duiding

Thierry Smagghe - Febev

duiding
"Geen grof industrievarken, alstublieft"
2 maart 2009  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:52
Lees meer over:

Veva en ABS roepen de varkenshouders op niet langer te leveren aan Vion. Een Nederlands vakblad heeft iets te onverbloemd de ambities van het vleesconcern in Duitsland verwoord: een groter marktaandeel veroveren zodat de varkensprijs kan zakken. Over de wrevel in de Vlaamse varkenskolom gingen we praten met Thierry Smagghe van Febev, de federatie die in ons land de slachthuizen en uitsnijderijen groepeert.

Enkele maanden geleden leek de varkenshouderij aan de beterhand na een aanslepende crisis als gevolg van hoge voederprijzen. Intussen luidt de sector echter opnieuw de alarmbel. Wat is de precieze oorzaak?
Thierry Smagghe: De Europese varkensexporteurs lijden onder de dollarkoers, die de uitvoer naar derde landen bemoeilijkt. Over exacte cijfers beschik ik niet, maar ik merk wel dat het aantal aanvragen voor exportcertificaten bij onze leden gedaald is. Daarnaast is de vraag in China en een aantal andere belangrijke importeurs van varkensvlees substantieel gedaald. Zelf exporteren we niet zoveel varkensvlees naar exotische bestemmingen, maar als de Denen er hun volumes niet kwijtraken, belanden die finaal op de Europese markt. Het gevolg is dat we met een overaanbod kampen, ondanks het feit dat in Europa de varkensproductie de voorbije maanden gedaald is en de vraag vooralsnog standhoudt. En dan is er tot slot nog de prijs van het krachtvoeder. Die is enigszins genormaliseerd, maar blijft toch relatief hoog. Misoogsten die de prijs van landbouwgrondstoffen ineens weer fors zouden doen stijgen, kunnen de varkensboeren op dit ogenblik missen als kiespijn.

Gelukkig blijft de vraag naar varkensvlees in Europa voorlopig op peil?
Dat geldt voor de oude EU-lidstaten. We volgen met argusogen wat in de nieuwe lidstaten gebeurt, bijvoorbeeld in Polen. Dat land voert traditioneel heel wat varkensvlees in, maar de Poolse munt laat het momenteel afweten. De problemen met de zloty dreigen de verzadiging van de Europese varkensmarkt nog te verergeren. De muntdevaluaties in deze landen hangen nauw samen met de conjunctuur in Rusland. Door de lage olieprijzen is in dat land de crisis erg voelbaar, en in die spiraal worden de Oost-Europese landen meegesleurd.

Op welke manier worden de slachthuizen geconfronteerd met de precaire marktsituatie?
Die hebben in januari een loonindexering van 4,61 procent moeten slikken, waardoor de negatieve marge van onze bedrijven nog verder aangedikt wordt. In 2008 hebben de slachthuizen op de klassieke slacht en versnijding van varkens een negatieve brutomarge van acht euro per varken geboekt. De balans kleurt dus rood, ook al kunnen de slachterijen de pijn enigszins verzachten met extra activiteiten zoals de productie van brochettes en bereide gerechten. Ook de verkoop van de diepvriesstocks die in 2007 met Europese steun werden aangelegd, heeft voor wat zuurstof gezorgd. Maar als de huidige problemen nog het hele jaar aanhouden, vallen er gegarandeerd faillissementen, en niet weinig zelfs. Dat geldt overigens voor de hele productieketen.

De Vlaamse varkenssector is erg afhankelijk van de export naar de Duitse markt. Ook daar knelt het schoentje op dit ogenblik?
Een deel van het varkensvlees moet beantwoorden aan de normen van de Duitse kwaliteitsstandaard QS. Vroeger bleef dat aandeel relatief beperkt, maar sinds de dioxinecrisis in Ierland is het in die mate gestegen dat Vlaanderen niet of nauwelijks aan de vraag kan voldoen. Je moet weten dat enkel Certus-varkens gelijkgeschakeld zijn met de QS-norm. Vorig jaar kreeg slechts vijftien procent van de in Vlaanderen geslachte varkens het Certus-label. Een mogelijke oplossing bestaat erin om onze Certus-productie te verdubbelen, maar dat zou de productiekost onnodig belasten door het feit dat de productie-eisen van Certus in de praktijk veel strenger zijn dan die van QS. Daarom rekenen we erop dat Codiplan, de beheerder van de autocontrolegidsen in de primaire sector, tot een onderhandelde oplossing kan komen met de vertegenwoordigers van QS. Dit moet mogelijk zijn omdat Duitsland door zijn toenemende export steeds meer vragende partij is voor zowel biggen als vlees uit het buitenland. Ze hebben de Vlaamse varkens nodig.

Wat kan de overheid doen om de crisis in de varkenshouderij te temperen?
(zonder aarzelen) Een verhoging van de investeringssteun, ook voor de slachthuizen. Vorig jaar hebben we samen met Fenavian een beroep kunnen doen op 3,2 miljoen euro uit het Landbouwinvesteringsfonds. We juichen de nieuwe oproep voor dit soort steun aan voedingsbedrijven toe, want het is van groot belang dat we in deze moeilijke tijden niet achterop raken door een gebrek aan investeringen. We pleiten ervoor dat deze investeringssteun uitgebreid zou worden naar vervangingsinvesteringen. Vandaag komen enkel milieu-,energie- en innovatieprojecten in aanmerking.

Minister-president Kris Peeters beweegt hemel en aarde om exportsubsidies los te weken bij Europa.
Dat is hooguit een tijdelijke oplossing. Bovendien halen exportsubsidies hun beste rendement wanneer er een sterke vraag is in het buitenland, en die is er dus niet. De bedragen die uitgekeerd worden indien Europa zijn fiat zou voor deze maatregel zou geven, zijn ook niet van die aard dat ze écht het verschil kunnen maken.

Pleiten jullie dan voor nog eens een rondje private opslag van varkensvlees?
Zeker niet. Het heeft op dit ogenblik geen zin om het vlees gedurende enkele maanden te stockeren, om het meteen daarna weer op de markt te dumpen. Op die manier zet de prijs van het diepvriesvlees die van het verse vlees onder druk. Twee jaar geleden was dat een welgekomen maatregel, maar niets wijst erop dat er deze zomer een extreem hoge vraag naar varkensvlees zal zijn.

De aanhoudende crisis is koren op de molen van pleitbezorgers voor een verdere afbouw van de veestapel.
In die val mogen we zeker niet trappen. Op middenlange termijn zal de vraag naar varkensvlees ongetwijfeld weer stijgen als gevolg van de toenemende welvaart in grote delen van de wereld. In China is de economische groei gehalveerd, maar die bedraagt nog altijd zes à zeven procent. En India gaat ook nog altijd vooruit. De vraag naar varkensvlees zit structureel in de lift, alleen zitten we nu als gevolg van de economische crisis even in een dalletje.

In een Nederlands vakblad heeft Vion zijn ambities op de Duitse markt nogal onverbloemd verwoord. Wat vindt u van de oproep van Veva en het ABS om de leveringen aan het Nederlandse vleesconcern te boycotten?
Ach, de strategie van Vion is al jaren dezelfde. Wat het allemaal moeilijk verteerbaar maakt, is dat die aanpak deels gefinancierd wordt met geld van de Belgische slachthuizen. De balans van de varkensslacht en vleesverwerking kleurt bij Vion evengoed bloedrood, maar door een aantal randactiviteiten kan het bedrijf veel cash genereren. Zo is het in ons land eigenaar van Rendac.

Dat bedrijf kan voor de verwerking van dierlijk afval teren op het monopolie dat het in de schoot geworpen krijgt?
Natuurlijk. Die situatie zit al jaren scheef door het verkeerde beleid dat de regionale overheden in ons land gevoerd hebben. Met de Waalse overheid zit Febev in vergevorderde onderhandelingen om een oplossing uit te werken. We beschikken al over een locatie en hopen snel een verwerkingsinstallatie te kunnen bouwen. In Vlaanderen hebben we gesprekken gevoerd met OVAM, maar die hebben tot hiertoe niet veel opgeleverd. We hebben de hulp ingeschakeld van Kris Peeters, want op dit terrein kan hij echt iets doen aan het rendement van onze varkenssector.

Vindt u dat Vion zich door zijn agressieve marktopstelling niet op de rand van het fatsoen bevindt?
Het zijn Nederlanders, hé. Ik heb zeker begrip voor de syndicale reactie van onze landbouworganisaties. We willen hen zelfs graag helpen om alle varkens in onze slachthuizen te houden. Vooral vanuit de grensstreek worden wekelijks een paar duizenden varkens over de grens weggevoerd. Op een totaal aantal van 200.000 slachtingen is dat niet zoveel, maar alle beetjes helpen. De slachthuizen en varkensboeren in ons land hebben elkaar nodig.

Moeten we er bang voor zijn dat Vion zich straks inkoopt op de Belgische markt?
Geruchten hierover doen al tien jaar de ronde. Het is koffiedik kijken wat de toekomst brengt.

Er is een tijd geweest dat de buitenlanders vol afgunst keken naar de productieresultaten die onze varkenshouders boekten. Wat blijft van onze voorsprong nog over?
Er is nog altijd een verschil, maar we zijn de voorbije jaren minder snel vooruitgegaan dan onze concurrenten. Dat is ook logisch, want hoe hoger de productieresultaten zijn, hoe moeilijker het is om het rendement bijkomend te verhogen. Het is zeker niet zo dat onze varkenshouders in slaap zouden gewiegd zijn. We hebben natuurlijk een forse handicap door de complexe milieumaatregelen. In Nederland zijn die gelijkaardig, maar daar heeft het beleid een goeie tien jaar geleden de boeren zwaar betaald om de markt te saneren. In Vlaanderen hebben we nooit iets gelijkaardig gekend.

Is onze marktopstelling in het buitenland assertief genoeg?
Onze versnipperde slachthuissector heeft over de landsgrenzen natuurlijk niet dezelfde slagkracht zoals multinationals. Maar kijk ook eens naar onze troeven: we beschikking in Vlaanderen over familiale bedrijven, die goed gestructureerd zijn en veel knowhow in huis hebben. Door hun flexibiliteit kunnen ze zeer snel inspelen op marktbehoeften, ook ver weg van huis als het moet. We proberen exportprotocollen met China en Australië rond te krijgen. Twee weken geleden hebben we bij onze federatie nog Russen over de vloer gehad.

Belet de dominante positie van het piétrainvarken onze bedrijven niet om een grotere rol van betekenis te spelen op de internationale bulkmarkt?
De meningen over dit onderwerp zijn sterk verdeeld. Ik ben ervan overtuigd dat we ons moeten blijven onderscheiden van het buitenland. Dat kan met het piétrainvarken, dat uitblinkt door zijn sterk ontwikkeld karkas, extreme gespierdheid en het ontbreken van een dikke speklaag. Dat levert een heel hoog versnijdingsrendement op. Een enquête heeft eind vorig jaar nog uitgewezen dat de Duitsers het Belgische varkensvlees meer appreciëren dan het Nederlandse. Met een grof industrievarken moeten we niet proberen te concurreren tegen landen zoals de Verenigde Staten of Canada, waar men over genoeg ruimte beschikt om veel goedkoper varkens te produceren.

Een groot deel van ons kwaliteitsvlees wordt in Duitse worsten gedraaid. Is dat geen verspilling van rendement?
Je mag dat ook niet overdrijven. Hespen en carrés maken nog altijd het grootste deel uit. Een varken is meer dan een buik alleen, hé.

Volgens critici is het classificatiesysteem in onze slachthuizen minder efficiënt georganiseerd dan in onze buurlanden?
Ons probleem is dat de gebruikte formules in veel slachthuizen een tiental jaar oud zijn, terwijl de aangevoerde varkens blijven evolueren. Vorig jaar werd wel een nieuw toestel geaccrediteerd, waarna versnijdingsproeven uitgevoerd werden om dat te ijken. Sindsdien hebben vijf grote slachthuizen samen geïnvesteerd in hun classificatie. De overige bedrijven zouden wat Vlaamse steun goed kunnen gebruiken om de bestaande apparatuur te herijken. Het gaat om niet meer dan een paar tienduizenden euro’s. Als die investering gebeurd is, komt het er voor de boeren op aan om nauwkeurig de markt in de gaten te houden. Momenteel gebeurt dat nog onvoldoende, maar de landbouworganisaties werken hard aan die bewustwording.

Hoe evolueert het aantal varkensslachtingen in ons land?
Dat aantal is vorig jaar stabiel gebleven op iets meer dan elf miljoen. De export van karkassen stijgt wel ten koste van de uitvoer van versneden vlees. Deze onrustwekkende trend blijft zich doorzetten als gevolg van de hoge loonkost bij ons. In Duitsland kan je een arbeider tewerkstellen voor een handvol euro’s per uur, terwijl onze bedrijven 26 à 27 euro moeten ophoesten. Ook in dit dossier zou Peeters de sector vooruit kunnen helpen.

Door de economische recessie moet het ene na het andere bedrijf saneren of zelfs vestigingen sluiten. Onze familiale slachthuizen blijven ondanks alles lustig verder draaien, zonder enige consolidatie in de sector?
(lacht) Ze gunnen elkaar zelfs het verlies niet. Ik verwacht dan ook geen wereldschokkende verschuivingen door de huidige crisis. Uiteindelijk zijn de balansen van onze bedrijven niet veel slechter dan die van Vion. Hier en daar wordt overigens wel wat onderling samengewerkt. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het ophalen van bloed.

Wanneer schijnt er voor de varkenssector licht aan het einde van de tunnel?
Daarvoor is het wachten op het einde van de economische crisis. De eerstkomende maanden gaan we er zeker niet uitgeraken. Anderzijds moet je ook een en ander relativeren. Vorig jaar heeft de voedingsindustrie bijkomende jobs gecreëerd, terwijl de tewerkstelling in bijvoorbeeld de automobielindustrie fors gedaald is. Het vel van onze runderen is niks meer waard omdat de autofabrikanten minder leder nodig hebben. Maar wij doen geen vestigingen dicht en ik geloof ook niet dat er massaal ontslagen zullen vallen, ook al duurt de crisis in de varkenssector nu al drie jaar. We houden vol. 

PollZijn exportsubsidies een goed instrument om de huidige crisis in de varkenshouderij te verzachten?

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek