Wasberenplaag dreigt in Vlaanderen: “We moeten nú ingrijpen”
nieuwsHet Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek INBO kijkt bezorgd naar de toename van het aantal wasberen in Vlaanderen. In Nederland worden de dieren uitgeroeid, maar in Wallonië zijn er tienduizenden exemplaren en lijkt de soort zich definitief te vestigen, met alle gevolgen van dien voor lokale natuur. Ondanks het aaibare uiterlijk brengen deze dieren volgens INBO reële risico’s met zich mee voor natuur en volksgezondheid. Toch kent Vlaanderen, in tegenstelling tot Nederland en Wallonië, geen beheerplan om deze exoot aan te pakken. “We kunnen echt niet langer wachten”, zegt Tim Adriaens van INBO.
De wasbeer is al in elke Vlaamse provincie gespot, maar hoeveel er exact in ons land zitten, weet niemand. Volgens Adriaens is dat net het probleem: “We varen blind.”
In Nederland en Wallonië is dat anders. De populaties zijn gekend en er wordt ingegrepen. In Nederland wil men het aantal wasberen opnieuw herleiden naar nul, maar in Wallonië is dit onbegonnen werk. Daar zijn de aantallen intussen tot in de tienduizenden opgelopen. “Het beste waar men nog op mikt, zijn wasbeervrije zones in gebieden met een hoge natuurwaarde. Maar een wasbeervrij Wallonië is niet haalbaar meer”, zegt Adriaens. “In Vlaanderen zijn we wellicht wel nog op tijd om de soort terug te dringen, maar de tijd dringt.”
Gevaar voor landbouw en natuur
Maar wat maakt deze schijnbaar aaibare dieren zo ongewenst? “Wasberen zijn meso-predatoren. Een beetje zoals de vos, marters, de hermelijn en de Amerikaanse nerts”, zegt Adriaens. “Het zijn jagers die vooral actief zijn in bossen en waterrijke gebieden. Ze eten graag vis, amfibieën en mollusken, maar eigenlijk zijn het omnivoren. En ze zitten graag in holen, wat een probleem is voor holenbroedende vogels. Ze nemen niet alleen de ruimte van deze dieren in, maar doen ook aan predatie en hebben dus een impact op vele dierenpopulaties.”
Als een wasbeer in België gespot wordt, moet je dit melden. In veel gevallen zal het Agentschap Natuur en Bos of een andere organisatie het dier verwijderen. Dit gebeurde vrij vlot in het verleden, maar het is steeds moeilijker om de wasbeer te vangen. “De eerste dieren die werden aangetroffen in de vrije natuur, waren veelal ontsnapte of vrijgelaten wasberen die als huisdier werden gehouden”, zegt Adriaens. “Maar nu zien we steeds meer échte wilde wasberen, en die dieren zijn veel minder makkelijk te vangen. Ze zijn schuw en lopen niet zomaar in een val.”
Intussen neemt de overlast toe, en dat kan ook de landbouw treffen. “De dieren eten bijvoorbeeld maïs, maar ik denk dat vooral de kippenhouderij overlast kan ervaren”, zegt Adriaens. “Ik veronderstel dat professionele houders hun dieren goed kunnen afschermen, maar de recreatieve kippenhouder kan veel last ervaren. In Wallonië bijvoorbeeld gebeurt het geregeld dat eieren worden geroofd en kippen opgegeten. Door intensief in te zetten op wasbeerbestrijding in bepaalde zones, is die overlast ook afgenomen. Dat zouden we hier dus ook moeten doen.”
Vraat, uitwerpselen en verslemping: ANB maakt ganzenplan
7 januari 2026Zonder data is doden "nutteloos dierenleed"
Maar zo’n beheerplan krijgt Vlaanderen vandaag niet opgemaakt. “Het zou onverantwoord zijn een beheerprogramma op te starten, zolang we de populatie niet kennen”, zegt Adriaens. “Dat is anders dan bijvoorbeeld bij de bever. Deze soort zal straks beheerd worden, en dat lukt omdat wij de populatie kennen. We weten perfect hoe de beverterriroria eruit zien en hoever we mogen gaan.”
Zolang we de wasbeer niet in kaart hebben gebracht, is een soortgelijke aanpak ondenkbaar. “Dan spreek je niet van een beheerprogramma, maar van nutteloos dierenleed”, zegt Adriaens. “Dat toont zich elders in Europa. In Duitsland wordt de soort eveneens niet beheerd, louter afgeschoten door jagers. Maar dat is duidelijk niet voldoende om de populatie te controleren.”
“Wat we in Vlaanderen allereerst nodig hebben, is een gericht surveillanceprogramma op wasbeer met een netwerk van wildcamera’s dat de wasbeer kan opvolgen”, zegt Adriaens.
Levensgevaarlijke parasiet
Particulieren mogen zelf de wasbeer niet doden. Dat heeft niet alleen ethische redenen. “De dieren zijn gevaarlijker dan je denkt. Ze kunnen agressief zijn en velen lopen rond met wasbeerspoelworm”, zegt Adriaens. “Een levensgevaarlijke parasiet die je kan oplopen door in contact te komen met de dieren en hun uitwerpselen.”
Nederland veegt voor eigen deur, maar wat doet Vlaanderen? Op dit moment niets.
Die parasiet is één van de centrale redenen waarom Nederland nul wasberen wil op zijn grondgebied. “De prevalentie van wasbeerspoelworm bij Nederlandse wasberen is zo’n vijftig procent”, zegt Adriaens. “Nederland veegt voor eigen deur, maar wat doet Vlaanderen? Op dit moment niets.”
Exoot met een fanbase
Naast een monitoringsysteem zou de overheid ook aan bewustmaking en transparante communicatie moeten doen, vindt Adriaens. Want een plan opstellen om de wasbeer te doden, zal niet gebeuren zonder tegenstand. De dieren hebben immers hun fans. “Velen kennen de dieren van grappige YouTube-filmpjes waarin ze in vuilbakken en automaten aan eten proberen geraken. Je zal sowieso rabiate tegenstanders vinden tegen hun uitroeiing. Dat zie je bij de meeste ‘fluffy’ exoten.”
zal sowieso rabiate tegenstanders vinden tegen hun uitroeiing. Dat zie je bij de meeste ‘fluffy’ exoten.
Adriaens maakt de vergelijking met de muskusrat. Deze exoot was in theorie moeilijker te bestrijden dan de wasbeer, maar er was wel een groot maatschappelijk draagvlak om ze te doden. Hierdoor verkregen de diensten makkelijk de nodige middelen, en is het dier met succes bestreden.
“De impact die een wasbeer heeft op natuur en landbouw is reëel, en toch zal men moord en brand schreeuwen zodra een foto van een wasbeer in een klem circuleert. Maar na verloop van tijd, als de schattige exoot te algemeen wordt en meer overlast veroorzaakt, zien we meestal een kentering in de publieke opinie. Tegen dan is het natuurlijk al veel te ver gekomen.”
Honderd doden vandaag of duizenden doden morgen?
Te lang wachten met georganiseerde bestrijding kan er ook toe leiden dat de luide minderheid pro-wasberen zich organiseert tot een grotere beweging. “Dat zien we bijvoorbeeld met de damherten in Drongengoed. Men had evengoed kunnen kiezen om de tegenstem naast zich neer te leggen en de eerste vijf damherten om te leggen. Dan zaten we nu niet met deze grote populaties en jaarlijkse opstootjes van Brugse boomknuffelaars die de boel lam komen leggen, met alle gedoe in de pers erbij. Vandaar mijn advies aan beleidsmakers: communiceer goed over waarom je de soort beheert, hoe je dat doet, en doe dat eerlijk en transparant."
Een snelle bestrijding is volgens Adriaens hoe dan ook de snelste manier om dierenleed te voorkomen. “We moeten niet wachten tot het probleem onbeheersbaar wordt”, zegt Adriaens. “Als we tien jaar wachten, moeten we een veelvoud over de kling jagen om hetzelfde te bereiken.”
Tot slot pleit Adriaens voor een goede internationale samenwerking. “Het heeft geen zin dat Nederland de wasbeer uitroeit als Vlaanderen kiest voor een controlebeheer. De logische reflex zou volgens mij zijn om ook Vlaanderen wasbeervrij te houden.”
Bron: Eigen berichtgeving