duiding

Valerie Vercammen (CBB)

duiding
"Zonder marktregulering worden de bietenplanters uitgeperst"
11 april 2013  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:53
Lees meer over:

Onder impuls van de Europese beleidsmakers heeft de suikersector het laatste decennium een metamorfose ondergaan: in heel Europa sloot 45 procent van de suikerfabrieken de deuren en hielden 140.000 bietenplanters het voor bekeken. “Er is te drastisch hervormd”, zegt Valerie Vercammen, secretaris-generaal van de Confederatie van de Belgische Bietenplanters (CBB). Maar anderzijds is de sector er wel performanter en productiever door geworden, ook bij ons: “België speelt in de Champions League wat productierendement betreft”, aldus Vercammen. Wat zijn de perspectieven wanneer de suikerquota afgeschaft worden? Is de bietensector klaar voor de concurrentie met rietsuiker? En wat met de forse opmars van stevia?

Voor de lezers die jullie niet kennen, wat doet CBB precies?
Valerie Vercammen: CBB, of voluit de Confederatie van de Belgische Bietenplanters, werd opgericht in 1965 en is de officiële beroepsorganisatie voor meer dan 8.200 Belgische suikerbietentelers. In die hoedanigheid vertegenwoordigt en verdedigt ze de belangen van de telers op lokaal, regionaal, nationaal én internationaal niveau, via de Europese Confederatie van suikerbietplanters (CIBE) en de Wereldfederatie van suikerbietplanters en suikerriettelers (WABCG). In België overkoepelt CBB vier regionale plantersverenigingen, twee aan elke kant van de taalgrens, en handelt ze zoveel mogelijk in overleg met de Vlaamse en Waalse algemene landbouwfederaties Boerenbond, Algemeen Boerensyndicaat (ABS) en de Fédération Wallonne de l’Agriculture (FWA). Concreet organiseert CBB de controle van de bietenreceptie in de fabrieken, beheert het de participatie van de suikerbietplanters in de suikerondernemingen, sluit het interprofessionele akkoorden af voor de sector, stimuleert het onderzoek via het Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet (KBIVB) en informeert het tenslotte via de website en het infomagazine ‘De Bietplanter’.

Als nationale sectororganisatie zijn jullie eerder een uitzondering in vergelijking met de hoofdzakelijk regionale belangenorganisaties. Wat is de meerwaarde?
suikerbiet1.jpgCBB coördineert de werking van de vier regionale federaties. In 2010 hebben we onze organisatie gereorganiseerd volgens de Belgische staatsstructuur en de twee Belgische suikergroepen, ISCAL Sugar en de Tiense Suikerraffinaderij. De Vlaamse bietenplanters vertegenwoordigen 33,6 procent van het totale nationale quotum, de Waalse 66,4 procent. De CBB heeft steeds over de taalgrens heen gekeken en dat willen we ook zo houden: als we met één stem spreken staan we sterker. Het is wel zo dat er enkele mentaliteitsverschillen bestaan tussen het noorden en het zuiden, maar tijdens onderhandelingen trekken we steeds aan hetzelfde zeel. Een samenwerking is trouwens niet meer dan logisch: zo komt de aanvoer van suikerbieten voor de ISCAL-fabriek in Fontenoy hoofdzakelijk uit Vlaanderen en voert de suikerfabriek in Tienen ook heel wat Waalse bieten aan. De verschillen tussen de Vlaamse bietenteelt en de Waalse liggen in de lijn van wat de landbouwsector in beide gewesten onderscheidt: de Waalse akkerbouwbedrijven zijn gemiddeld groter. In Vlaanderen bedraagt het suikerbietenareaal 25.000 hectare, in Wallonië 40.000.

“De Europese hervormingen van 2006 waren te drastisch, maar hebben de sector wel veel efficiënter gemaakt”

In 2006 werd de sector ingrijpend hervormd door Europa. Hoe evalueer je de impact nu, zoveel jaar later?
suikerfabriek tienen1.jpgDe hervormingen hebben voor een drastische afslanking van de sector gezorgd. Té drastisch, denk ik. In heel Europa gingen 16.500 banen verloren door het sluiten van 45 procent van de suikerfabrieken, en stopten 140.000 bietenplanters met het telen van suikerbieten. Langs de andere kant heeft de koerswijziging voor een natuurlijke selectie gezorgd: de meest performante bedrijven zijn overgebleven, en zowel fabrieken als telers zijn efficiënter gaan werken. Fabrieken hebben hun minst rendabele eenheden afgestoten en tegelijkertijd zijn de campagnes voor de suikerfabrieken veel langer geworden door een halvering van het aantal Belgische fabrieken: van zes naar drie. Ook wat onderzoek en ontwikkeling betreft hebben de hervormingen voor een stevige impuls gezorgd. In Frankrijk wil men in het kader van het Aker-onderzoeksproject een rendementsstijging realiseren die ons in de buurt brengt van de beoogde 20/2020-doelstelling: 20 ton suiker per hectare in 2020. Ook het Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet (KBIVB) voert gericht onderzoek naar ziekteresistentie, verbeterde teelt- en bewaartechnieken en efficiënter gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen en is er op haar proefvelden, in ideale omstandigheden, al in geslaagd een suikeropbrengst van 20 ton per hectare te realiseren. Kortom, de sector heeft zichzelf noodgedwongen opnieuw uitgevonden na 2006.

Hebben jullie een goed oog in het resultaat van de huidige onderhandelingen tussen Raad, Parlement en Commissie?
We volgen de Europese besluitvorming van zeer dichtbij via CIBE, onze Europese koepel. Momenteel is het nog koffiedik kijken wie van de drie Europese organen zijn wil zal doordrijven tijdens de zogenaamde trialoog. De Commissie wil het huidige suikerreglement stopzetten in september 2015, de Raad stelt een stopzetting in 2017 voor, en het Parlement tenslotte wil het suikerreglement verlengen tot 2020, waarmee het de vraag van de suikerbietsector volgt. Vanuit CBB zijn we ontgoocheld over de manier waarop de Europese Raad haar standpunt heeft ingenomen. Het suikerdossier is er tijdens de onderhandelingen stiefmoederlijk behandeld waardoor EU-voorzitter Ierland met een voorbarig compromis op de proppen kwam waar we helemaal niet tevreden mee kunnen zijn. Bovendien is de logica van EU-landbouwcommissaris Ciolos contradictorisch: enerzijds wordt verkondigd dat we als sector meer moeten produceren om meer te exporteren, anderzijds heeft de hervorming van 2006 voor een halvering van het aantal suikerfabrieken gezorgd en dus ook een halvering van de productiecapaciteit.

In de visie van de Europese Commissie moet suiker op basis van suikerbieten concurrentieel worden met rietsuiker, maar hoe realistisch is dat?
suikerfabrieka.jpgHad je die vraag 10 jaar geleden gesteld, dan zou dat onmogelijk geleken hebben. Maar zoals gezegd wordt er qua productiviteit enorme progressie gemaakt. Op dit moment ligt de productiekost van rietsuiker in Brazilië, de absolute referentie wat suikerriet betreft, nog steeds zo’n 30 procent lager dan de productiekost van suiker in Europese toplanden als Frankrijk, Nederland en België. Maar Brazilië is een groeiland, en de loonkosten zijn er sterk aan het stijgen. In sommige regio’s zijn de loonkosten op amper vier jaar tijd verdubbeld.

“Voorlopig is een eerlijke concurrentie met rietsuiker onrealistisch”

Ook de logistiek en het transport vormen er een grote uitgavenpost. Mede daarom voorspelt de suikerrietsector zelf dat het kostenverschil tussen riet- en bietensuiker tegen 2020 ongeveer gelijk zal zijn. Maar dat is nog zeven jaar. Op dit moment is een eerlijke concurrentie nog steeds onrealistisch. Ik verwees daarnet naar het streefdoel van 20 ton suiker per hectare. Wel, Polen, toch de derde grootste bietenproducent in Europa, realiseert nu een gemiddelde opbrengst van 9 ton per hectare. Precies daarom vragen we een verlenging van het huidige suikerreglement tot 2020.

Welke invloed zou het afschaffen van de quota en de deregulering van de handel hebben op de Belgische en Europese bietensector?
suiker2.jpgDe Europese Commissie wil een vrije handel, een volledige deregulering. En in een optimaal functionerende markt is dat goed. Maar de realiteit van de suikersector is een oligopolistische markt: in België heb je langs de ene kant meer dan 8.000 bietenplanters, tegenover 2 suikerfabrieken. Als de huidige suikerregeling volledig verdwijnt, zullen bietentelers uitgeperst worden. Wij zijn ervan overtuigd dat een minimale regulering absoluut nodig is. De vergelijking met de melkveesector wordt vaak gemaakt, maar de quotaregeling is niet het belangrijkste luik uit die regeling. Het zijn de interprofessionele akkoorden of IPA’s en de minimum bietprijs die de bietenplanter het meeste garantie geven op een stabiele markt en een goede prijs. Vergeet niet dat de suikerfabrikanten en de bietenplanters onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, ze kunnen niet zonder elkaar.

“Zonder suikerquota daalt de bietenprijs”

Het huidige reglement zorgt voor een faire verdeling van de toegevoegde waarde over de hele productieketen, maar een gedereguleerde suikermarkt zal de onderhandelingen tussen landbouwer en suikerfabrikant scherper maken. Bij de afschaffing van de quota zou de suikerprijs volgens berekeningen met 4 à 5 procent dalen, en de bietenprijs met 10 à 20 procent. Europa verbiedt prijsafspraken, maar een correcte graad van regulering is nodig en zou die daling kunnen opvangen. Als dat niet het geval is, dan zullen veel bietenplanters afhaken. Vraag aan eender welke akkerbouwer of hij nog bieten zou telen als de opbrengst 20 procent lager zou liggen. Ze zullen allemaal nee antwoorden.

De teelt en raffinage van stevia is in 2011 door Europa vrijgegeven. Hoe reëel is de bedreiging van stevia voor de suikerproductie uit bieten?
stevia 2_inagro.jpgOp de vraag of stevia in de toekomst een bedreiging voor de suikersector vormt, antwoord ik ja en nee. In bepaalde frisdranken kan het suiker vervangen als zoetende stof. Maar de productiekosten van stevia zijn momenteel nog aan de hoge kant, en ook de smaak kan haar opmars stuiten. Door de specifieke, anijsachtige nasmaak past stevia in sommige (fris)dranken, zoals thee, maar smaakt het bijvoorbeeld echt niet lekker in koffie. Bovendien is suiker meer dan een zoetstof: het is ook een bind- en bewaarmiddel, en speelt een belangrijke rol bij het karamelliseren. Maar er is zeker een plaats voor stevia op de markt. De beide Belgische suikergroepen zijn trouwens al bezig met de verwerking van stevia. In Japan is stevia al langer toegelaten en heeft het een marktaandeel van 40 procent onder de zoetmiddelen. Wij zien stevia niet als grote concurrent voor suiker, maar wel als alternatief voor aspartaam en andere kunstmatige zoetstoffen.

Volgen jullie de discussie omtrent de neonicotinoïden en hun vermeende rol in de sterfte van bijen? Blijft de zaadbehandeling van suikerbietenzaden met deze middelen buiten schot?
Wij volgen dit dossier inderdaad op via onze Europese koepelfederatie CIBE, maar als bietensector staan we min of meer buiten de discussie, omdat suikerbieten geen bijen aantrekken. In een recente studie van de Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) worden suikerbieten als “niet-aantrekkelijk voor bijen” beschouwd. Wel is het zo dat er door onze bietenplanters steeds minder gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, en dat terwijl het rendement stijgt. Het verminderd gebruik is deels te danken aan wetenschappelijk onderzoek, anderzijds wordt het ook opgelegd door het lastenboek van het Integraal Keten Kwaliteit Beheersysteem (IKKB). Bovendien vormt de aankoop van gewasbeschermingsmiddelen ook een serieuze hap uit de het budget van de bietenplanters en vraagt de consument steeds meer om een duurzaam productieproces en eindproduct. Zowel ISCAL (vanaf dit jaar) en de Tiense Suikerraffinaderij (vanaf volgend jaar) verwachten van hun leveranciers IKKB-conforme bieten. Zo besteedt ook de suikerbietensector aandacht aan de bescherming van de bodem- en waterkwaliteit en de biodiversiteit.

Na de prijspiek eind 2010 is de suikerprijs op de wereldmarkt de laatste twee jaar vooral gedaald. Hoe kwetsbaar is de sector voor de prijsvolatiliteit van een steeds minder gereguleerde suikermarkt?
Suiker is enorm gevoelig voor prijsvolatiliteit. Ook daarom pleiten we voor het behoud van de huidige suikerregeling: ze is een uiterst geschikt instrument om die volatiliteit in te dijken. Tot nu toe was het zo dat we een onderscheid maken tussen ‘quotumsuiker’ en ‘buitenquotumsuiker’. Quotumsuiker is bestemd voor consumptie, terwijl de buitenquotumsuiker wordt verwerkt, geëxporteerd, of overgedragen naar de volgende suikercampagne. De suiker buiten quotum kan onder bepaalde omstandigheden ook geherklasseerd worden als quotumsuiker, waardoor de marktsituatie steeds beheersbaar blijft en op elk moment kan worden bijgestuurd. Het klopt dat de huidige wereldprijs voor suiker laag lijkt door de prijspiek eind 2010, maar los daarvan is de prijs vandaag relatief hoog.

“Hoe meer de suikermarkt wordt gedereguleerd, hoe meer de bietenplanter zal worden blootgesteld aan prijsvolatiliteit”

Sinds 2006 moet Europa 25 procent suiker invoeren, en dat heeft, in combinatie met een wereldwijd stijgende vraag naar suiker, voor een significante prijsstijging gezorgd. Ook de boer profiteert van die meerprijs. Het is vooral de consument die het grootste slachtoffer is van een hoge suikerprijs. Dat valt onder meer te verklaren door de theorie van het bakje friet: een hogere grondstoffenprijs wordt meteen doorgerekend, terwijl prijsdalingen niet in rekening worden gebracht. Maar zonder het huidige suikerreglement zal ook de boer ten prooi vallen aan een instabiele suikerprijs. Want hoe afhankelijker we worden van de wereldmarkt en hoe meer de suikermarkt wordt gedereguleerd, hoe meer we blootgesteld worden aan volatiliteit.

Schaalvergroting lijkt voor vele land- en tuinbouwers de beste/enige remedie om het bedrijf rendabel te houden. Geldt dat ook voor de Belgische bietentelers? Of steken de quota daar een stokje voor?
bioboeren.zaaien2.jpgDe quota worden per land en per suikerfabriek toegekend en in die zin beperken ze inderdaad schaalvergroting. Anderzijds blijven er in België na de hervorming van 2006 slechts 2 suikergroepen en 3 suikerfabrieken over. Deze fabrieken draaien nu al bijna op maximumcapaciteit. Meer bieten telen, zal dus weinig zin hebben aangezien ze toch niet verwerkt kunnen worden. Het zijn met andere woorden niet zozeer de quota, maar vooral de gelimiteerde productiecapaciteit van de fabrieken die een verdere groei van de sector in België tegenhouden. Dit jaar hebben de Belgische suikerfabrieken de planters zelfs geadviseerd om zo’n 3 à 5 procent minder in te zaaien. Door de quota op te heffen, wil de Europese Commissie de meest productieve telers de kans geven om meer te produceren, en de suikerfabrieken laten profiteren van de opportuniteiten op de wereldmarkt. Maar zoals we net zagen is het productieplafond in België bereikt, en ook meer exporteren behoort niet tot de mogelijkheden. De Wereldhandelsorganisatie (WHO) heeft Europa namelijk een exportbeperking van 1,35 miljoen ton suiker per jaar opgelegd. En de Europese Commissie heeft van de WHO vooralsnog geen enkele garantie gekregen dat een afschaffing van de quota zal leiden tot de opheffing van dit exportmaximum.

In Nederland verenigen de bietentelers zich in een coöperatie (Cosun). Hoe is het in de Belgische bietensector gesteld met de coöperatieve gedachte? De Belgische bietplanters hebben nu al 2 coöperatieve vennootschappen om hun financiële participatie in de Tiense Suikerraffinaderij en in ISCAL Sugar te beheren: SOPABE-T en SOPABE. Van alle bietenplanters participeert 98 procent in SOPABE en SOPABE-T. Deze coöperaties vertegenwoordigen 6 procent van het kapitaal van ISCAL, en 0,6 procent van het kapitaal van de Tiense Suikerraffinaderij. Voor de fabrieken zijn de onderhandelingen met 1 gesprekspartner makkelijker, maar verder blijft de participatie van coöperaties in België vooralsnog beperkt. Ik denk dat de fabrieken graag baas blijven in eigen huis, al is participatie wel een symbolische erkenning van de samenwerking. Naar de toekomst toe denk ik dat de producentenorganisaties een belangrijke rol kunnen spelen in het post-quotatijdperk: ze zullen een aantal marktregulerende taken op zich moeten nemen om de prijsbelangen van de suikerbietentelers te verdedigen.

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek