duiding

Paul Weymeersch - AVBS

duiding
Crisis krijgt geen vat op boomkwekerij
16 februari 2009  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:52
Lees meer over:

Heeft u na het aanhoudende doemdenken over de economische recessie nood aan een welgemeende goednieuwsshow? "De euforie die vorige zomer in onze branche heerste, werd in het najaar een beetje getemperd door de crisis. Maar voor dit jaar ben ik weer optimistisch", zegt Paul Weymeersch (48), voorzitter van het Verbond van Boomtelers van het AVBS en zaakvoerder van een middelgrote boomkwekerij in Wetteren.

De boomkwekerij omspant veel meer dan de aanplant van bomen. Waar ligt precies de scheidingsgrens met andere deeltakken in de sierteelt?
Paul Weymeersch: Alle sierteeltproducten die in de tuin belanden zijn boomkwekerijproducten, met uitzondering van perkplanten. Rozenstruiken, esdoorns, beukenhagen en vaste planten zoals geraniums behoren dus allemaal tot de boomkwekerij.

De sector heeft de jongste twee decennia een indrukwekkende evolutie doorgemaakt?
Toen ik 25 jaar geleden in het bedrijf stapte, was er bij de consument veel minder interesse in groenvoorziening. Een term zoals ‘fijn stof’ was toen nog niet uitgevonden. Destijds leefde ook nog niet de idee dat meer groen een prima remedie is tegen de stress die zich in de loop der jaren meester gemaakt heeft van onze maatschappij. Vandaag zijn beleidsmakers ervan overtuigd dat een groene inbedding van probleemwijken in grote steden de criminaliteit doet dalen. Minder blauw en meer groen is op die manier een goede zaak voor de openbare financiën. De steden en gemeenten hebben de voorbije jaren in belangrijke mate bijgedragen tot de bloei van de boomkwekerij. Niet alleen bij ons, maar in grote delen van de wereld. De Kyoto-normen stoppen niet aan onze landsgrens, hé.

Kan u het belang van de boomkwekerij uitdrukken in cijfers?
Vlaanderen telt ongeveer 1.100 boomkwekerijen, met inbegrip van een aantal gemengde bedrijven die ook actief zijn in de bloemisterij of tuinaanleg. De productiewaarde van de boomkwekerij loopt op tot 267 miljoen euro, dat is nagenoeg de helft van hetgeen de hele sierteeltsector laat optekenen. Samen bestrijken de boomkwekerijen een areaal van 4.500 hectare. Net zoals in alle andere agrarische sectoren daalt het aantal bedrijven terwijl de gemiddelde bedrijfsgrootte toeneemt. Tien jaar geleden beschikte achttien procent van de boomkwekerijen over meer dan tien hectare, vandaag is dat 24 procent. De sector is goed voor zo’n zesduizend voltijdse jobs en een pak gelegenheidsarbeid.

Kan de Vlaamse boomkwekerij zijn mannetje staan in Europa?
Nederland is ontegensprekelijk marktleider. Ik zeg het niet graag, maar op het vlak van innovatie en samenwerking kunnen we nog wel iets opsteken van onze noorderburen. Maar op het vlak van kwaliteit moeten we zeker niet onderdoen. En als het gaat om flexibiliteit zijn we de absolute kampioenen. In belangrijke productielanden zoals Frankrijk en Duitsland gaan de deuren vrijdagavond onherroepelijk dicht, terwijl wij onze klanten ook ’s zaterdags bedienen.

De Vlaamse boomkwekerij is heel sterk gericht op export?
In 1996 bedroeg de exportwaarde veertig miljoen euro, maar die is intussen verdrievoudigd. De export zit bij de boomkwekers in het bloed, veel meer dan bijvoorbeeld bij de bloemisten. Ongeveer veertig procent van onze productie is bestemd voor de uitvoer. De jongste jaren zien we nieuwe exportbestemmingen opduiken zoals Rusland, Polen en Hongarije. Door de toenemende landen stijgt in die landen het gezinsbudget, waardoor ruimte gecreëerd wordt voor uitgaven in groenvoorziening. Ik heb hier in de streek nog nooit zoveel Russen zien rondlopen als vorig seizoen, en ik ben ervan overtuigd dat ze ondanks de crisis ook straks weer zullen opduiken. De volgende interessante afzetmarkt die zich aandient, is volgens mij Turkije. Ik ben er ook van overtuigd dat we ons deze keer die markt niet zullen laten afsnoepen door de Nederlanders. Flanders Investment & Trade verdedigt onze exportbelangen, VLAM zorgt voor marktprospectie en de exportvereniging Belbex organiseert allerlei happenings die de uitvoer faciliteren.

Welke boomkwekerijproducten doen het goed?
De jongste tien jaar is het aandeel van de sierbomen in de verkoop gestegen van 46 naar 66 procent. Topproducten zijn esdoorns, sierpeer, sierkers, en noem maar op. Het aandeel van de bosbomen is met tien procent teruggevallen tot achttien procent. De uitleg voor deze trend is eenvoudig: in tijden van economische hoogconjunctuur kiezen consumenten eerder voor veredelde producten. Dat is ook de reden waarom de verkoop van fruitbomen de jongste maanden opnieuw toegenomen is.

De boomkwekers profiteren ook van de toenemende aandacht voor groen bij landbouwers.
Hoeveverfraaiing en erfbeplanting blijven een niche, maar zijn toch niet onbelangrijk. Zo heeft het West-Vlaamse provinciebestuur al subsidies verleend voor meer dan duizend landschapsbedrijfsplannen. Dit is natuurlijk geen oneindige markt, maar wie een beetje rondkijkt in Vlaanderen merkt toch dat er nog heel wat potentieel is. De overheid gaat ook steeds vaker vergunningen koppelen aan landschapsvriendelijke groenschermen. Dat is een goeie zaak, en dan spreek ik niet uit eigenbelang.

Met mondjesmaat is er toenemende belangstelling voor agroforestry en kort-omloophout. Hoe kijken jullie aan tegen dergelijke fenomenen?
Hier liggen kansen voor boomkwekers, ook omdat de energieprijzen toch weer gaan stijgen van zodra de economie heropleeft. En we moeten het niet eens ver gaan zoeken: op een hectare kan je 12.000 boompjes planten, waarvan tachtig procent verkoopbaar is na vier à vijf jaar. We moeten tijdens het productieproces rekening houden met minstens twintig procent uitval. Bovendien raken meestal niet alle bomen verkocht. Tot vandaag belandt dus heel wat hout op gigantische brandhopen. Waarom zouden we die houtoverschotten niet in energietoepassingen stoppen? Dit is een denkpiste die steeds meer aan terrein wint in onze sector.

Heeft u geen schrik voor de impact van de economische crisis op de boomkwekerij?
Ik heb geen glazen bol, maar we hopen dat de consument straks een gezellige tuin boven een extra vliegreis verkiest. Gevoelsmatig denk ik dat het voorjaar heel goed zal worden. Tot hiertoe hebben we een barre winter gekend, maar ik ben ervan overtuigd dat we die achterstand heel snel zullen goedmaken.

Waarop baseert u zich voor die uitspraak?
De bestedingen van steden en gemeenten blijven in stijgende lijn gaan. De oppervlakte van bouwpercelen wordt steeds kleiner, waardoor ook de tuinen krimpen. Je zou verwachten dat die trend in ons nadeel speelt. Maar we moeten vaststellen dat de overheid de behoefte aan groen bij de bevolking perfect invult.

Die gemeenten zullen het straks met minder inkomsten moeten doen als gevolg van de crisis bij Dexia. Als de budgetten kleiner worden, zullen ze allicht beknibbelen op de uitgaven van de groendienst.
Voor het komende seizoen zijn de budgetten reeds goedgekeurd, maar ik ben me ervan bewust dat we volgend jaar wel de gevolgen zullen ondervinden van het feit dat Dexia dit jaar geen winst uitkeert aan de Vlaamse gemeenten. Toch geloof ik dat ze evenveel bomen zullen blijven planten, maar er zal allicht gesnoeid worden in de boomdiktes: jongere bomen zijn minder duur. Laten we daar vooralsnog geen drama van maken, want de crisis gaat ook geen tien jaren duren, hé.

Ondanks het optimisme valt in de boomkwekerijsector ook te horen dat samenwerking een teer punt blijft, zowel qua transport, logistiek, afzet en misschien ook wel teeltplanning?
Het klopt dat we op dit terrein een inhaalbeweging moeten maken tegenover de Nederlanders. De gezamenlijke aankoop van grondstoffen zit in de lift. Van akkerbouwers hebben we geleerd dat het ook mogelijk is om samen machines aan te kopen en te gebruiken. Boweco groepeert een aantal boomkwekers die samen de Engelse markt bedienen, en zelf ben ik van plan om mijn bedrijf onder te brengen in CRV, een organisatie van boomkwekers die zich richten op de Russische markt. In het noorden van Vlaanderen zijn intussen gesprekken aan de gang om een gezamenlijke logistiek uit te bouwen. Er beweegt dus wel wat op het vlak van samenwerking.

In het recente verleden trokken de boomkwekers scherp van leer tegen het Voedselagentschap. Zijn de plooien intussen gladgestreken?
Bij de opstart van het Voedselagentschap in 2002 waren we ontgoocheld dat we in deze instelling werden ondergebracht, want je kan toch moeilijk beweren dat we thuishoren bij de primaire sector? De onvrede nam alleen maar toe toen de verplichte bijdragen in het leven geroepen werden, want vroeger voerde de overheid alle controles gratis uit. Vooral de bloemisten waren misnoegd, omdat zij veel minder dan boomkwekers geconfronteerd worden met levensnoodzakelijke controles zoals die tegen bacterievuur. Als klap op de vuurpijl kreeg de sector dan ook nog eens te horen dat ze de controles in de bufferzones zelf moest bekostigen. Gelukkig heeft de federale regering deze regeling intussen weer teruggeschroefd.

Hebben de siertelers er zich definitief bij neergelegd dat de controles door het Voedselagentschap uitgevoerd worden?
We hebben op een bepaald ogenblik overwogen om voor een opname in Vlaamse structuren te pleiten. Dan zouden we een stuk dichter bij het beleid staan, maar we zijn niettemin van die piste afgestapt. Vlaanderen kan immers geen bilaterale akkoorden afsluiten over bijvoorbeeld sanitaire aangelegenheden. En alle plooien met het Voedselagentschap zijn gladgestreken. We kunnen tegenwoordig zelfs goed opschieten met elkaar.

In de boomkwekerijsector duikt regelmatig de discussie op over autochtoon en allochtoon plantgoed?
Dat onderwerp zorgt regelmatig voor verhitte gemoederen. We merken dat het groene gedachtegoed zich sinds de vorige legislatuur stevig verankerd heeft in de politieke administratie. Die stroming kiest resoluut voor inheems plantgoed, tot in het absurde. Waarom blijven die mensen blind voor de meerwaarde van allochtoon plantgoed? De consument kent in elk geval het verschil niet eens tussen een Amerikaanse en inheemse eik. Versta me goed, we zijn helemaal niet gekant tegen inheemse producten, maar die mogen niet uitgroeien tot een fetisj.

Wat zijn voor de boomkwekerij de belangrijkste uitdagingen voor de komende jaren?
Er is een tijd geweest dat we ons personeel in groten getale zagen vertrekken naar de autoassemblage. Misschien zal de economische crisis ervoor zorgen dat we opnieuw makkelijker laaggeschoolde arbeidskrachten kunnen rekruteren. Helaas blijft de werkloosheidsval een fameuze handicap: voor 250 euro extra zijn mensen niet bereid om een hele maand in weer en wind te werken. Een andere belangrijke uitdaging is de opmaak van een kwaliteitshandboek. Op jaarbasis wordt 5 à 10 procent van onze productie vernietigd als gevolg van weersomstandigheden. Helaas slagen we er niet in om ons tegen dit fenomeen te verzekeren. Een degelijk handboek zal het ons makkelijker maken om naar verzekeringsmaatschappijen toe te stappen.

Zijn de boomkwekers er zich altijd bewust van dat ze in vergelijking met andere deeltakken van de land- en tuinbouw actief zijn in een zeer rendabele bedrijfstak?
Wie zich niet aanpast, komt ook in onze sector niet aan de bak. Maar in vergelijking met andere siertelers zijn we inderdaad minder afhankelijk van energie. We moeten meer investeren in grond, maar na enkele jaren blijkt dat meestal een zeer winstgevende investering te zijn geweest. Je hoort ons zeker niet klagen.

Poll: Vindt u het positief dat het VIB groen licht krijgt voor een veldproef met ggo-populieren?

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek