"WHO-vleesstudie slechte waarschijnlijkheidsrekening"
nieuwsDe cijfers die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bekendmaakte in haar studie over de consumptie van bewerkt en rood vlees, bezondigen zich aan een elementaire regel van waarschijnlijkheidsrekening. Dat zegt econoom en professor Paul De Grauwe. Het risico op darmkanker zou met 18 procent verhogen bij een te hoge consumptie van bewerkt vlees, zo zegt de WHO, terwijl het eigenlijk over een risicostijging van 0,9 procent gaat, aldus De Grauwe.
Leg ik voortaan minder salami op mijn boterham? Dat vroeg professor Paul De Grauwe zich af toen hij de berichtgeving over het meest recent WHO-rapport over vleesconsumptie zag passeren. De Grauwe verdiepte zich in het cijfermateriaal en kwam tot andere inzichten. “Wat blijkt? Zoals zo vaak wordt hier gezondigd tegen een elementaire regel van waarschijnlijkheidsrekening”, aldus De Grauwe. De kans dat iemand sterft aan darmkanker is gemiddeld 5 procent. Dat is een gemiddelde, en dus niet bruikbaar om individuele voorspellingen te doen.
“De studie van het WHO vindt nu dat de consumptie van verwerkt vlees die kans doet stijgen van 5 procent naar 5,9 procent”, aldus De Grauwe. “De correcte conclusie is dat de kans op darmkanker voor de gemiddelde salami-eter met 0,9 procent toeneemt. Triviaal. Maar het WHO besloot dat 5,9 moet gedeeld worden door 5 en dan blijkt dat 5,9 18 procent hoger is dan 5. Een stijging van 18 procent en dus reden om ongerust te zijn. De fout: waarschijnlijkheidspercentages worden gedeeld in plaats van afgetrokken. En dit leidt tot de incorrecte conclusie dat het risico met 18 procent is toegenomen, terwijl dat risico slechts met 0,9 procent is gestegen.”
Ook Boerenbond-voorzitter Piet Vanthemsche las de bevindingen van De Grauwe en noemde die “ontluisterend”. “Voor de geloofwaardigheid van de betrokken wetenschappers is zijn vaststelling vernietigend”, aldus Vanthemsche. “Ze hebben doelbewust (men zal mij niet wijsmaken dat er bij de WHO geen statistici zijn die het klappen van de zweep kennen) met een kunstgreep een verkeerd percentage in de markt gezet om toch maar in het nieuws te komen. Ondertussen is het kwaad geschied, de mensen zijn bang gemaakt. De vraag die ik mij stel is of er binnen de onderzoekswereld rond landbouw en voeding dan ook andere wetenschappers zijn die de moed hebben om dit aan de kaak te stellen. Het zou hen sieren.”
Bron: De Morgen/Boer&Tuinder