Vlaams-Brabant maakt klimaatbalans landbouw op
nieuwsTer gelegenheid van het twintigjarig bestaan van de provincie blikt het Vlaams-Brabantse landbouwloket achter- en vooruit. Leidraad daarbij is het duurzaamheidsconcept: hoe duurzaam is de Vlaams-Brabantse land- en tuinbouw? Omdat de provincie klimaatneutraal wil worden en ze daarbij de hulp nodig heeft van alle steden en gemeenten, werden bij de voorstelling van het duurzaamheidsrapport op Agribex ook tips gedeeld over hoe lokale besturen met gerichte (landbouw)beleidsaccenten het verschil kunnen maken.
Over duurzame landbouw zijn intussen al zo veel dingen gezegd en geschreven dat de provincie Vlaams-Brabant besloot om al het relevante cijfermateriaal te bundelen in één rapport. Voor de presentatie van de publicatie nodigde het landbouwloket de Vlaams-Brabantse steden en gemeenten uit. Voor hen moet het rapport een referentie worden ter ondersteuning van het lokale landbouwbeleid. “Want Vlaams-Brabant is een speciale provincie”, aldus gedeputeerde voor Landbouw Monique Swinnen. “Dichtbevolkt en verstedelijkt, maar tegelijkertijd met een enorm diverse landbouwsector.”
Ondanks die verstedelijking is 58 procent van het Vlaams-Brabantse grondgebied bestemd voor landbouw. Op papier althans, want in de praktijk is maar 47 procent in agrarisch gebruik. Maar ook dat cijfer is nog niet helemaal juist, want als je van dat percentage nog natuur of andere invullingen aftrekt, hou je uiteindelijk nog 42,3 procent over. Een derde van het agrarisch gebied wordt met andere woorden voor andere doeleinden gebruikt. Denk daarbij onder meer aan de verpaardings- en vertuiningstendens.
Net als de rest van Vlaanderen wordt ook de Vlaams-Brabantse landbouwsector gekenmerkt door een stevige schaalvergroting. Terwijl slechts 4 procent van de landbouwbedrijven in 1995 groter was dan 50 hectare was dat in 2010 al 15 procent en vandaag ongetwijfeld nog enkele procenten meer. De bedrijfjes met een areaal kleiner dan 5 hectare verdwenen tijdens diezelfde periode als sneeuw voor de zon: 45 procent van alle bedrijven in 1995, terwijl het er nu nog 26 procent zijn. Tegelijkertijd is ook de vergrijzingstendens merkbaar. Het aantal landbouwers jonger dan 35 jaar viel terug van 10 procent in 1995 naar 3 procent in 2010.
Door de vruchtbare landbouwgronden hoeft het niet te verwonderen dat Vlaams-Brabant proportioneel behoorlijk wat akkerbouwers telt (meer dan 50 procent). Verder vind je weinig voedergewassen en serres in de jongste der Vlaamse provincies, maar des te meer appel- en perenbomen. De helft van al het Vlaamse witloof komt uit Vlaams-Brabant. Wat dierlijke productie betreft spreken de cijfers voor zich: de Vlaams-Brabantse veestapel is goed voor 3,7 procent (of 1.067.842 stuks) van het Vlaamse pluimveetotaal; 2,4 procent (146.382) van de Vlaamse varkensstapel en 8,3 procent (108.246) van de rundveestapel.
Die relatief kleine veestapel zorgt ervoor dat Vlaams-Brabant in vergelijking met de rest van Vlaanderen weinig nitraatoverschrijdingen in MAP-meetpunten telt – 12 procent tijdens het voorbije meetjaar. Enkel Oost-Vlaanderen deed met 10 procent nog iets beter. Het vijfde Mestactieplan bepaalt dat het Vlaamse meetpuntennet tegen 2018 nog maximaal 5 procent rode meetpunten mag tellen. Door die kleine veestapel scoort Vlaams-Brabant ook erg goed wat stikstofdepositie betreft, al ziet het totale plaatje er wel enigszins anders uit als ook het mobiliteitsverhaal mee in kaart wordt gebracht. Over het aantal getroffen bedrijven in het IHD-PAS-verhaal beschikt de provincie nog niet over precieze cijfers.
Als we naar duurzaam bedrijfsbeheer gaan kijken, dan valt op dat de helft (1.903 ha) van de hectaren in Vlaanderen waarop beheerovereenkomsten zijn afgesloten inzake erosiebestrijding in Vlaams-Brabant liggen, vooral in het zuiden van de provincie. Verder scoren ook de beheerovereenkomsten rond soortenbescherming (35% van het Vlaamse totaal) en verminderde bemesting (32%) goed. In totaal loopt op 14 procent van de totale oppervlakte cultuurgrond een beheerovereenkomst. Wat het sociale luik betreft tenslotte, loopt Vlaams-Brabant qua totaal aantal zorgboerderijen (93) achter op de andere provincies. Ter vergelijking: koploper Oost-Vlaanderen telt er 249. Het educatieve initiatief 'Boeren met Klasse' zit dan weer duidelijk in de lift.
Tenslotte werd ook nog een antwoord geformuleerd op de vraag wat gemeenten kunnen doen rond klimaat en landbouw. In de eerste plaats is educatie en bewustmaking belangrijk. Gemeenten kunnen initiatieven als Boeren met Klasse steunen, kunnen korte ketenprojecten een duw in de rug geven en kunnen ook de bewustmaking rond duurzame consumentenkeuzes aanwakkeren. Naar landbouwers toe kan landschapsintegratie gepromoot worden, kunnen activiteiten rond duurzame landbouw breed gecommuniceerd worden en via het vergunningenbeleid kunnen bedrijven gestimuleerd worden om te investeren in stallen met klimaatregeling en installaties voor hernieuwbare energie.
Verder moeten gemeenten voldoende grond voorzien in aaneengesloten gebieden enerzijds, en zo dicht mogelijk bij dichtbevolkt gebied anderzijds. De korte keten kan ondersteund worden via vergunningen voor daartoe bestemde gebouwen of via aangepaste bewegwijzering. Om het goede voorbeeld te geven kan een gemeente tijdens eigen evenementen of recepties lokale producten aanbieden en marktplaatsen voorzien of creëren voor lokale initiatieven. Hier kunnen Vlaams-Brabantse steden, gemeenten en verenigingen meer informatie vinden over subsidies voor duurzame milieu- en klimaatprojecten.
Het volledige duurzaamheidsrapport vindt u hier.