Waterbuffers worden belangrijker met oog op irrigatie
nieuwsIn West-Vlaanderen laat de droogte zich nog altijd het hardst voelen. Water om groenten en andere teelten te beregenen wordt hoe langer hoe schaarser zodat het provinciebestuur op zoek gaat naar waterpartijen buiten de eigen buffer- en spaarbekkens. Eén van de recreatievijvers die in aanmerking leek te komen voor watercaptatie bevindt zich op het luchthaventerrein in Oostende. De 50.000 vierkante meter grote vijver deed landbouwers al watertanden, maar blijkt niet geschikt wegens te zout. De provincie West-Vlaanderen en Middenkustpolder bieden een alternatieve watervoorraad aan in Roksem (Oudenburg). “De aanleg van private waterbuffers die het overstromingsrisico verkleinen en in tijden van droogte ook dienstdoen als spaarbekken zal in de toekomst meer gestimuleerd worden”, trekt gedeputeerde van Landbouw Bart Naeyaert nu al lessen uit de droogte.
Zonder beregening redden een aantal gewassen het nog altijd niet zodat de grote vraag is waar dat water vandaan moet komen. Vooral in West-Vlaanderen is dit een heikele kwestie omdat het aantal plaatsen waar nog water gecapteerd kan worden voor irrigatie beperkt is. In de bevaarbare waterlopen en kanalen van het Leiebekken en van het bekken van de Brugse Polders kan het bijvoorbeeld wel nog. Een melding of vergunning is hiervoor wel nodig. Een volledig overzicht van waar het mag en niet meer mag, kunnen landbouwers terugvinden op de op de webpagina van het centrale infopunt over de waterschaarste. Daar biedt de provincie West-Vlaanderen actuele info aan.
Momenteel zoekt de provincie naar grote waterpartijen die normaliter niet publiek toegankelijk zijn maar uitzonderlijk toch kunnen dienen voor beregening. Vanwege het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) was in een persbericht de wens geuit dat er, mits goede afspraken, water geput kan worden uit oude klei- en zandwinningsputten die vaak een nieuwe functie kregen als recreatievijver. Met een oppervlakte van ruim tien voetbalvelden was de vijver op het luchthaventerrein van Oostende een interessante optie. ABS hoopte daar duidelijk op, maar het zoutgehalte blijkt te hoog zodat het water ongeschikt is voor beregening.
Vanuit de provincie West-Vlaanderen blijft men zoeken naar alternatieve mogelijkheden. Die dienen zich ook meteen aan. Vanaf maandag 10 juli kunnen landbouwers water ophalen in een grote waterplas aan de Oude Brugseweg in Roksem (Oudenburg). Er is een akkoord bereikt met de eigenaar en de gouverneur bevestigde deze mogelijkheid in een besluit. Hierin is bepaald dat er maximaal 32.000 m³ water kan geput worden. Dit komt neer op een maximale peildaling van 20 cm. Kandidaten moeten een aanvraag richten aan het bestuur van de Middenkustpolder.
Voordien was in Veurne reeds het water aangesproken van de bezinkingsputten van de voormalige suikerfabriek. “Dat ging om een relatief beperkte hoeveelheid zodat er voorrang gegeven werd aan teelten die het dringendst water nodig hebben”, zegt gedeputeerde van Landbouw Bart Naeyaert. Voor het Algemeen Boerensyndicaat leek de voorkeurregeling voor bloemkool en broccoli moeilijk verteerbaar, maar Naeyaert repliceert: “Geen keuzes durven maken en daardoor het water niet kunnen gebruiken, zou nog meer voor kritiek vatbaar zijn. Met het water uit de bezinkingsputten in Veurne konden onmogelijk alle aardappeltelers geholpen worden. Daarom ging het water naar groenten in de laatste cruciale groeifase.” De nieuw opengestelde waterplas in Roksem biedt uitkomst met een veel grotere hoeveelheid water, zodat er hier geen onderscheid gemaakt wordt naar teelten.
De zoektocht naar water voor beregening is niet alleen voor boeren maar ook voor beleidsmakers tijdrovend. “Er dienen heel wat vragen een antwoord te krijgen alvorens een waterplas opengesteld kan worden”, zegt Naeyaert, en hij somt op: “Voldoet de waterkwaliteit? Wie gaat het watergebruik controleren? Moet er een heffing op dit watergebruik betaald worden? Mijn kabinetsmedewerker is uren zoet met dit allemaal uit te zoeken. Iedere keer wordt er ook gediscussieerd over de verlaging van het waterpeil en de impact daarvan op natuur. In de groentestreek zien we niet meteen nieuwe waterplassen geschikt voor irrigatie, in de polders is verzilting vaak een probleem. We beschikken nu over een inventaris van 20 à 25 waterplassen. Helaas zijn er heel wat niet bruikbaar of te veraf gelegen zodat de afstand naar de percelen qua kostprijs niet overbrugbaar is.”
Voorlopig gaat de zoektocht toch voort – de gedeputeerde informeerde bij alle medewerkers van onderzoekscentrum Inagro naar potentiële waterbronnen – want de neerslag die donderdagavond in het westen van het land viel, was niet van die aard dat het probleem daarmee opgelost is. “De 3 tot plaatselijk 17 liter water die er viel, bood wel verlichting zodat het captatieverbod niet uitgebreid hoefde te worden naar de bevaarbare waterlopen in het Leiebekken”, legt de gedeputeerde uit.
Net als land- en tuinbouwers hoopt Bart Naeyaert op meer regen in de tweede week van juli. Hij begrijpt dat telers op hun tandvlees zitten omdat beregenen voor veel extra werk zorgt. Het captatieverbod zorgt bovendien voor nervositeit. “Zo’n verbod is geen sympathieke maatregel. Ook de handhaving is lastig want boeren zijn zenuwachtig en wijzen elkaar met de vinger.” Het huidige neerslagtekort laat zich niet zomaar oplossen. “Positief is dat er tussen de verschillende diensten (o.a. provincie, VMM, polderbesturen, gouverneur) goed wordt samengewerkt. Iedereen probeert oplossingsgericht na te denken, en zich niet blind te staren op de regels.” Qua regelgeving is Naeyaert wel zeer te spreken over het provinciedecreet, “dat veel mogelijkheden biedt, niet alleen een captatieverbod maar ook de openstelling van waterputten via een besluit van de gouverneur”.
Eén van de lessen die de West-Vlaamse gedeputeerde van Landbouw uit de droogte trekt, is dat water sparen heel hard nodig is. Aanvullend op de provinciale spaar- en bufferbekkens wil Naeyaert in de toekomst stimuleren dat landbouwers zelf een buffer aanleggen met de steun van de provincie. “Dat is niet alleen zinvol voor perioden van droogte. Als we de drainagebuizen van een perceel in zo’n bekken laten terechtkomen, dan vermijden we dat met meststoffen verrijkt water rechtstreeks in de beek terechtkomt. Het water kan dan denitrificeren, wat belangrijk is in het licht van de doelstellingen voor de waterkwaliteit.”
Wat dat laatste betreft houdt de gedeputeerde zijn hart vast vanwege de impact van de droogte: “Wanneer het plots begint te regenen, gaat dat eigenaardig uitdraaien voor het nitraatresidu op percelen in het najaar en voor de controle van het nitraatgehalte in water ter hoogte van de MAP-meetpunten. Planten die door de droogte minder goed groeien, nemen minder stikstof op. Door de hitte is er bovendien meer mineralisatie van stikstof in de bodem. Het belooft een vreemd jaar te worden”, besluit Bart Naeyaert ietwat ongerust.
Beeld: Loonwerk Defour