Yves Leterme - minister van Landbouw
duidingKomt het boek niet te laat? Het imago van de landbouw is de jongste jaren al fors verbeterd.
Yves Leterme: Ik vond dat ik eerst moest ingewerkt zijn in de landbouwmaterie en dat het beleid op de rails moest gezet zijn vooraleer in de pen te kruipen. Over de timing maak ik me helemaal geen zorgen: werken aan het imago is een permanente opdracht. Ik droom ervan dat de landbouw op een dag niet alleen maatschappelijk zal aanvaard zijn, maar dat de doorsnee Vlaming ook fier is op hetgeen onze boeren en tuinders presteren. Nederlanders zijn echt trots op hun zuivel- of bloemensector. Waarom zou dat bij ons niet kunnen?
Misschien omdat de verstedelijkte Vlamingen geen notie meer hebben van land- en tuinbouw.
Daarom hoop ik dat het boek vooral gekocht wordt door mensen die de sector niet kennen. Bijvoorbeeld door journalisten die nog steeds praten over melkplassen, en aan wie de landbouwhervorming van de voorbije jaren dus helemaal is voorbijgegaan. Ook in politieke kringen is er doorgaans weinig begrip voor de landbouw. Je zou verwachten dat parlementsleden die geen rechtstreekse binding hebben met de sector toch een minimale kennis en interesse hebben voor agrarische dossiers. Maar dat valt schromelijk tegen.
Johan Vande Lanotte vertelde ons dat u het als landbouwminister zo goed doet dat de socialisten niet of nauwelijks moeten wakker liggen van de landbouwdossiers.
Als een voorzitter van de socialisten zoiets zegt, moeten we zeker voorzichtig zijn (lacht). Alle gekheid op een stokje: ik vind dat geen bemoedigende uitspraak. Ik zou veel liever hebben dat de collega’s ook in mijn wei komen spelen en zich dus verdiepen in landbouwdossiers. Ik doe dat ook met de zaken waar zij mee bezig zijn.
Welke mythes over landbouw boezemen je het meest angst in?
Op politiek vlak zijn dat het milieu en de subsidies. Aan het breed publiek moeten we vooral duidelijk maken dat de landbouw nog wél toekomst heeft. De sector heeft met succes het contract uitgevoerd dat ze na de oorlogsjaren met de samenleving sloot om voldoende voedsel te produceren. Vandaag is het tijd voor een nieuw contract, één waarin niet de kwantiteit van de voedselproductie centraal staat, maar de kwantiteit én de kwaliteit. Het is nu aan de landbouwersgezinnen om de maatschappij te overtuigen van hun wil om voedsel te produceren met verhoogde aandacht voor milieu, dierenwelzijn en voedselveiligheid. Ze moeten hun vakmanschap nog beter tonen en nog meer openheid aan de dag leggen om de nog bestaande argwaan te counteren. Veel Vlamingen zouden meer vertrouwen hebben in de eigen landbouw, als ze zouden weten hoe het er op een modern land- of tuinbouwbedrijf aan toegaat.
Anderzijds moet u toegeven dat intensieve landbouw geen vanzelfsprekendheid is in de meest verstedelijkte regio ter wereld…
Door de beperkte ruimte in Vlaanderen is dat onze roeping! De grote uitdaging is om duurzaam te produceren. Als de sector daarin slaagt, blijven er alleen maar troeven over: een perfect klimaat, vruchtbare grond, hoge productiestandaarden en de nabijheid van een kapitaalkrachtige consumentenmarkt. Als het gaat over de chemische industrie, spreken mensen steeds in termen van tewerkstelling waarbij ze er impliciet van uitgaan dat die sector er in slaagt om zijn milieuproblemen op te lossen. Dat moet voor landbouw ook kunnen.
Niettemin is professionalisme in uw beleidsbrieven het steeds terugkerend stokpaardje…
Het is gewoon een feit dat er een grote inkomenskloof gaapt tussen landbouwbedrijven die het goed doen en bedrijven die minder goed presteren. Dat heeft de agrarische sector veel te lang uit het oog verloren. Vlaanderen besteedt in het algemeen trouwens veel te weinig aandacht aan opleiding en permanente vorming. Daarom proberen we te sleutelen aan de kwaliteit van het aanbod en experimenteren we met peterschapsprojecten, e-learning, enzovoort. Uit de vele dialogen met de jongeren hebben we alvast geleerd dat er vandaag een grotere vraag bestaat naar managementcursussen dan naar bijkomende technische bedrijfsopleidingen. Een grote moeilijkheid is echter om alle boeren en tuinders te bereiken. Vaak zijn het steeds weer dezelfde vooruitstrevende landbouwers die op nieuwe initiatieven afkomen.
Voor coöperaties staat een actieplan in de steigers. Kan u een tipje van de sluier lichten?
We willen de regelgeving aanpassen om de discriminatie van samenwerkingsvormen weg te werken. Met het oog op die doelstelling werden in het VLIF-reglement trouwens al een aantal wijzigingen doorgevoerd. Verder willen we ook nagaan hoe bestuurders van een coöperatie hun mannetje kunnen staan tegenover hoogopgeleide directieleden. In de toekomst komt er ook permanent overleg tussen coöperaties en de overheid. Ik besef maar al te goed dat samenwerking op het terrein niet altijd evident is: Ingro is er slechts met veel moeite gekomen en de organisatie van een machinering is ook een complex puzzelwerk. Maar het is tegelijk duidelijk dat de land- en tuinbouwers steeds meer gedwongen zullen worden om via samenwerking kosten te drukken en marktmacht te vormen.
Mandelson heeft Bush opgeroepen om zich persoonlijk te gaan bemoeien met de Doha-ronde. Welke filosofische bespiegelingen heeft u bij de WTO-besprekingen?
Ik ben een koele minnaar van liberalisering. Voedsel is niet zomaar koopwaar, maar anderzijds zorgt de vrije markt voor efficiëntie. Het discours over de nood aan vrijhandel voor de ontwikkeling van de Derde Wereld is dan weer kunstmatig, en zelfs misplaatst: veel arme landen worden geleid door mensen die nauwelijks interesse hebben voor landbouw en platteland. De moderniteit wordt te vaak geassocieerd met uitpuilende grootsteden en plattelandsvlucht, terwijl er pas een echte aanzet tot duurzame ontwikkeling kan komen door stimulansen te voorzien voor de plattelandseconomie.
De land- en tuinbouwsector voelt zich niet prettig bij de massale invoer van producten uit derde landen die niet aan dezelfde normen zouden voldoen. Maar met de uitvoer van tweederangs kippendelen naar Afrika schijnt niemand problemen te hebben. Is dat niet hypocriet?
Feit is dat dierenwelzijn in bijvoorbeeld Azië of Zuid-Amerika helemaal geen issue is. Maar het klopt misschien wel dat we soms iets te snel met een beschuldigende vinger wijzen naar derde landen die hier producten willen invoeren. We sturen immers Europese inspectieteams naar de exporteurs in kwestie en vaak blijkt dat ze heel goed weten aan welke vereisten hun producten moeten beantwoorden om toegang te krijgen tot de Europese markt.
In een persmededeling schreef u onlangs dat de onverdoofde biggencastratie “onhoudbaar” is. Hoe moeten we dat interpreteren?
Je kan voor of tegen zijn, maar het nodeloos berokkenen van dierenleed wordt door mensen met gezond verstand niet langer aanvaard. Ofwel ben je daarover heel boos, ofwel leg je alle kaarten op tafel om een oplossing uit te werken. Zelf waren we vrij tevreden over de rondetafel die we met alle betrokken partijen georganiseerd hebben. Binnen enkele maanden zou het vaccin van Pfizer voor immunocastratie erkend moeten zijn in Spanje. Daarna zou het nog ongeveer anderhalf jaar duren vooraleer het beschikbaar is in ons land.
GAIA vraagt dat de biggen in afwachting van het vaccin verdoofd zouden worden.
Als Vlaanderen dat op eigen houtje doet, betekent dat een economische strop voor de varkenshouderij. We hebben wel aan de bevoegde minister Demotte (PS) gevraagd om het hele dossier bij Europa aan te kaarten. Van zodra de EU stappen vooruitzet, willen we bij de koplopers behoren. GAIA is bang dat die stappen er niet zullen komen nu ook Roemenië en Bulgarije tot de Europese Unie toegetreden zijn. In ieder geval kan Michel Vandenbosch niet beweren dat de Vlaamse varkenssector zijn verantwoordelijkheid niet opneemt. Verwijzingen naar het varkensakkoord uit 2002 vind ik onterecht: toenmalig minister Tavernier vroeg dat de varkenshouders zich wilden engageren voor zaken waar de sector geen greep op heeft. Pfizer gaat zijn strategie niet bijsturen omdat enkele organisaties in België een papiertje ondertekenen. Boerenbond heeft het akkoord destijds niet ondertekend, en ik denk dat dit de enig mogelijke juiste houding was.
Gaan consumenten door de toepassing van immunocastratie niet vrezen dat het varkensvlees met hormonen behandeld is?
De Leuvense professor Goddeeris heeft tijdens de rondetafelconferentie duidelijk uitgelegd dat het een niets met het ander te maken heeft. Maar het zal een belangrijke pedagogische oefening worden om dat ook aan het brede publiek uit te leggen.
Het ziet er naar uit dat de varkens en varkenshouders straks ook moeten gescreend worden op de ziekenhuisbacterie?
Het zou een ramp zijn indien de correlatie tussen de varkenshouderij en de ziekenhuisbacterie toeneemt in de tijd. Daarom heb ik in een brief aan Demotte meteen de medewerking van het ILVO toegezegd bij een eventuele screening. Gelukkig heeft de VRT het bericht op een serene manier gebracht, heel anders dan de manier waarop het Nederlandse tv-programma Zembla het onderwerp onlangs belicht heeft. Ik heb er alvast vertrouwen in dat de sector de ziekenhuisbacterie onder de knie krijgt. Salmonella wordt momenteel eveneens aangepakt, en dat leidt tot resultaten.
2007 is het jaar van het nieuwe mestdecreet. Verwacht u dat de kwaliteit van het oppervlaktewater heel snel zal verbeteren?
Dit decreet heeft alvast het voordeel dat alle betrokken partijen het een faire kans willen geven. De boeren en milieuorganisaties waren betrokken bij de opmaak van de plannen, ook de Europese Commissie werd uitgebreid geconsulteerd. Ik heb de landbouwers steeds verteld dat op dit vlak zware inspanningen nodig zijn en dat de ultieme toetssteen de waterkwaliteit is. Er zijn nu geen excuses meer: het decreet is niet opgemaakt door mensen die van de landbouw een karikatuur willen maken.
Wat zijn volgens u de belangrijkste dossiers in het Vlaamse landbouwbeleid voor dit jaar?
Een erg belangrijk dossier is de hervorming van de GMO Groenten en Fruit. We willen ook vooruitgang boeken met de herbevestiging van agrarische gebieden en de zoektocht naar glastuinbouwzones. De rondzendbrief over mestverwerking zou resultaten moeten opleveren en daarnaast is het ook uitkijken naar de nieuwe rol van de Mestbank. Verder gaan we ook werken aan het agrarisch onderwijs, de ‘health check’ van het Europese landbouwbeleid in 2008 moet voorbereid worden. Om innovaties in de dierlijke sector te stimuleren, streven we naar een betere samenwerking tussen de onderzoekscentra en de veehouderij. Halfweg de legislatuur moet je volop bezig zijn met de uitvoering van de beleidsnota, en ik denk dat we op koers zitten.
Zelf heeft u de schouders gezet onder het project ‘Dorp met toekomst’. Bedoeling is dat dorpsmensen initiatieven nemen om samen projecten in elkaar te knutselen. Schuilen daar in deze tijden van steeds verdergaande individualisering geen naïeve dromen achter?
Ik heb nochtans de reputatie hypercynisch en extreem zakelijk te kunnen zijn (flauwe lach). Een beetje naïviteit kan geen kwaad indien het de mensen ten goede komt. Van dergelijke projecten heb je er nooit te veel. In mijn eigen straat merk ik dat het samenleven nog wel lukt, maar je moet er wel elke dag aan werken. Zolang je iedere dag de handschoen oppakt, kan het geen kwaad om ambitieuze doelstellingen voorop te stellen. Voor ons tellen niet de hoogdravende decreten, maar wel de vele radertjes die we stap voor stap bijschaven. Zo marcheren we in de goede richting. Het is misschien minder spectaculair, maar wel het meest lonend.
Het geïntegreerde plattelandsbeleid lijkt daar een goed voorbeeld van te zijn. Ronkende persberichten over prestigieuze projecten zijn daar tot hiertoe niet over verschenen.
Klopt. Bewust kiezen we ervoor om niet te verzanden in een jarenlange discussie over waar het platteland nu juist begint en stopt. Het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg denkt na over een aantal praktische knelpunten en daarnaast werden enkele pilootprojecten gelanceerd. Nu lijkt me de tijd stilaan rijp om aan een beleidsvisie te beginnen werken. Tegen het eind van de legislatuur moet er een visietekst zijn, die ertoe moet bijdragen dat het plattelandsbeleid verankerd raakt in de politieke structuren en straks niet beschouwd wordt als het hebbedingetje van een minister die toevallig geïnteresseerd was in het platteland.
Veel mensen hebben het gevoel dat er een heropleving plaatsvindt in de landbouw. Boerenbond schrijft die in de eerste plaats toe aan de figuur van Yves Leterme. Een juiste analyse?
Ach, ik hoop vooral dat we een aantal definitieve sporen kunnen trekken die niet conjunctureel zijn. Als je het beste van jezelf geeft, moet er meer overblijven dan de gazet van ’s anderendaags. Van bij de start van de legislatuur heb ik ook benadrukt dat ik een supporter ben van de land- en tuinbouw. Sommigen hebben daar problemen mee, maar ik lig er niet wakker van.
De Vlaamse land- en tuinbouw heeft misschien wel problemen wanneer de kapitein na de federale verkiezingen het schip verlaat?
De berichten over mijn ‘overlijden’ zijn voorbarig, en dan nog. Na mij zal er gewoon iemand anders komen die deze functie naar bestvermogen zal invullen.