Noël Devisch - Boerenbond
duidingIn de volksmond neemt de almacht van de Boerenbond mythische proporties aan. Wat blijft daar nog van over?
Noël Devisch: Zolang de anderen onze macht overschatten, komt ons dat syndicaal goed uit (geamuseerd). Maar goed, in vergelijking met het verleden zijn we in onze werking wel degelijk een stuk transparanter geworden, en we spelen alleen nog op ons terrein, met name het agrarisch syndicalisme. We zijn op dat vlak heel streng geworden voor onszelf. Numeriek voelen we ons gesterkt door de 230.000 leden die de landelijke beweging telt, maar anderzijds zijn we zeker niet de grootste werkgeversorganisatie in België en is het vanuit een klein en verstedelijkt land niet eenvoudig om op de Europese besluitvorming te wegen. Noem ons gerust een grote vis in een kleine bokaal.
De versplintering van de landbouwbevoegdheden maakt uw job niet eenvoudig.
Toen ik twaalf jaar geleden plaatsnam in de voorzitterstoel had ik genoeg aan één telefoonnummer, dat van de nationale landbouwminister. Maar intussen hebben ze dus een splinterbom onder de landbouw gelegd waardoor ik met veel meer mensen moet praten om hetzelfde resultaat te bereiken. Bovendien kom je dan terecht bij politici waarmee je niet altijd een hechte band hebt, en dan telt alleen de dossierkennis. Gelukkig schuilt daar precies onze kracht: we hebben een fantastische studiedienst die een massa ideeën en informatie aanreikt. Maar laat duidelijk zijn dat we bijvoorbeeld voor een regionalisering van het Voedselagentschap helemaal geen vragende partij zijn. Integendeel, dat zou geen uiting zijn van goed beleid.
Boerenbond had een snoerhechte binding met de toenmalige CVP. Die werd iets losser gelaten toen de christendemocraten acht jaar geleden in de oppositie belandden, maar eigenlijk is er nog altijd niet erg veel veranderd. Akkoord?
We zijn in de eerste plaats een professionele organisatie die praat met iedereen die geïnteresseerd is in landbouw en platteland. Daarom hebben we alle politieke partijen aangeschreven om hun oordeel over ons memorandum uit de doeken te doen en in ons vakblad komen alle antwoorden ook op een gelijkwaardige manier aan bod. Maar de jongste jaren is andermaal gebleken dat CD&V de partij blijft die veruit de meeste inspanningen levert voor de landbouwsector. Komt daarbij dat het gedachtegoed van onze organisatie compatibel is. Anderzijds zou ik graag hebben dat de andere partijen iets meer doen voor onze sector. De congresteksten van de socialisten blinken echter niet altijd uit door dossierkennis en Verhofstadt blijft te pas en te onpas de stelling herhalen dat elke Europese koe dagelijks twee euro aan subsidies opstrijkt. De liefde moet van twee kanten komen, hé.
Beschouwt u het landbouwbeleid van Leterme als een blauwdruk van de Boerenbond-krachtlijnen?
Daar had ik geen bezwaar tegen gehad, maar de realiteit is toch anders. Leterme heeft zwaar ingezet op innovatie, kwaliteit, verjonging, samenwerking en professionalisme. Die pijlers zijn ontsproten uit zijn brein. Natuurlijk onderhouden we goede contacten, maar ik heb gemerkt dat Leterme ook aandachtig luistert naar de grieven van alle andere landbouworganisaties, en dat hij daarnaast ook een eigen visie heeft. Hoewel we niet altijd onze zin gekregen hebben, is het in elk geval een zegen voor de landbouwsector dat iemand met het ambt van minister-president over een boerenhart beschikt en bovendien bereid bleek om er de job van landbouwminister bij te nemen. Yves Leterme heeft de landbouwers weer moed en zelfrespect gegeven.
Mogelijk moet de Vlaamse regering na de verkiezingen op zoek naar een nieuwe landbouwminister. Wie schuift Boerenbond naar voor?
We hebben geen concreet voorstel.
Wat vindt u zelf de belangrijkste speerpunten in het politiek memorandum dat Boerenbond naar aanleiding van de verkiezingen geschreven heeft?
Dat onze federale ministers bij hun collega’s in de andere lidstaten scherpere productie-eisen zouden bepleiten, is nog aanvaardbaar. Maar ons land mag zijn boeren en tuinders zeker niet op eigen houtje strengere normen opleggen dan de Europese voorschriften. Het beleid moet in de andere richting evolueren: bijvoorbeeld voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen is er dringend een Europese harmonisatie nodig. De wettelijke basis moet voor alle marktspelers in de Unie identiek zijn. Kwaliteitslabels zijn een goeie zaak, maar ze moeten wel hun vrijwillig karakter behouden. En de normen voor producten uit derde landen moeten aan dezelfde standaarden voldoen als onze eigen hoge standaarden. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk gebeurt het niet. Aan de buitengrenzen moet de EU veel intensiever controleren. Nu komt er bijvoorbeeld nog altijd Zuid-Amerikaans vlees binnen van dieren die ingeënt werden tegen mond- en klauwzeer. Dat de invoer van sommige ggo’s toegelaten is zonder dat onze boeren ze mogen telen, is nog zo’n discrepantie waar we vanaf moeten.
Boerenbond is nog steeds niet gerust in de financiering van het Voedselagentschap. Wat is het probleem?
Vooraleer de bijdrage van de landbouw kon vastgelegd worden, waren drie betogingen, nachtelijke onderhandelingen en interne discussies op het scherp van de snee noodzakelijk. De land- en tuinbouwers dekken 26 procent van de kosten en betalen daarvoor een forfaitair bedrag van 187 euro. Nu blijkt dat bij boeren 107 procent van het voorziene bedrag gefactureerd werd, terwijl dit in sommige andere sectoren maar om 40 à 45 procent gaat. Zullen de boeren straks een financiële put van 15 miljoen euro moeten helpen opvullen? Wat ons betreft, kan daar in elk geval geen sprake van zijn. Als zou blijken dat er in de voedselketen niet zoveel operatoren actief zijn als aanvankelijk vermoed, dan moet het Voedselagentschap daar zijn conclusies uit trekken. Wij hebben zeker niet de intentie om een apparaat te financieren met een veel te grote jas. De sector betaalt nu trouwens al een veel ruimer aandeel in de werkingskosten dan in de ons omringende landen gebruikelijk is. Dat is een vorm van concurrentievervalsing.
Wie moet het boetekleed aantrekken voor de scheefgelopen financiering?
Ik stel gewoon vast dat het probleem van de financiering twee maanden geleden als een donderslag bij heldere hemel werd aangekaart. Intussen worden we voortdurend met nieuwe cijfers geconfronteerd. Houins is vol lof over de transparantie van het agentschap, maar ik heb daar toch een aantal vragen bij.
Hebben we op federaal niveau straks nog een landbouwminister nodig?
(aarzelt even) Waarom niet? Op die manier heb je tenminste iemand in de federale regering die zijn schouder onder de landbouw zet. Laruelle heeft het schadedossier van het extreme zomerweer in 2006 toch een eind vooruitgeholpen. Het is ook goed dat ze zich beziggehouden heeft met de fiscale barema’s en de modaliteiten voor contracten. Verder heeft ze ons land tijdens de voorbije legislatuur op een degelijke manier vertegenwoordigd in de Europese ministerraden. Persoonlijk ben ik er een groot voorstander van dat de Europese Unie in die vergaderingen de regio’s aan het woord zou laten, maar dat is vooralsnog politieke dagdromerij.
De kans bestaat dat de Doha-ronde de komende weken eindelijk zijn ontknoping kent. Het staat in de sterren geschreven dat de invoertarieven voor landbouwproducten verder zullen dalen dan de cijfers die momenteel op de onderhandelingstafel liggen?
Uit een intern document van het directoraat-generaal Landbouw van de Europese Commissie blijkt dat het huidige voorstel de Europese landbouwsector al zo’n 25 miljard euro zal kosten, waarbij vooral de rundveehouderij het hard te verduren krijgt. Helaas kan Fischer Boel zich zelfs met deze cijfers in de hand niet verdedigen tegen handelscommissaris Mandelson. In de vorige Commissie hielden Fischler en Lamy elkaar perfect in evenwicht, waarbij de Oostenrijker vermeed dat anderen zich te ver op het terrein van de landbouw waagden. Nu is het evenwicht compleet zoek. En dat terwijl het duidelijk is dat Mandelson er enkel op uit is om te scoren op het vlak van industriële goederen en diensten. Onlangs was ik in de Verenigde Staten, en daar klinkt de retoriek over landbouw helemaal anders. De Amerikanen zeggen simpelweg dat de hoge landbouwprijzen een daling van hun landbouwsteun overbodig maken. Punt aan de lijn. Intussen heeft de EU al wel toegezegd om zijn exportsubsidies tegen 2013 af te schaffen, zijn interne steun met zeventig procent terug te schroeven en de invoertarieven met gemiddeld 54 procent te laten dalen. Ik ben in principe gewonnen voor een WTO-akkoord, maar dat mag in geen geval gepaard gaan met nog forsere tariefdalingen.
Boerenbond heeft de kat de bel aangebonden om hogere melkprijzen te bekomen. Werd de inhoud van het persbericht waarin gepleit werd voor een prjisstijging op voorhand doorgepraat met de bestuurders van Milcobel?
De eiwitprijzen zijn fameus gestegen op de wereldmarkt, en ook de prijs van het botervet volgt dezelfde trend. Dan is het toch normaal dat de melkveehouders een deel van de koek krijgen? Daar moesten we met Milcobel geen voorafgaandelijk overleg over plegen.
Verdedigen de boerende bestuurders van een coöperatie zoals Milcobel dan onvoldoende de belangen van de landbouwers?
Dat hoor je me zeker niet zeggen. De opdracht van een goede beheerder is anders dan die van een syndicalist. Dat er tussen beiden een gezond spanningsveld is, vormt geen enkel probleem. Er is zeker een basis voor een constructief gesprek. Ik wil er trouwens ook op wijzen dat de distributiesector de dans niet mag ontspringen. De consumptiemelk in de winkelrekken is te goedkoop.
Het congres van Boerenbond zinderde van vernieuwing. Wat is er intussen in de praktijk veranderd?
Veel. We hebben bijvoorbeeld al uitvoerig gepraat met Natuurpunt en derdewereldorganisaties, iets wat we in het verleden te weinig deden. De reden is allicht de malaise waarin de landbouwsector verkeerde, want het is nu eenmaal moeilijk om met een lege maag te filosoferen. Ik merk dat onze nieuwe gesprekspartners wat onwennig reageren op onze gewijzigde opstelling, maar anderzijds blijkt dat ook zij rijper geworden zijn. Daardoor verzandt het overleg niet langer in ideologische profilering, maar kunnen we werken op de technische kanten van dossiers. Met gemeenschappelijke standpunten kunnen we veel sterkere signalen geven aan de politiek, daar geloof ik sterk in.
Heeft Boerenbond ook al de dialoog aangeknoopt met Gaia?
Neen, maar dat komt wel. We willen gerust praten over dierenwelzijn, ook al ligt het debat over dierenrechten moeilijk omdat het over de fundamenten van de veehouderij gaat. We moeten nu eenmaal dieren doden om vlees te produceren. Het probleem is dat veel mensen antropomorf redeneren: ze verplaatsen zich met hun gevoelens en referentiekader in de huid van dieren en trekken daar dan conclusies uit. Wist je dat het vooral mensen zijn die in appartementen leven die de grootste bezwaren opperen tegen legkippen in batterijkooien?
Binnen een jaar is de voorzitterstoel van Boerenbond vacant. Wat wil u absoluut nog realiseren?
De mestproblematiek is nog niet helemaal uitgeklaard, de maatschappelijke dialoog is volop aan de gang en de uitvoering van de congresresoluties is een andere belangrijke prioriteit. Een stuurgroep onder leiding van Piet Vanthemsche gaat de 186 resoluties bundelen en verwerken. Voor sommige resoluties zal het nodig zijn om een aparte werkgroep op te richten, zodat de gemaakte keuze inhoudelijk verder kan uitgediept worden. Dat is een cruciale opdracht, want de toekomst zal pas uitwijzen hoe historisch ons congres geweest is.
Tijdens uw voorzitterschap heeft de landbouw vooral moeilijke jaren beleefd…
Hopelijk was het niet mijn schuld (lacht uitbundig). Op dit ogenblik oogt de toekomst van de landbouw echter rooskleurig, en dat geeft me het gevoel dat onze strijd niet voor niks geweest is. Ik ben een gelukkig man.