Seizoenarbeid in het Hageland: een geschiedenis
nieuwsOok al kennen we het Hageland vandaag als uitgesproken fruitstreek, ooit waren de Hagelanders gedwongen om als seizoenarbeiders andere oorden op te zoeken om brood op de plank te krijgen. Tijdelijke arbeidsemigratie kwam in het Hageland voor sinds de tweede helft van de 19e eeuw en bleef bestaan tot de jaren '60 van vorige eeuw. Dat blijkt uit een nieuwe publicatie van het Centrum voor Agrarische Geschiedenis.
Het Centrum voor Agrarische Geschiedenis (CAG) publiceerde een nieuwe studie over de arbeidsmigratie in het Hageland tussen 1850 en 2010. Daaruit blijkt dat de streek samen met Oost- en vooral West-Vlaanderen één van de typische Belgische seizoenarbeidersregio’s was. Tijdelijke arbeidsemigratie of seizoenarbeid was er namelijk een hele lange tijd courant, tot de jaren zestig van vorige eeuw. Sommige Hagelanders trokken naar andere Belgische provincies, maar anderen kozen het ruime sop en emigreerden definitief naar andere continenten, vooral Noord- en Zuid-Amerika.
De landbouwgronden in het Hageland waren arm: seizoenarbeid was meer noodzaak dan keuze. Het aangrenzende Haspengouw beschikte over gronden die veel vruchtbaarder waren. Daarenboven was het Hageland ook een dichtbevolkte regio, waardoor de landbouwpercelen klein waren. De seizoenarbeid is geleidelijk aan verdwenen vanaf het midden van vorige eeuw als gevolg van de mechanisatie van de landbouwsector. Met behulp van Vlaamse en Europese subsidies kreeg de fruitteelt er de kans uit te groeien tot een bloeiende sector, waardoor er een joboverschot ontstond en de streek seizoenarbeiders begon aan te trekken.
Meer informatie: Arbeidsmigratie in het Hageland (1850 - 2010) & integraal rapport
Bron: Het Virtuele Land