. Ik hoop wel dat het bij één PO in de Vlaamse varkenssector blijft. Van meerdere producentenorganisaties die elkaar tegenwerken, wordt niemand beter.”
Daar raakt de varkenshouder een heel gevoelig punt. Terwijl in Nederland 80 procent van de varkenshouders zich achter één producentenorganisatie schaarde, ziet het er naar uit dat Belgische varkenshouders voor de keuze gesteld worden. Luc Verspreet, voorheen bestuurder van het vleesconcern Covalis en nu mee aan het stuur van de Belgian Pork Group, kondigde namelijk al meteen een tweede producentenorganisatie aan op Belgisch grondgebied. “Wij zien het als de verderzetting van de coöperatie bij Covalis, maar dan opengesteld voor de leveranciers van het oude Westvlees. Zo creëren we één gesprekspartner.”

Samenwerking tussen PO’s creëert een UPO
Daarmee is het spanningsveld geboren want je zal maar een coöperatief ingestelde leverancier van de Belgian Pork Group wezen die ook sympathie heeft voor de plannen van de VPOV. Bart Teuwen, secretaris van de nieuwe PO die van onderuit gegroeid is, oppert dat samenwerking tussen beide producentenorganisaties een oplossing kan zijn. Dat kan in een zogenaamde UPO, een unie van producentenorganisaties. Tezelfdertijd hoopt hij dat niet elke slachthuizengroep met een PO start, “omdat de varkenshouders dan zo sterk uit elkaar gespeeld worden dat de Europese verenigingsgedachte ver zoek is”. De producenten die in het verleden leverden aan Covalis bevinden zich in een bijzondere situatie, erkent Teuwen, “maar het is een minderheid van de varkenshouders die mee eigenaar is van het slachthuis”.
Ook interim-bestuurder Tom Mertens hoedt er zich voor om op gevoelige tenen te trappen. “Een PO is géén syndicale organisatie”, zegt hij heel expliciet. En voor wie daar nog aan zou durven twijfelen, zette Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker afgelopen vrijdag in Boer&Tuinder in de verf dat “syndicale belangenverdediging over veel meer gaat dan de werking van een PO die de commerciële belangen van zijn leden binnen de keten behartigt”.
Wat na afloop van het seminarie veel minder duidelijk was, is de houding van de Belgian Pork Group tegenover een producentenorganisatie buiten de eigen rangen. De ene moment leek Luc Verspreet collegiaal de hand te reiken – “een nobel initiatief dat kan bijdragen aan het beter informeren van de producent en daar kan hij alleen maar beter van worden” –, om vervolgens vooral de eigen PO te bepleiten – “wij gaan veel verder dan marktinformatie geven, bij ons zal de nadruk liggen op varkensvlees tegen de beste prijs in de markt zetten” – en tot slot Tom Mertens een veeg uit de pan te geven. Die laatste had geopperd dat een varkenshouder zich aangetrokken kan voelen tot beide producentenorganisaties en niet voor de keuze geplaatst wil worden. Dat kwam hem te staan op een grap over het bed dat je moet delen met je echtgenote en niet met een andere vrouw.
Zo lijkt het alsof beide producentenorganisaties toch op gespannen voet zullen leven omdat ze in dezelfde vijver naar leden vissen. Dat hoeft geen probleem te zijn, ware het niet dat Europa voorschrijft dat een landbouwer maar van één producentenorganisatie lid kan zijn. Eens lid moet je het minstens 12 maanden uitzingen bij een PO. Daarom ook dat de voorzitter van Boerenbond in het ledenblad schrijft dat “je meteen de juiste keuze moet maken”…

Met onwillige honden is het slecht hazen vangen
De hamvraag is nu wat de praktische uitwerking van het Europese concept van een producentenorganisatie in zijn mars heeft voor de varkenshouderij. Wordt het een sector-brede PO die zich in eerste instantie ‘braaf’ met het vergaren van marktinformatie bezighoudt maar op termijn zijn tanden kan laten zien door het aanbod te bundelen? Of wordt naar het voorbeeld van de melkveehouderij voor een softere versie gekozen, een producentenorganisatie die varkens verenigt waarvan de afnemer op voorhand al vastligt? Het panel van varkenshouders maakte in ieder geval heel duidelijk dat ze niet zitten te wachten op PO’s die elkaar tegenwerken.
Vanuit de VPOV wordt de mogelijkheid geopperd om samen te werken binnen een unie van producentenorganisatie en een brancheorganisatie. Als het even kan met niet te veel producentenorganisaties want dan is de doelstelling om varkenshouders te verenigen “een slag in het water”, om de woorden van VPOV-initiatiefnemer Tom Mertens te citeren. Blijkbaar spookt een scenario door zijn hoofd waarin elke slachthuizengroep het laken naar zich toe trekt en veiligheidshalve de eigen stempel drukt op wat een PO van en voor de boeren moet zijn.
Tot slot zou elke varkenshouder die een transparante markt genegen is een moment moeten stilstaan bij zijn zelfdiscipline. Als de Amerikaanse varkensboeren voordeel halen uit de marktinformatie die over de plas vergaard wordt, dan is dat voor een groot stuk te danken aan de verantwoordelijkheid die zij opnemen bij het afstemmen van vraag en aanbod. Wie gas wil geven wanneer alle marktsignalen op groen staan, moet ook bereid zijn om de rem in te trappen als de vraag op de binnen- en buitenlandse markt magertjes is. Marktinformatie omzetten in actie, misschien is dat wel de grootste uitdaging voor een producentenorganisatie in de varkenssector. En bij uitbreiding van een brancheorganisatie want varkensboeren en slachthuizen zijn tot elkaar veroordeeld om de varkens vlot hun weg naar de markt te doen vinden.