Poldergeest leeft enkel voort bij Nederlandse boeren
nieuwsVier generaties lang hebben hun families zij aan zij de akkers bewerkt op de Hedwige- en Prosperpolder bij Doel. De landsgrens loopt dwars door de akkers, maar dat was niet erg van tel. Maar nu de Schelde voor de derde keer wordt uitgediept, ontruimt de Vlaamse boer gelaten zijn vruchtbare kleigronden en laat hij de dijken breken, al blijft het gevoel alsof dat hemzelf breekt, terwijl de Nederlandse boer strijdt en vecht, met rechte rug.
De derde Scheldeuitdieping is nochtans een feit, Vlaanderen en Nederland hebben eind december het akkoord bezegeld. Daarmee engageren ze zich ook om in opdracht van Europa voor natuurcompensaties te zorgen. Vlaanderen zal 1.100 hectare landbouwgrond rond de Scheldemonding afgraven dat de rivier dan bij vloed kan overspoelen, Nederland engageert zich om 600 hectare poldergrond terug te geven aan de rivier als zoet-zoute getijdennatuur.
Nederland zal dat doen in twee polders, in de Leopoldpolder aan het Zwin en in de Hedwigepolder bij Doel. De namen van de Polders staan in de akkoorden gegrift, maar hun lot is niet in dezelfde mate bezegeld als de polders aan Vlaamse kant. De Nederlandse overheid - die weinig te winnen heeft bij de Scheldeuitdieping - wil en durft voorlopig geen poldergrond te onteigenen voor natuurdoeleinden, en de eigenaar die de hele Hedwigepolder in handen heeft, de Vlaamse baggeraar en industrieel Géry De Cloedt, wil zijn 300 hectare niet verkopen.
Na heftige zittingen in de Nederlandse Tweede Kamer kwam een Belgisch aandoend compromis uit de bus: de polders zijn weliswaar aangeduid, maar een onafhankelijke commissie krijgt toch nog anderhalf jaar de tijd om 'alternatieven' te zoeken. "Het zal dus nog wel een paar jaar duren voor ze eruit geraken", zegt Ewald Baecke, een Nederlandse polderboer die in de Hedwigepolder pacht. "Je moet de politici de tijd geven om de bocht te nemen. Het komt wel goed. Die polder zetten ze niet onder water".
Felix Verhulst (72) en Rachel Van Mol (72), Vlaamse polderboeren, monsteren intussen de wintertarwe die ze voor en naast hun herenhoeve hebben gezaaid. Dit is hun laatste oogst, want er komt geen uitstel meer. Eén partij tarwe is wellicht voor niets gezaaid. In het voorjaar al wordt een deel van de vijftig hectare die Verhulst en Van Mol sinds veertig jaar in de Prosperpolder bewerken, onder het zand gespoten.
Het zand komt van de baggerwerken voor de uitdieping die al bij de ondertekening waren aangevat. Nadat het uitgedroogd is, zal het dienen om de nieuwe hoge rivierdijk rond de ondergelopen polder aan te leggen, hoorde Verhulst. Hun Antoniushoeve, de verste hoeve in de Prosperpolder, is juridisch gesproken ook niet meer hun hoeve. Ze zijn op 11 december 2007 definitief onteigend. Op het einde van dit jaar moeten ze verhuisd zijn. Verhulst en Van Mol doen daar niet sentimenteel over, zij zijn zelfverzekerde en welbespraakte polderboeren, niet onbemiddeld ook.
De Belgische staat heeft hen niet zonder een euro op straat gezet. Ze zijn billijk vergoed voor hun vijftig hectare land, zegt Verhulst. Hun gebouwen moesten ze naar hun inschatting veel te goedkoop laten gaan. Maar ze durfden het risico niet aan om de minnelijke schikking af te wijzen en de gerechtelijke weg op te gaan. De boeren van Doel en Prosperpolder kennen het schrikbeeld van hoe het sommigen in Kallo is vergaan. Boeren die daar in 1972 onteigend zijn, en naar de rechtbank getrokken zijn, en van de vrederechter een hogere prijs gekregen hebben, moesten na dertig jaar en veel beroepsprocedures een deel van dat geld terugstorten, mét interesten.
Met dat Kafkaiaanse risico willen ze hun nakomelingen niet opzadelen. Bovendien legt het 'flankerend beleid' van de Vlaamse overheid ook vele duizenden euro in de schaal voor wie 'vrijwillig' onteigent. Ze klagen niet over geld, al zouden ze er niet opnieuw mee kunnen kopen wat ze hadden, een aangesloten blok polderland, zonder overdrijven de beste grond van het land. Maar ze moeten dan ook nergens opnieuw beginnen. Zij stoppen met boeren, zonder opvolgers, hun twee dochters werden arts en lerares. Ze hebben voor zichzelf een comfortabel huis gekocht in Zwijndrecht.
"We konden wellicht toch niet op de polder oud worden, zo ver van alles af", zegt Rachel Van Mol. Eigenlijk is ook dat een poldertraditie. Ook haar vader had een huis in het dorp, gereserveerd voor zijn oude dag. Hij is er nooit naartoe geraakt, hij kon de polder niet missen. Rijdend door de polder wijst Verhulst de boerderijen met hun dynastieën aan, de meeste nu onteigend, sommige al verlaten. In de Prosperpolder zaten ze nochtans veilig, ver genoeg van de chemische industrie van rechteroever, van de containerterminals van linkeroever, van de kerncentrale, het Deurganckdok, van het geplande Saeftinghedok en het tot verdwijnen gedoemde Doel. Toen kwamen de natuurcompensaties.
Dat steekt hem nog het meest. Zijn poldergrond moet niet weg voor industrie en werkgelegenheid, hij wordt helemaal nutteloos gemaakt, 150 jaar terug in de tijd gestuurd. "Alsof de polder geen natuur is. Nu worden het modderputten". Zijn verontwaardiging is gelaten. Hij heeft nochtans lang gestreden, zegt zijn vrouw terwijl hij de kamer uit is. "Felix Verhulst, dat was ons grote voorbeeld", zegt ook Guido Van Mieghem (52), een van de boeren bij Doel die nog niet onteigend is. "Toen ik een jongetje was van een jaar of twaalf, gingen we met Felix protesteren. Felix voerde het verzet".
In die jaren reden ze nog met vijfhonderd boeren uit de polder naar de Grote Markt van Sint-Niklaas. "Nu zouden we met nog geen tien zijn", zegt Van Mieghem. De boeren werden oud en hadden geen opvolgers. Ze werden verontrust door almaar nieuwe dreigscenario's, kregen behoorlijk geld voor vrijwillige onteigening. Honderden lieten zich uitkopen, op de duur blij dat ze nog van hun boerderij af raakten. Van Mieghem: "Na veertig jaar van voldongen feiten en onteigeningen heeft deze streek het wel gehad. Veertig jaar lang heeft alleen de haven gespeeld. Je kunt zo lang met je kop tegen de muur lopen dat je alleen nog hoofdpijn krijgt. Alles houdt op".
Alleen Van Mieghem houdt voorlopig niet op. Hij weet dat zijn landerijen links van zijn boerderij zullen verdwijnen onder het Saeftinghedok, en rechts onder slikken en schorren. De discussies daarover zijn voorbij, de ruimtelijke plannen zijn opgemaakt. Alleen op de timing zit nog wat speling: "Het kan 2015 worden, of 2016. Ik ga ervan uit dat we hier nog tien jaar zitten". Hij dient zelfs nog een bouwaanvraag in voor een nieuwe varkensstal. Want hij is een van de weinigen die wel nog opvolgers heeft. Zijn twee zonen willen boeren.
Van Mieghem zou zich nu al vrijwillig kunnen laten onteigenen en verkassen. Ze gingen al kijken in Noord-Frankrijk en in Wallonië. Hij heeft er wel zin in, om met een schone lei te beginnen met zijn zonen. Maar hij blijft nog even. "Zolang ze mij niet wegjagen. Noem het polderkoppigheid, zo je wil". Maar ook aan die koppigheid komt een eind. "Mijn vrouw en ik leggen onszelf op dat we realistisch moeten zijn. Het is gedaan", zegt Felix Verhulst.
Een halve kilometer verder is de wereld anders. "Ga op de dijk bij de Schelde op de grens staan", zegt Ewald Baecke (64), de Nederlandse boer, "met voor je het Land van Saeftinghe. Kijk naar het westen, naar de Nederlandse Schelde, je ziet niets dan natuur zover het oog reikt. Kijk nu naar het oosten en het zuiden, België binnen, en je ziet de industrie, de koeltorens, de sluizen, dokken, kranen, containerterminals, chemische industrie. Dat is het verschil in perspectief dat tussen ons en onze Belgische buren is gegroeid".
De Antwerpse haven is niet de horizon van de Zeeuwse boeren, het economische havenbelang is niet hun belang noch dat van hun politici en achterban. "Ik maak er geen Holland-België-wedstrijd van, want dat is het niet". Maar veertig jaar lang waren ze wel beschermd door de landsgrens. Tot ook bij hen de natuurcompensaties opdoken. Baecke weet nog precies wanneer dat was: 1 februari 1996, bij de tweede uitdieping van de Schelde. Voor het eerst werd de Hedwigepolder aangeduid als offer voor meer getijdennatuur.
Baecke kwam in het verzet, met succes, de polder bleef toen gespaard, en hij bleef in het verzet. Hij sloot zich aan bij het CDA, de christendemocraten, en leerde te lobbyen bij de eigen en bij andere partijen. Hij haalde de banden aan met de lokale politici, die in zeldzame unanimiteit tegen de ontpoldering gekant zijn, en bundelde de krachten met de actiegroep 'Red de polders' die ook voor het behoud van een rist andere mogelijk bedreigde Zeeuwse polders strijdt. Twaalf jaar lang bleef hij er energie in stoppen, "omdat het van de zotten is dat je een polder onder water laat lopen. Ik mis nog altijd een beter woord om te beschrijven hoe absurd en dwaas dat is".
Eén polder, twee landen. Brussel ligt, helaas voor de Vlaamse boeren, te ver boven de zeespiegel om nog begrip te tonen. En Antwerpen heeft met zijn haven een verpletterend argument. In Zeeland steunt iedereen de boeren, beweren de Nederlandse actievoeders, wiens rode verbodsborden 'Ontpolderen Nee!' de vale winternatuur kleuren. "Zonder brede steun had ik het geen twaalf jaar volgehouden", zegt Ewald Baecke. "Ook de politici van bijna alle gezindten steunen ons. Onze tegenstanders zijn de groenen, en zij hebben een welwillend oor in de administraties die het beleid uitstippelen".
"Ach, zodra Vlaanderen begint te graven en op te spuiten in de polder, en de aanbestedingen daarvoor achter de rug zijn, dan is het gedáán", zegt Felix Verhulst. "Dan moét de Nederlandse Hedwigepolder wel mee de Schelde in. Dat is realisme". "Wie is realistisch?" repliceert Baecke. "Leven we nog in dezelfde wereld? We vragen het ons wellicht van elkaar af. Waarom zou er dan geen dijk komen rond de Hedwigepolder? België heeft op die polder nog een strookje van een vijftig meter. Juist gepast voor een stevige dijk".(KS)
Bron: De Standaard