Stoutste dromen worden werkelijkheid in varkenshouderij
nieuwsZoals een sporter de spieren losgooit voor een topprestatie, zo warmden de aanwezigen op de X100-varkenstop in Hasselt hun brein op met associatieoefeningen. Dat moest ook wel want de originele opdracht luidde om in termen van oplossingen te denken zonder eerst stil te staan bij de grote problemen waar de varkenshouderij mee kampt. Procesbegeleider Philippe Beliën deed beroep op het improvisatietheatergezelschap ‘Inspinazie’ om duidelijk te maken dat in een toekomstvisioen geen plaats is voor de ‘ja , maar …’ die je in Vlaanderen zo vaak hoort. Tijdens de tweede van drie bijeenkomsten lieten de aanwezigen hun ideeën over thema’s als samenwerking, marktwerking, imago en financiering de vrije loop.
Woensdagavond kwamen in het Provinciehuis van Hasselt tientallen mensen samen voor de X100-varkenstop, een strategische denkoefening over de toekomst van de sector met een brede groep stakeholders. De tweede van drie bijeenkomsten werd door procesbegeleider Philippe Beliën aangekondigd als “de meest spannende”. Door de aanwezigen werd dat ook zo ervaren, onder meer vanwege de creatieve methode die eerst wat onwennig aanvoelde.
Een week eerder werden de sterke punten van de varkenssector blootgelegd. Sommige sterke punten hoeven geen uitleg: vakkennis, vernieuwing, samenwerking, structuur en organisatie. Andere weet Beliën treffend te omschrijven: “Bij elk succesverhaal is er altijd iemand die er van bij het begin in heeft geloofd. Er is ook lef nodig, het durven doen. Realiseer je dat je altijd met mensen (samen)werkt. Je kan niet alles zelf weten. Laat je daarom uitdagen door externe hulp. Als je goed bezig bent, hou dan vol want zo maken succesvolle mensen het verschil.”
Op de eerste bijeenkomst werden ook 15 thema’s gekozen waarrond de sector aan visievorming wil doen. Nu was het tijd voor de droomfase: “Het is 2021. Je ontwaakt en hebt meteen door dat er iets wezenlijk veranderd is op professioneel vlak. Je kan je ogen niet geloven. Je stoutste dromen zijn uitgekomen. Je bedrijf bruist als nooit tevoren. De hele sector heeft een totale metamorfose ondergaan. Iedereen doet waar hij het best in is. Precies vijf jaar eerder hadden 75 mensen de koppen bij elkaar gestoken om de sector voor alle partijen duurzaam te maken. Iedereen werd er beter van. De koek werd in zijn geheel groter.”
“Hoe ziet die ideale toekomst eruit?”, wou Beliën van de X100-denkers weten. “Denk aan het ideaal want in deze fase stilstaan bij de haalbaarheid kan verlammend werken. Geen ‘ja maar’, wel: ‘we wisten niet dat het niet kon en daarom hebben we het gedaan’.” VILT kwam in eerste instantie terecht in een kleine werkgroep rond het transformatiethema imago en merkcreatie. Daar werd met een gezonde portie jaloezie naar Coca-Cola gekeken, niet omwille van het product want het suikerig goedje is de vergelijking met heerlijk varkensvlees niet waard maar wel vanwege het ijzersterke imago waarop de frisdrank kan terugvallen. Stel je voor dat Vlaams varkensvlees zo’n sterk merk zou zijn en zo'n onaantastbaar imago zou hebben. Als er ooit al een vettaks komt, dan zou iedereen accepteren dat er voor varkensvlees goede redenen zijn om daarop een uitzondering te voorzien. Journalisten zouden veel kritischer zijn in hun soms ondermaatse verslaggeving over onderzoeken die bij nader inzien helemaal niet zo negatief zijn over (varkens)vlees. En het product zou bij de consument spontaan warme gevoelens voor de producent oproepen.
Het WHO-rapport over rood vlees en vleeswaren zette kwaad bloed bij varkenshouders. Eén van hen getuigde in Hasselt dat hij zich elke dag opnieuw motiveert met de gedachte dat hij een gezond product maakt. De dag dat je aan het gezond zijn van een normale consumptie van varkensvlees moet twijfelen, is de dag dat hij geen varkenshouder meer wil zijn. Omdat media nogal lichtzinnig durven omspringen met de complexe conclusies van wetenschappelijke rapporten werd het idee geopperd van een voor de media makkelijk bereikbaar comité van professoren. Zij kunnen een rapport aandachtig en met kennis van zaken lezen in plaats van dat over te laten aan gehaaste journalisten. Deze professoren kunnen als betrouwbare secundaire bron functioneren voor de media. Zij kunnen er ook mee over waken dat de consument niet om de oren geslagen wordt met tegenstrijdige boodschappen over varkensvlees.
Zo kwamen er aan elke tafel nieuwe ideeën aan de oppervlakte die samen een rooskleurig toekomstbeeld van de varkenshouderij vormen. De vraag is (nog) niet wat de sector moet doen om daar te geraken. Afgelopen woensdag was de vraag enkel ‘waar willen we geraken in het meest ideale geval’. Aan een andere tafel leverde dat het antwoord op dat elk punt van kritiek een sterkte van Vlaamse varkensvleesproductie moet worden: een lage CO2-voetafdruk, lokale en antibioticavrije productie en een smaakvol product. Niet Coca-Cola maar een Belgische pint bier werd als voorbeeld genomen omdat het een streekproduct van eigen bodem is waar wereldwijd vraag naar is.
De groep die zich boog over de financiering van varkensbedrijven droomde van financieel gezonde bedrijven met een soepele kredietaflossing die mee varieert met de conjunctuur in de sector, en van ‘zwembandjes’ voor jonge ondernemers die financieel minder goed beslagen op het ijs komen. Heel vernieuwend is wat zij de IKEA-stal noemen, een stal die je flexibel kan omschakelen naar een andere diersoort of activiteit. Momenteel blijven varkenshouders verstoken van een plan B. Het thema ‘databeheer’ leek weinig creativiteit toe te laten, maar dat was buiten de ad hoc werkgroep gerekend die zich daarover boog. “Zorg ervoor dat de boer alle data via automatische registratie ontvangt zodat de input niet komt van iemand die daar een commercieel belang bij heeft.” Het freewheelen in groep leverde ook ideeën op rond ‘week- en weekendvarkens’ met een verschillend koperspubliek, een ‘clubvarken’ dat beperkt beschikbaar is naar het voorbeeld van clubappels en -peren, het vijfde kwartier verkopen als ‘vergeten vlees’ gelet op het succes van vergeten groenten, enz.
Volgende keer distilleert de X100 uit alle ideeën acties die de toekomststrategie vorm kunnen geven, waarna een voor iedereen duidelijke roadmap neergepend kan worden. De varkenssector is geen ongeschreven blad, dus moet er ook met open geesten over nagedacht worden hoe een en ander georganiseerd zal worden. Dit werk van lange adem luistert naar de naam ‘X100’ omdat X staat voor een kruispunt van meningen en 100 symbool staat voor het grote aantal deelnemers. Op het kruispunt van meningen ontstaan nieuwe inzichten en kansen. Verrassende combinaties leveren nieuwe mogelijkheden. Met veel respect kijken de ketenpartners elkaar op de X100 recht in de ogen. Ze ontdekken dat het beter kan in de varkenssector. Dat het beter moet. Dat het veel beter gaat worden. De mouwen worden volgende week opnieuw opgestroopt.
Beeld: Inagro