Vierhonderd Vlaamse boeren werken samen in machinering
nieuwsEr zijn in Vlaanderen, verspreid over de vijf provincies, 27 machineringen actief waarin landbouwers zich verenigen om de kosten van dure machines te delen. Zo’n machinering telt in meer dan de helft van de gevallen maar een handvol leden, maar dat kunnen er ook meer zijn. Bij de grootste coöperatie van deze soort zijn een 70-tal boeren aangesloten. Dat komen we te weten door een schriftelijke vraag die Vlaams parlementslid Francesco Vanderjeugd (Open Vld) stelde aan minister Schauvliege. De minister legt ook uit dat de overheid de werking van deze machineringen niet rechtstreeks subsidieert, maar via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds wel steun verleent aan gezamenlijke investeringen in landbouwmachines.
In Vlaanderen zijn er bijna 400 boeren die inzien dat ze met collega’s kunnen samenwerken om de kosten te delen van landbouwmachines. Om de machines op meer dan één landbouwbedrijf te kunnen inzetten, bundelen zij hun krachten in een machinering. Momenteel zijn er 27 zulke machinecoöperaties actief. Voor het mislopen van investeringssteun hoeven leden-landbouwers niet te vrezen want machineringen kunnen net zo goed als een individuele landbouwer bij het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) aankloppen.
De voorbije twee jaren ontving het VLIF telkens een 20-tal steunaanvragen van machineringen en keerde ook iedere keer steun uit. In 2013 werd gemiddeld ongeveer 8.200 euro uitbetaald, in 2014 lag dat bedrag (bijna 4.300 euro) een stuk lager. Dat weerspiegelt zich ook in de totale som steun die alle machineringen samen ontvingen: 147.000 euro in 2013 en 107.000 euro in 2014.
In zijn schriftelijke vraag lijkt Open Vld’er Francesco Vanderjeugd te suggereren dat er een probleem kan zijn met machineringen die loonwerk uitvoeren voor niet-leden. Reguliere loonwerkers kunnen immers geen beroep doen op VLIF-subsidies. “Loonwerk verrichten bij derden kan geen doelstelling zijn van machineringen”, beaamt Joke Schauvliege. “De steun heeft immers tot doel landbouwers te stimuleren om gezamenlijk machines aan te kopen om ze zelf te gebruiken.” Vooraleer het VLIF een cent uitkeert, worden een aantal voorwaarden gecontroleerd zoals de doelstellingen van de machinecoöperatie, het aantal leden, het aandeel landbouwers onder de leden, enz.