Producentencoöperaties zegen voor landbouwers
nieuwsBoerencoöperatieven betekenen een meerwaarde voor de producenten. Dat is de belangrijkste conclusie van een internationale studie die de Europese Commissie publiceerde. Ze versterken de onderhandelings- en concurrentiepositie, verkleinen het marktrisico, drukken transactiekosten en zorgen voor innovatie en voedselveiligheid.
Het rapport is het resultaat van een samenwerking tussen verschillende Europese universiteiten. In hun analyse van de boerencoöperaties zetten ze de voordelen van een goed georganiseerde coöperatieve organisatie op een rij. De landbouwketen kenmerkt zich volgens de onderzoekers over het algemeen door een ongelijke onderhandelingspositie tussen de boeren en de handelspartners verderop in de keten. Het is vooral daar dat de coöperatie een buffer kan vormen tegen machtsmisbruik.
Vanuit hun gezamenlijke onderhandelingspositie kunnen verenigde producenten hun opbrengsten maximaliseren. Zo haalt het onderzoek het voorbeeld van de zuivelsector aan: als de coöperatie een groot marktaandeel vergaart, stijgen de prijzen en wordt de prijsvolatiliteit beperkt. Ook niet-leden varen hier dus wel bij.
Verder maakt de coöperatie schaalvergroting mogelijk in de handelsactiviteiten: door de grotere volumes wordt een gunstige concurrentiepositie afgedwongen en verhoogt de invloed op de prijsvorming. Ook bij eventuele onregelmatigheden wat betreft betalingen of contractnaleving tussen producent en afnemer kan de coöperatie als collectief een gunstige invloed hebben op de afwikkeling van het conflict, aldus de onderzoekers.
Een belangrijke randvoorwaarde voor het goed functioneren van een coöperatie is een sterk, efficiënt en professioneel management. Daarnaast moet het ook voldoen aan een hele reeks wettelijke voorwaarden: het rapport ontdekte meer dan 300 Europese, nationale en regionale wetsbepalingen in verband met coöperatieve organisatievormen. De onderzoekers pleiten voor een soepele wetgeving die vooral jonge en kleine coöperaties levensvatbaar maakt. Zo zouden vooral de nieuwe Europese lidstaten werk moeten maken van een coöperatievriendelijker beleid.
Het onderzoek wijst meerdere verbanden aan tussen de coöperatieven en de ontwikkeling van het platteland. Vaak zijn de producentenverenigingen door hun lokale verankering zeer belangrijk voor een bepaalde regio als werkgever en als motor van de plaatselijke economie. Zo dragen ze bij tot de ontwikkeling van een duurzaam economisch netwerk.
Tenslotte bekijken de onderzoekers het marktaandeel per sector. Uit een grafiek die de EU-gemiddeldes weergeeft, blijkt dat de coöperaties het sterkst vertegenwoordigd zijn in de zuivelsector en de groente- en fruitsector: ze zijn goed voor een marktaandeel van 58 en 42 procent. Volgens het rapport heeft dat te maken met de productiekenmerken van de sectoren in kwestie. Ook wat wijn (42 procent) en olijfolie (38 procent) betreft, staat het coöperatief model sterk.
Wat vleesvee, varkens en schapen betreft, merken de onderzoekers op dat dieren vaak via contractuele overeenkomsten worden verhandeld via niet-coöperatieve slachthuizen.
Meer informatie: Support for Farmers' Cooperatives
Bron: eigen verslaggeving