nieuws

Van 24 langoren naar 200 miljoen: Australië verliest konijnenoorlog

nieuws

Konijnen mogen dan wel schattig wezen, maar in Australië zijn de dieren een wezenlijk probleem. Bijna 170 jaar nadat een Britse kolonist 24 konijnen overbracht naar het Australische vasteland, zijn de dieren vermeerderd naar een populatie van 200 miljoen. Landbouw en natuur lopen ernstige schade op.

Vandaag Ruben De Keyzer
wild konijn

Een hekwerk van 3.256 kilometer loopt dwars door het Australische continent. Niet om dingo’s, krokodillen en ander ongein te weren, maar wel konijnen. De dieren werden in de 19de eeuw losgelaten als jachtwild. Maar vooral de konijnen schoten raak, met een nageslacht dat nu miljoenen telt. Ook myxomatose heeft geen vat meer op de langoren, Australië liet de dierziekte in 1950 moedwillig los op wilde konijnen om hun aantallen te minderen. De jaarlijkse landbouwschade die deze dieren aanrichten wordt geraamd op 132,7 miljoen euro.

Emoes en konijnen

Konijnen zijn niet het eerste dier waar Australië de strijd mee aanbindt en verliest. In 1932 kende het land de Emoe-oorlog of ‘Great Emu War’: een militaire operatie waar emoes die overlast veroorzaakten met machinegeweren werden neergehaald door militairen. De emoes beschadigden samen met de konijnen de graanoogst : de dieren schopten gaten in het kilometerslange ‘rabbit-proof fence’, waardoor zowel de emoes als hun pluizige bondgenoten een kaalslag konden plegen op de akkers.

De Emoe-oorlog heeft Australië verloren: twee militaire campagnes en meer dan 1000 dode emoes later, heeft de populatie zich alsnog herteld. De konijnenoorlog lijkt nog hopelozer. De Australische publieke omroep ABC meldt hoe de paaromstandigheden voor konijnen al jaren op rij fantastisch zijn, waardoor de dieren explosief in aantal toenemen. Een konijn kan zich elke 28 dagen voortplanten.

Biologische oorlogsvoering

Heidi Kleinert, Australisch expert konijnenbeheer, zegt aan ABC dat Australië elke tien tot 15 jaar een nieuw biocontrolemiddel moet ontwikkelen, wil het de konijnenpopulaties inperken. Virussen zoals myxomatose en het calicivirus zijn niet doeltreffend meer. En nieuwe ziektes ontwikkelen die veilig zijn in gebruik, is geen evidentie. Een andere vereiste is dierenwelzijn. De wetgever vraagt dat potentiële ziektes de dieren zo snel en pijnloos mogelijk doden. Uiteraard moet het virus ook veilig zijn voor andere soorten. De zoektocht naar zo’n specifiek virus kan zeer lang duren. Zelfs als wetenschappers erin slagen dit binnen een redelijke tijdspanne te ontwikkelen, zorgt het proces voor jaren vertraging.

Eerdere bestrijdingsmiddelen waren evenmin doeltreffend. Het loslaten van 1.000 mangoesten in Victoria, New South Wales en Zuid-Australië leverde niet veel resultaat op. Het loslaten van de bacterie voor kippencholera eindigde met enkele dode konijnen en aanzienlijk meer dode vogels.

Kaalslag

Het Australische ecosysteem is niet in staat om zo’n konijnenmassa te dragen. Niet alleen landbouwgewassen, maar ook jonge wilde planten worden kaal gegeten door de konijnen. Bovendien nemen ze eten en schuilplekken af van inheemse dieren. Eén konijn per hectare kan volgens het Australische kennisplatform PestSmart de groei van talloze inheemse planten verhinderen, omdat de dieren jonge scheutjes tot de wortel opeten. Door deze kaalslag is ook bodemerosie en verzilting een aanzienlijk probleem voor de lokale landbouw en natuur.

Nieuwe virussen ontwikkelen loopt moeilijk

Naast myxomatose, dat de aantallen reduceerde van 600 tot zo’n 100 miljoen, waren er weinig middelen even doeltreffend. Het myxomatosevirus is zodanig geëvolueerd dat het de dieren minder ernstig treft. Het is ook niet het doel van een virus om dieren te doden. Het calicivirus dat in 1996 werd losgelaten, verloor ook aan doeltreffendheid.

Biocontrole-specialist Maria Jenkel van het Australische onderzoekscentrum CSIRO vertelt aan ABC dat Australië nu andere methoden onderzoekt dan louter ziekten. Denk aan de introductie van een gen dat het nageslacht van de huidige konijnenpopulaties aanzienlijk minder vruchtbaar maakt. Mogelijke pistes zijn een gen dat de moertjes onvruchtbaar maakt, of een gen dat ervoor zorgt dat enkel nog rammelaars geboren worden. Niets van dit alles is de magische oplossing: ook reguliere biocontrole zoals nestverwijdering blijft nodig.

Bovendien is er de kwestie van politieke wil. VRT NWS ging in gesprek met Australië-correspondent Meike Wijers, die stelt dat Australië steeds minder financiële steun geeft aan onderzoekers en gespecialiseerde programma’s om de konijnen te doden. "Wetenschappers voelen de urgentie, maar dat is nog niet het geval in de politiek”, zegt ze aan VRT NWS.

Vlaanderen vraagt inspanning tegen exoten met campagne “Deze Soort Verstoort”
Uitgelicht
Vlaanderen lanceert een nieuwe campagne tegen invasieve uitheemse soorten. “Deze soort verstoort” moet niet alleen de impact zichtbaar maken, maar ook tonen welke rol iedereen...
8 april 2026 Lees meer

Bron: ABC News, PestSmart, VRT NWS

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek