Noël Devisch - Zeebrugse Visveiling
duidingEen jaar geleden vertelde Noël Devisch dat zijn vrouw een activiteitenlijstje had opgesteld om na twaalf jaar voorzitterschap bij Boerenbond niet in een zwart gat te vallen. De lijst lag snel in de prullenmand. Devisch staat vandaag nog altijd mee aan het roer bij een hele reeks bedrijven, met inbegrip van de abdij van Kortenberg. Maar waarom werd hij in godsnaam voorzitter van de Zeebrugse Visveiling?
Noël Devisch: Een pensioen achter de Leuvense stoof is niks voor mij. En vergeet niet dat ik als voorzitter van Boerenbond altijd goede contacten onderhouden heb met de visserijsector. De reders zijn zelfs een tijdje lid geweest van onze organisatie. We hebben altijd geprobeerd hen te ondersteunen met Europese contacten, juridisch werk, enzovoort.
Hoe heeft men u in Zeebrugge over de streep kunnen trekken?
Noël Devisch: De visserijsector kampt met dezelfde problemen als de landbouw. Het is een primaire sector die afhankelijk is van prijsschommelingen, weersomstandigheden, hoge energiekost, quota en overheidsbemoeienis. De Zeebrugse Visveiling is dan wel een commerciële organisatie, maar ze werkt evengoed met klokverkoop. Ik heb al reders meegenomen naar de REO Veiling in Roeselare om te bekijken hoe we het commerciële apparaat van de visveiling verder kunnen uitbouwen. Dat is een boeiende uitdaging.
Geef ons eens een kijkje achter de schermen van de Zeebrugse Visveiling.
Het bedrijf werd een twintigtal jaar geleden door twee privéondernemers, met name Marie Jeanne Becaus en Marc Bekaert, neergepoot. Zij begonnen te bouwen aan een cluster die bestaat uit bedrijven met watergebonden activiteiten. De veiling zelf stelt een vijftigtal mensen tewerk. De reders zitten niet in de eigendomsstructuur, maar krijgen voldoende inspraak in het dagelijks beleid van de veiling. Als gevolg van de hevige concurrentiestrijd met de Oostendse Vismijn worden die mannen zelfs serieus in de watten gelegd.
De jongste jaren voelt de Zeebrugse Visveiling de hete adem van Oostende in de nek?
Met de aanvoer van tien miljoen kilogram verse vis en een omzet van ruim veertig miljoen euro zijn we nog steeds marktleider. Acht jaar geleden scoorde de Zeebrugse visveiling nog een marktaandeel van 77 procent, maar dat is gekrompen sinds in Oostende een autonoom gemeentelijk bedrijf opgericht werd om de vismijn van Oostende te exploiteren. De stad was namelijk vrij genereus met steun en subsidies. In die mate dat Europa bedenkingen heeft bij de wijze waarop dit is gebeurd.
Hoe rendabel is de exploitatie van een visveiling?
We nemen een aandeel van 6,5 procent op de aangevoerde vis. In vergelijking met de groentesector lijkt dat percentage hoog, maar vergeet niet dat drie procent van dat aandeel gebruikt wordt voor het marktklaar maken van de vis, zoals bijvoorbeeld de sortering ervan. Als de aanvoer hoog is en de visprijzen laag, kan het rendement fors tegenvallen. Dan zitten we immers met veel vaste kosten en lage inkomsten. Bovendien ontvangt de visserijsector geen gmo-subsidies. Van zo’n veiling word je tegenwoordig dus zeker niet rijk.
Voelen jullie de concurrentie van Nederlandse visserijsector?
Die is er zeker. Door de hoge energieprijzen hebben meerdere Belgische reders de voorbije jaren hun activiteiten stopgezet. Nederlanders kopen de schepen op, behouden de Belgische quota en licenties die eraan verbonden zijn, maar exploiteren de aangekochte schepen vervolgens vanuit Nederland .
Heeft de Zeebrugse Visveiling de laatste jaren reders zien overstappen naar Nederlandse concurrenten?
Er loopt soms eentje over, maar op dat vlak stellen zich weinig of geen problemen. Door de uitbouw van de cluster blijven reders trouw aan onze veiling. Je mag de verkoop van vis overigens niet vergelijken met de blokverkoop van een partij tomaten op een groenteveiling. In Sint-Katelijne-Waver is de band tussen de individuele telers en de handel helemaal doorgeknipt, maar dat is niet het geval in de visserijsector. De kopers kijken nauwlettend toe welke reder de aangeboden vis gevangen heeft. Voor de Zeebrugse Visveiling is het uiteraard belangrijk om die kopers te behouden. Daarom moet onze marktwerking zo transparant mogelijk zijn.
De visveilingen van Zeebrugge en Oostende liggen voortdurend overhoop met elkaar. Wat is uw analyse van het conflict?
De twee veilingen trachten te groeien in een sector die krimpt. De visquota zijn de voorbije jaren gevoelig gedaald, en dus proberen visveilingen nieuwe reders aan te trekken. En dan beschikt het Oostendse stadsbestuur natuurlijk over middelen die men in Zeebrugge niet heeft. Maar goed, sinds de Europese Commissie haar rapport over de ongeoorloofde overheidssteun aan de Oostendse Vismijn heeft bekendgemaakt, heb ik toch de indruk dat de storm opnieuw wat geluwd is. Dat er regelmatig wrijvingen zijn, hoeft eigenlijk niet eens te verbazen: er zijn slechts twee grote spelers, waarbij de ene visveiling een zuiver privébedrijf is, terwijl de andere voor honderd procent in handen is van het stadsbestuur. Dat is geen eenvoudig uitgangspunt om eerlijke concurrentie te organiseren.
De kustedities van de kranten hebben een vette kluif aan de verwijten die heen en weer geslingerd worden. Gaat het ooit stoppen?
Ik laat me inderdaad de regionale bladzijden bezorgen, maar je mag die spanningen ook niet overdrijven. Dikwijls gaat het om indianenverhalen die met een flink korreltje zout moeten genomen worden. Het volstaat dat een reder ergens anders zijn vis aanvoert om een veiling ervan te beschuldigen slinkse loktechnieken toe te passen. Dergelijke verhalen worden nog meer opgeklopt naarmate de crisis harder toeslaat in de sector. Omdat die zo klein is, valt het geschreeuw van een paar individuen bovendien dubbel en dik op. Eén van mijn ambities is om tot een betere samenwerking te komen tussen de visveilingen. De uitdagingen voor de sector zijn veel te groot om niet aan één zeel te trekken.
Hoe moeilijk is het om de visveilingen van Zeebrugge en Oostende te laten inzien hoe belangrijk samenwerking kan zijn?
Ik heb in elk geval het gevoel dat hiervoor bij de reders een voedingsbodem bestaat. Eén ding staat vast: het is de moeite waard om de visserij in stand te houden. Eén man op de boot geeft immers werk aan zeven anderen, gaande van verwerking, verpakking, verkoop, handel, enzovoort. Als de betrokkenen de handen in elkaar slaan, kunnen we meteen een visveiling van Europees niveau uitbouwen, want vreemd genoeg vind je eigenlijk nergens in Europa grote visveilingen. Om tot een betere samenwerking te komen, zullen we stap voor stap tewerk moeten gaan. In een eerste fase zou kunnen samengewerkt worden op het vlak van bijvoorbeeld verkoop of de uitwisseling van kisten. Op de groenteveilingen kunnen we heel wat inspiratie opdoen. Maar nog belangrijker is de mentaliteitsverandering die er moet komen.
Zou een overname van de Oostendse vismijn door de Visafslag van Urk het makkelijker maken om samen te werken?
Ik denk dat het de zaak zou bemoeilijken. Het lijkt me zinvoller om in de eerste plaats te streven naar samenwerkingsvormen binnen de Vlaamse visserij. Daar zijn overigens de meeste synergieën te realiseren. Met een overname van de Oostendse vismijn door Urk zou de beslissingsbevoegdheid naar Nederland verhuizen, en wellicht ook een gedeelte van de vangst. Ik betwijfel dat het de hoogste prioriteit van Urk is om in Vlaanderen een stevig verkoopsplatform uit te bouwen.
In het Vlaams parlement lag ook de Stichting Duurzame Visserijontwikkeling onlangs onder vuur. Die zou met geld van het Zeevissersfonds projecten opstarten die de vissers concurrentie aandoen?
Die kritiek vind ik niet terecht, integendeel. Ik heb de indruk dat de SDVO schitterend werk levert voor de visserij, en dat gevoel leeft ook in de sector zelf. Op het vlak van energiebesparing heeft de organisatie baanbrekend onderzoek verricht. Als we er in slagen om dat verbruik met tien procent te doen zakken, gaat het al over een pak geld. Er is natuurlijk het akkefietje geweest rond de mosselprojecten, maar dat is eigenlijk folklore. Als twee producenten strijden om een primeur, krijg je automatisch spanningen. Die hetze is zeker niet symptomatisch voor de werking van de SDVO.
Visserijminister Peeters moeit zich ook met het gekibbel in de visserijsector. Is zijn inbreng noodzakelijk om de neuzen in dezelfde richting te doen wijzen?
De overheid kan het op gang brengen van een betere samenwerking mee helpen sturen, en kan zelfs katalysator zijn. Maar zonder voedingsbodem zal het hoe dan ook niet lukken. Nu is het moment aangebroken om vooruitgang te maken in dit dossier. Er is namelijk nog nooit een probleem opgelost als er geen crisis was. Belgomilk werd destijds ook opgericht toen de melkveesector aan de grond zat.
De Zeebrugse Visveiling zou net zoals Oostende in Nederland kunnen aankloppen in haar zoektocht naar een strategische partner?
Ik denk dat we de komende tien jaar een stevige consolidatie zullen krijgen in de visserij, maar we moeten eerst proberen samen te werken in onze eigen regio.
Voor het eerst sinds lang zijn weer positieve geluiden te horen in de visserijsector: de quota voor een aantal vissoorten zijn verhoogd en de energieprijzen zijn fors gedaald. Vreest u niet dat één zwaluw de lente niet maakt?
Er is op dit ogenblik wat ademruimte, maar de vis in de veiling is nog te goedkoop. En het energieprobleem is helemaal niet opgelost, want binnen twee jaar swingen de prijzen onherroepelijk weer de pan uit. Ik druk de vissers dan ook op het hart om energiebesparing hoog op de agenda te houden. Een opsteker is dat visbestanden zich herstellen op plaatsen waar de overheid in het verleden ingegrepen heeft. Persoonlijk verwacht ik dat de visquota de komende jaren lichtjes zullen schommelen. Zoals het vroeger was, wordt het echter nooit meer. En tot slot is er nog de personeelsproblematiek: omdat baggerbedrijven veel hogere lonen kunnen betalen, is het voor reders heel moeilijk om scheepjongens te vinden.
Bij zowat iedereen is het besef gegroeid dat de visserijsector moet omschakelen naar milieuvriendelijkere technieken om te kunnen overleven. Wat is de stand van zaken?
Biologen maken zich wel eens zorgen over de netten van boomkorvaartuigen die over de zeebodem slepen. Maar wist je dat het voor de visbestanden helemaal niet slecht is dat de bodem regelmatig eens omgeploegd wordt? De omschakeling naar nieuwe vistechnieken is wel nodig om een forse energiebesparing te kunnen realiseren. Experts zijn van oordeel dat nog twintig procent winst kan geboekt worden. Anderzijds mogen die nieuwe technieken de visopbrengst uiteraard niet hypothekeren. De onderzoekers moeten dansen op een slappe koord.
De voorbije jaren konden onderzoekers de reders niet of nauwelijks warm maken om hun boten om te bouwen. Is die conservatieve houding helemaal verdwenen?
Ik denk dat er helemaal geen sprake is van een mentaliteitsprobleem. De voorbije jaren heb ik wel een aantal reders zien failliet gaan, bij anderen stond het water tot aan de lippen. In economische crisistijden kan je van ondernemers toch niet verwachten dat ze zwaar investeren? Bovendien was er veel onduidelijkheid over de toekomstperspectieven van de sector. Nu de mist wat opgeklaard is, moeten we de vloot versneld proberen te moderniseren.
De Zeebrugse Visveiling gelooft blijkbaar niet dat haar logistieke visactiviteiten volstaan om leefbaar te blijven. Jullie hebben zwaar geïnvesteerd in Zeebrugge Food Logistics?
De visserij stagneert, en dan is het toch logisch dat bedrijven op zoek gaan naar bijkomende activiteiten? Via de haven van Zeebrugge wordt nogal wat voeding in- en uitgevoerd. Het is de bedoeling dat we diepgevroren voedingsproducten gaan opslaan en verhandelen. Maar maak je geen zorgen, dat project staat helemaal los van de visveiling.