nieuws

Vlamingen registreren woestijnvorming in Zuid-Amerika

nieuws
Door de opwarming van de aarde wordt het klimaat veel grilliger. Daardoor dreigt de woestijnvorming in een aantal regio's in een stroomversnelling te raken. Bio-ingenieurs van de universiteit van Gent leren de Chileense boeren omgaan met het veranderde klimaat. "Het is niet gemakkelijk om de boeren duidelijk te maken dat ze hun oude tradities moeten vergeten. Ze beseffen niet dat die niet meer werken, omdat we nu met een overbevolking en een ander klimaat zitten dan pakweg vijftig jaar geleden", zegt professor Donald Gabriel.
24 december 2007  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:02
Door de opwarming van de aarde wordt het klimaat veel grilliger. Als gevolg daarvan verandert vruchtbare landbouwgrond langzaam in een woestijn. Bio-ingenieurs van de universiteit van Gent leren de Chileense boeren omgaan met het veranderde klimaat.

Het is droog in de heuvels van La Serena. De witte geiten zoeken hun weg tussen de bosjes. Op nog geen half uurtje rijden, ligt de Stille Oceaan. Daar spelen de kinderen op het strand. Maar hier is alles droog. Kurkdroog. Koen Verbist (29) haalt zijn computer boven. Hij gaat controleren hoeveel het geregend heeft en hoeveel water er in de grond zit. Inzicht in het bodemwater geeft aan hoe ver de woestijn al is opgeschoven.

"De opwarming van de aarde is hier duidelijk te merken", zegt Verbist. "We zien dat de woestijn langzaam terrein aan het winnen is". De bio-ingenieur is voor een jaar naar Chili gekomen om mee te werken aan het klimaatproject dat de droogte van heel Latijns-Amerika in kaart wil brengen. Het is een initiatief van Unesco, de universiteit van Gent en de Vlaamse overheid. Het project heeft in heel Latijns-Amerika meetpunten opgericht die de neerslag en het bodemwater meten.

"In La Serena is het klimaat veel agressiever geworden. De regen valt intensiever dan vroeger, maar hij duurt minder lang. Een tiental jaar geleden kon het vier maanden regenen, nu is er nog maar één maand waarin de regen valt". De klimaatverandering in de regio hangt samen met het zeewater tussen Ecuador en Australië, waarvan de temperatuur zeer sterk wisselt. In de jaren dat de temperatuur stijgt, valt er meer neerslag, 500 milliliter of meer per jaar - dat is el niño.

Maar er zijn ook jaren, zoals dit jaar, waarin het zeewater koeler was. Dat betekent een pak minder regen, slechts 34 milliliter per jaar. Dat fenomeen wordt la niña genoemd. "En dat heeft tot gevolg dat de regen niet meer nuttig is voor de bodem. Omdat hij zo hard valt op een zo korte periode, heeft de regen de kans niet meer om in de bodem te dringen en spoelt hij van de hellingen naar beneden. Daarmee neemt het water beetje bij beetje de bodem mee en op termijn blijven alleen stenen en kiezels over".

De laatste mogelijkheid die sommige boeren als gevolg van de bodemerosie rest is geiten kweken. Cazalac, het onderzoekscentrum in La Serena, leert de boeren uit de streek welke planten op de dorre gronden gedijen. Acacia's bijvoorbeeld eten de geiten op. De boeren zelf kunnen dan leven van de geitenmelk, -kaas, en -vlees. "Alleen moeten we er dan weer op letten dat de boeren niet te veel geiten gaan kweken. Als de kuddes te groot zijn, vreten ze alles kapot, komt er nog meer bodemerosie en wordt de grond langzaam maar zeker woestijn", zegt Verbist.

De onderzoeker toont een primitieve sproei-installatie die hij gebruikt om te meten hoeveel regenwater na een plensbui gewoon de helling af stroomt. Nog geen minuut nadat de sproeiers op de helling zijn beginnen werken, loopt een straaltje water uit een plastic pijp die gewoon op de grond ligt. "De boeren schrikken echt wel als ze zien hoeveel water er verloren gaat", zegt hij. Cazalac geeft lessen aan de landbouwers over hoe ze efficiënter met water kunnen omgaan.

"Maar het is niet gemakkelijk om de boeren duidelijk te maken dat ze hun oude tradities moeten vergeten. Ze beseffen niet dat de tradities niet meer werken, omdat we nu met een overbevolking en een ander klimaat zitten dan pakweg vijftig jaar geleden", zegt professor Donald Gabriels, de mentor van het project. Zijn thuisbasis is de Gentse universiteit, maar hij reist de halve wereld rond om de boeren er bewust van te maken dat ze aan 'watermanagement' moeten doen en meer duurzame landbouwtechnieken moeten gebruiken.

Want ondertussen is 39 procent van Latijns-Amerika droog. Vooral Mexico, Brazilië en Argentinië zijn de landen met grote stukken halfwoestijn of woestijn. In Chili vertoont al 58 procent van de oppervlakte de kenmerken van woestijngrond. Die gegevens zijn afkomstig van het registratiesysteem dat op 2.900 plekken in Latijns-Amerika de neerslag en de droogte van de bodem meet. Gabriels is trots op het registratiesysteem, omdat het uniek is en de data van onschatbare waarde zijn.

"De steden kunnen de gegevens gebruiken om te beslissen of er een fabriek mag komen die bijzonder veel water nodig heeft in haar productieproces. We kunnen de data extrapoleren en voorspellingen doen voor zes maanden. Dat is bijzonder handig voor lokale overheden om te weten of ze een watervoorraad moeten aanleggen", zegt Gabriels. Koen Verbist droomt hardop van een radiozender voor de boeren. Daarmee zouden de medewerkers van Cazalac aan de boeren kunnen vertellen welke gewassen ze het komende seizoen kunnen planten. Als een periode met veel regen in het verschiet ligt, kunnen de boeren andere gewassen telen dan wanneer er een zeer droog seizoen aankomt.(KS)

Bron: De Standaard

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek