nieuws

Vlaamse vissers worstelen met drie milieu-uitdagingen

nieuws
Zoals het Landbouwrapport (LARA) de impact van de Vlaamse landbouw op de natuurlijke omgeving inschat, doet het Visserijrapport (VIRA) dat voor de visserij aan onze kust. Overbevissing blijft een heet hangijzer. Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) toetste zeven visbestanden uit de Noordzee op hun maximale duurzame opbrengst. In 2013 kunnen daarvan vier visbestanden als gezond gecatalogeerd worden, namelijk haring, schelvis, schol en makreel. Bij koolvis zit de biomassa onder het duurzame niveau en bij tong is de visserijsterfte te hoog. Het bestand van kabeljauw scoort al jaren negatief op beide criteria. De twee andere milieugerelateerde uitdagingen heten brandstofverbruik en (plastic) afval in de zee.
5 december 2014  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:18
Lees meer over:

Zoals het Landbouwrapport (LARA) de impact van de Vlaamse landbouw op de natuurlijke omgeving inschat, doet het Visserijrapport (VIRA) dat voor de visserij aan onze kust. Overbevissing blijft een heet hangijzer. Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) toetste zeven visbestanden uit de Noordzee op hun maximale duurzame opbrengst. In 2013 kunnen daarvan vier visbestanden als gezond gecatalogeerd worden, namelijk haring, schelvis, schol en makreel. Bij koolvis zit de biomassa onder het duurzame niveau en bij tong is de visserijsterfte te hoog. Het bestand van kabeljauw scoort al jaren negatief op beide criteria. De twee andere milieugerelateerde uitdagingen heten brandstofverbruik en (plastic) afval in de zee.

De Wereldvoedselorganisatie FAO heeft becijferd dat 28,8 procent van de gemonitorde visbestanden in 2011 bevist werd op een biologisch niet-duurzaam niveau. In 1974 schommelde dat aandeel rond de tien procent. Nog volgens de FAO is 61,3 procent van de visbestanden volledig bevist en 9,9 procent onderbevist. De norm om overbevissing te meten, is in de loop der jaren wel verscherpt.

Binnen het internationale visserijbeheer is er een groeiende consensus om te streven naar een gezonde toestand van commercieel geëxploiteerde visbestanden op lange termijn. De toepassing van het principe ‘maximale duurzame opbrengst’ (MDO) moet ervoor zorgen dat de visbestanden in de toekomst groter worden zodat de sector duurzaam kan vissen, met een minder grote impact op de stocks en een efficiënter vangstproces.

Bovendien zou het brandstofverbruik kunnen verminderen omdat het minder tijd vergt om een ton vis te vangen in een rijk dan in een schaars visbestand. Daardoor kunnen koolstofemissies en de brandstofkosten van de reders verder dalen. Tot slot zou het MDO-niveau ervoor moeten zorgen dat de kwaliteit van de vangsten verbetert, waardoor vooral grote vissen gevangen worden en de teruggooi sterk afneemt.

Een recent onderzoek van ILVO wees uit dat vier van de zeven visbestanden in de Noordzee gezond zijn: haring, schelvis, schol en makreel. Voor koolvis, tong en kabeljauw is geen maximale duurzame opbrengst mogelijk.

Een tweede schadelijk effect van visserij is de bodemberoering door wekkerkettingen die gebruikt worden om platvis op te schrikken die zich ingegraven heeft in de zeebodem. De Vlaamse vloot bestaat voornamelijk uit boomkorvaartuigen die van deze vistechniek gebruikmaken. Initiatieven om bodemberoering te verminderen, zijn vooral gebaseerd op het lichter maken van alle onderdelen van het vistuig. Een andere optie is de wekkerkettingen vervangen door elektrische pulsen maar de precieze impact van pulskor op platvis is nog niet bekend op langere termijn.

Visserij is wereldwijd één van de meest energie-intensieve methoden voor voedselproductie. Per kilo vis is ongeveer 0,67 liter brandstof nodig om één kilo vis of schaaldieren aan wal te brengen. De Belgische gespecialiseerde vissersvaartuigen verbruiken zelfs 1,82 liter fossiele brandstof per kilo vis. De initiatieven ter verbetering van de energie-efficiëntie kunnen opgedeeld worden in enerzijds de aanpassingen aan het vistuig en de visserijtechnieken en anderzijds de verbetering van de voortstuwing en de energiehuishouding aan boord.

Een derde en laatste belangrijk milieuprobleem zijn afval en plastics, die overvloedig aanwezig zijn in het Belgisch deel van de Noordzee. Jaarlijks zou de toevloed van plastic afval 20.000 ton bedragen. Een belangrijk deel van de plastic fractie bestaat uit visserijgerelateerd afval zoals delen van netten, synthetische touwen en de spekking van boomkornetten. Het Fishing for Litter-proefproject heeft ook aangetoond dat minstens 62 procent van het opgeviste afval afkomstig is van visserij. Denk bijvoorbeeld aan visbakken, netten, metalen kettingen of laarzen.

Meer info: VIRA 2014

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek