Robin De Sutter - Preventagri
duidingIs de boerenstiel het gevaarlijkste beroep?
Robin De Sutter: Neen, zo erg is het gelukkig niet. De landbouw komt op de vierde plaats na de bouwnijverheid, de staalindustrie en de houtsector. Maar de agrarische sector behoort dus wel degelijk tot de categorie van de gevaarlijke beroepen. De veiligheid moét en kan ook verbeteren, dikwijls is dat zelfs mogelijk door relatief eenvoudige ingrepen.
Hoeveel ongevallen van boeren en tuinders belanden jaarlijks in de statistieken?
In de welzijnswet is een meldingsplicht opgenomen voor ernstige ongevallen. Volgens die cijfers doen zich jaarlijks meer dan negenhonderd incidenten voor. Meer dan zestig procent van de geregistreerde ongevallen heeft een tijdelijke arbeidsongeschiktheid tot gevolg, waarbij de rechtstreekse kosten gemiddeld zo’n vijfduizend euro bedragen. Indien daar ook nog eens het prijskaartje van de arbeidsongeschiktheid bijgeteld wordt, loopt de gemiddelde schade van een ongeval op tot 7.800 euro. Bij deze cijfers moet je er wel rekening mee houden dat het aangiftepercentage heel laag ligt. Gebroken armen worden zeer zelden aangemeld, omdat landbouwers nu eenmaal een heel andere notie hebben van arbeidsongeschiktheid in vergelijking met loontrekkers en andere zelfstandigen. Als de gewassen rijp zijn, moeten ze binnengehaald worden, hé.
Hoe evolueert het aantal ongevallen?
Volgens onze inschatting zijn de cijfers de voorbije jaren ongeveer gelijk gebleven. We zien wel een toename van enerzijds het aantal dodelijke en anderzijds het aantal minder ernstige ongevallen. De middencategorie gaat dan weer in dalende lijn. Het is een feit dat landbouwbedrijven steeds groter worden en de machines steeds complexer. Bedrijfsleiders worden onder meer als gevolg van administratieve verplichtingen steeds meer opgezadeld met tijdsdruk en stress, waardoor helaas ook de onoplettendheid evenredig toeneemt.
De landbouwsector kenmerkt zich door een grote diversiteit in het werk en weinig routinematige handelingen in vergelijking met de geautomatiseerde industrie. Is dat een belangrijke reden voor het grote aantal ongevallen?
Juist niet. De gevaren nemen toe naarmate het werk een routinematig karakter krijgt. Landbouwers weten heel goed hoe ze aardappelen moeten rooien. Maar omdat ze tijdig klaar moeten raken met de oogst, zijn ze geneigd om een technisch mankement snel op te lossen terwijl de machine nog draait. In stresssituaties denkt een boer er niet aan hoe gevaarlijk een draaiende rotorkop is. Hetzelfde fenomeen doet zich voor met dieren: de brave runderen zijn het gevaarlijkst. Bij die beesten voelen boeren zich meer op hun gemak, waardoor de waakzaamheid afneemt.
Welk type ongevallen komt het vaakst voor?
Volgens de statistieken gaat het in één op de drie gevallen om valpartijen, al dan niet met niveauverschil. Maar als we spreken over zware ongevallen komen de incidenten met machines zeker op de eerste plaats, gevolgd door dieren. Uit de cijfers blijkt verder dat zich een grote verscheidenheid aan ongevallen voordoet. Dat is een weerspiegeling van het groot aantal uitgeoefende disciplines op een doorsnee landbouwbedrijf. En een boer kan zich niet specialiseren in alle facetten van het werk dat hij verricht. Dat geldt vooral voor wijzigingen of herstellingen aan het materieel en de gebouwen.
Een erg kwetsbare groep voor ongevallen op de boerderij zijn kinderen.
De verwevenheid tussen bedrijf en gezin verhoogt de risico’s. Op een landbouwbedrijf zie je dikwijls de grootvader rondlopen die al wat minder mobiel geworden is. En dan zijn er natuurlijk de kinderen, die slechts een gering besef hebben van de gevaren die om de hoek loeren. Ze kunnen van hooibalen vallen, er gebeuren ook ongelukken met pesticiden: hoe feller de kleuren op een verpakking, hoe groter de aantrekkingskracht op kinderen. In principe moeten bestrijdingsmiddelen altijd veilig afgeschermd in een lokaal liggen, maar toch blijven dergelijke ongevallen zich voordoen. Veel ongelukken met kinderen kunnen voorkomen worden door pesticiden en reinigingsmiddelen te bewaren achter slot en grendel en door een afgesloten speelruimte te voorzien, zeker als er geen toezicht is. En wie een kind meeneemt op een tractor, moet zorgen voor een gekeurd zitje.
Hebben jullie de indruk dat de veiligheidsvoorschriften in andere sectoren strenger zijn of beter nageleefd worden?
Een landbouwer die iemand tewerkstelt op zijn bedrijf moet voldoen aan de welzijnswet, waardoor hij meteen ook gebonden is aan dezelfde veiligheidsreglementering die geldt voor andere kmo’s. En de meeste boeren laten wel eens een klusje opknappen door iemand anders, hé. In dat geval moet een landbouwer kunnen aantonen dat hij actief bezig is met veiligheid. Al wordt dit heel weinig gecontroleerd door de arbeidsinspectie, die allicht de handen vol heeft met de grote bedrijven in ons land.
Maar als er een ongeval gebeurt…
De wetgever stelt geen gedetailleerde normen, maar wie een globale risicoanalyse uitvoert en werkkaarten heeft voor iedere machine, kan zich op zijn gemak voelen wanneer de verzekeringsmaatschappij peilt naar de gangbare voorzorgsmaatregelen op het bedrijf. Die risicoanalyses zijn redelijk goed ingeburgerd, maar er zijn weinig bedrijven die over werkkaarten beschikken.
Welke organisaties hebben zich tot hiertoe bekommerd om de preventie van ongevallen in de agrarische sector?
Euh… er is weinig tot niks. Sommige verzekeringsmaatschappijen hebben zich de moeite getroost om een publicatie uitgegeven. En bij het sluiten van een polis kwamen de mensen van KBC vroeger wel eens langs op een landbouwbedrijf om de hoogte van de premie te kunnen inschatten, maar daarbij werd niet sensibiliserend gewezen op de aanwezige risico’s. In andere sectoren is vele jaren geleden al het besef rond het belang van gezondheid en veiligheid op het werk gegroeid, maar de landbouw werd stiefmoederlijk behandeld. Voor de industrie waren al veel eerder organisaties opgericht toen het federaal ministerie van Arbeid in 2001 besliste om Preventagri in de steigers te zetten. Wij zijn de enige organisatie die echt met veiligheid op landbouwbedrijven bezig is, ook de landbouworganisaties doen op dit vlak eigenlijk niets.
Wat doet Preventagri precies?
Oorspronkelijk waren er drie afdelingen: stressonderzoek, psychosociale begeleiding en vorming. Het onderzoek is echter verhuisd naar de universiteiten van Leuven en Luik, de psychologen zijn min of meer getransfereerd naar Boeren op een Kruispunt en sinds 1 januari is ook onze vormingscel onder Vlaamse koepel terechtgekomen. We zijn ondergebracht bij het ILVO, met het oog op samenwerking met een gelijkaardige dienst voor de visserijsector . Tot hiertoe hebben we de vormingsactiviteiten steeds met twee personen gerund, maar straks blijf alleen ik nog over.
Waaruit bestaat die vorming?
Op aanvraag geven we gratis vormingssessies over veiligheid, meestal duren die een volledige dag. Vorig jaar hebben we een vijftigtal cursussen gegeven. Bij de start van een vergadering lopen niet alle aanwezigen over van enthousiasme, maar dat verandert snel nadat we de cursisten zelf enkele verhalen laten vertellen over ongevallen die zich hebben voorgedaan in hun familie- of kennissenkring. Daarnaast zorgen we ook voor individuele bedrijfsvoorlichting, wat eveneens op aanvraag gebeurt. Vaak stuurt KBC ons naar startende bedrijven. Na het invullen en bespreken van een vragenlijst, lopen we rond op het landbouwbedrijf om statische elementen, tractoren en stallen te checken. Tegelijkertijd kijken we naar de manier waarop de boer werkt. Vervolgens krijgt de landbouwer een bedrijfsomschrijving met gevarenanalyse opgestuurd per post en gaan we zelf nog eens langs om dat rapport te bespreken. Op basis van al die informatie kunnen boeren jaarplannen maken om de knelpunten aan te pakken. Vaak gaat het om relatief eenvoudige zaken die alleen een mentaliteitsverandering vergen. Zo is bij veel boeren de aftakas-bescherming van de tractor niet in orde, een ogenschijnlijk detail waar grote risico’s aan verbonden zijn.
Heeft Preventagri zes jaar na zijn ontstaan een boodschap voor de beleidsvoerders?
Misschien is het nuttig om eens naar de situatie in bijvoorbeeld Frankrijk of Duitsland te kijken. In deze landen beschikt men over meerdere personen die rond het veiligheidsthema werken. Wat de individuele bedrijfsvoorlichting betreft, kampen we met een achterstand van zestig opdrachten. Dat is precies het aantal bedrijfsbezoeken dat we op jaarbasis uitvoeren.