nieuws

Plantaardige productie wordt kneusje van landbouwsector

nieuws
Terwijl de Europese Commissie kort vooruitblikt op de landbouwmarkten waagden FAO en OESO zich recent aan een voorspelling op middellange termijn (2024). Vrolijk wordt een landbouwer daar niet van want zij voorspellen de eerstkomende tien jaar dalende prijzen voor alle landbouwproducten. Reden? Geholpen door een stijgende productiviteit en lagere prijzen voor hulpbronnen stijgt de landbouwproductie sneller dan de vraag naar voedsel die gebukt gaat onder de economische crisis en in groeilanden onderhand ook zijn hoogtepunt wel bereikt heeft voor bulkgrondstoffen zoals granen. Hoewel de prijsvorming een negatieve trend vertoont, weten landbouwers zich nog wel beter vergoed dan in de periode voor de prijspiek in 2007-2008 die de voedseluitdaging opnieuw bovenaan de internationale agenda plaatste. Door de wereldwijd stijgende vraag naar dierlijke eiwitten valt er meer te verdienen met vlees, melk en voedergewassen dan met plantaardige voedselproductie.
28 juli 2015  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:31
Lees meer over:

Terwijl de Europese Commissie kort vooruitblikt op de landbouwmarkten waagden FAO en OESO zich recent aan een voorspelling op middellange termijn (2024). Vrolijk wordt een landbouwer daar niet van want zij voorspellen de eerstkomende tien jaar dalende prijzen voor alle landbouwproducten. Reden? Geholpen door een stijgende productiviteit en lagere prijzen voor hulpbronnen stijgt de landbouwproductie sneller dan de vraag naar voedsel die gebukt gaat onder de economische crisis en in groeilanden onderhand ook zijn hoogtepunt wel bereikt heeft voor bulkgrondstoffen zoals granen. Hoewel de prijsvorming een negatieve trend vertoont, weten landbouwers zich nog wel beter vergoed dan in de periode voor de prijspiek in 2007-2008 die de voedseluitdaging opnieuw bovenaan de internationale agenda plaatste. Door de wereldwijd stijgende vraag naar dierlijke eiwitten valt er meer te verdienen met vlees, melk en voedergewassen dan met plantaardige voedselproductie.

De vooruitblik op de internationale landbouwmarkten start met een terugblik op 2014. Akkerbouwers kenden twee opeenvolgende goede oogsten zodat wereldwijd grote voorraden de prijzen van granen en oliehoudende zaden onder druk hebben gezet. Voor vlees is precies het tegenovergestelde waar want landbouwers hielden vee aan om hun kudde weer te doen groeien. In combinatie met ziekte-uitbraken zoals het PED-virus in de Amerikaanse varkenssector deed dat de vleesprijzen stijgen. De melkprijs bereikte in 2014 eerst een recordniveau om vervolgens diep weg te zakken.
 
Aan vraagzijde blijven de grote veranderingen uit de groeilanden komen. De bevolking blijft er aan een wat lager tempo toenemen, het gemiddeld inkomen stijgt en ook de verstedelijking doet de voedselvraag verder stijgen. FAO en OESO verwachten dat melk en vlees relatief duur zullen zijn in vergelijking met plantaardige producten omdat meer welvarende consumenten meer dierlijke eiwitten op hun menu zetten.
 
Om dezelfde reden zullen gewassen zoals soja die gebruikt worden als veevoeder sneller een prijsstijging kennen dan gewassen die enkel voor humane consumptie bestemd zijn. De internationale marktexperts gaan ook uit van een verdere uitbreiding van het soja-areaal, voornamelijk in Brazilië. Ondanks de groeiende vraag naar dierlijke producten staan in de veehouderij de marges onder druk omdat veevoeder het afgelopen decennium prijsvolatiel en duur is gebleken. “Goedkoper voedergraan en een betere voederconversie bij de dieren kan de rendabiliteit in de veehouderij op middellange termijn herstellen”, voorspellen FAO en OESO.
 
Het voorbije decennium steeg de wereldwijde vleesproductie met bijna 20 procent. De groei kwam vooral vanuit de pluimvee- en varkenshouderij. Die laatste sector krijgt het lastig het komende decennium, zeker in Europa want de vraag vanuit China loopt terug en de handelsperikelen met Rusland slepen aan. Richting 2024 blijft de productie van vlees toenemen, weliswaar aan een lager tempo. De groei komt vooral uit de pluimveehouderij. FAO en OESO zoeken een verklaring in de korte productiecycli die boeren toelaten om snel in te spelen op een verhoogde rendabiliteit. Dat helpt ook om snel vooruitgang te boeken inzake genetica, diergezondheid en voederstrategie.
 
Uiteindelijk zal er over minder dan tien jaar 17 procent meer vlees beschikbaar zijn dan in de referentieperiode 2012-2014. In snel groeiende Aziatische landen zoals China, India en Thailand groeit de productie het snelst, op de hielen gezeten door landen die een overschot aan voedergranen produceren. Dat zijn bijvoorbeeld de VS, Brazilië, Oekraïne, Mexico en Argentinië. Door de vlotte beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen heeft vooral in Zuid-Amerika de veehouderij de wind in de zeilen. Brazilië maar verder ook Argentinië, Paraguay, Uruguay en Mexico worden nog grotere vleesproducenten dan ze vandaag al zijn. In China zijn de randvoorwaarden minder gunstig maar lijkt er toch een productieverhoging in het verschiet dankzij schaalvergroting in de veehouderij. Andere Aziatische groeilanden die meer vlees gaan produceren zijn India, Indonesië en Viëtnam.  
 
Lagere olieprijzen zetten druk op de prijzen van landbouwproducten, deels omdat energie en kunstmest dan goedkoper zijn maar ook omdat de productie van eerste generatie biobrandstoffen niet kan concurreren tegen goedkope olie. De internationale organisaties voorspellen dat het beleid in de VS en in Europa niet zal leiden tot een significante verhoging van de biobrandstofproductie. In Brazilië daarentegen zal er meer bio-ethanol uit suikerriet gewonnen worden gelet op de verhoogde bijmengplicht in reguliere brandstof en de belastingvoordelen die de sector geniet. In Indonesië wordt de productie van biodiesel actief gepromoot. Wereldwijd houden FAO en OESO rekening met een vertraging van de groei van de biobrandstofindustrie. Al is dat koffiedik kijken want het productievolume bio-ethanol en biodiesel is sterk afhankelijk van overheidsbeleid.
 
De verhoging van de landbouwproductie moet in Azië, Europa en Noord-Amerika volledig van hogere opbrengsten komen terwijl er in Zuid-Amerika ook extra ruimte aangesneden kan worden. Het grootste potentieel ligt misschien wel in Afrika, maar zonder grote investeringen zal de productiegroei er eerder bescheiden zijn. Export van landbouwproducten wordt meer en meer een voorrecht van enkelingen terwijl een groeiend aantal landen aangewezen zal zijn op voedselimport. Zo concentreert het aanbod zuivel zich verder in Nieuw-Zeeland, Europa, de Verenigde Staten en Australië. Dat enkele grote landbouwstaten de wereldmarkt bedienen van basisgrondstoffen vergroot het financieel risico voor de importeurs van landbouwproducten. Zowel natuurrampen als handelsverstorende maatregelen kunnen de landbouwmarkten ontregelen.
 

Beeld: Cofabel

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek