Nieuwe versie van lastenboek voor primaire productie
nieuwsVorige maand keurde het Voedselagentschap een nieuwe versie goed van de sectorgids voor primaire productie. Op 25 november treedt het nieuwe lastenboek in werking, samen met de nieuwe regels inzake de fytolicentie. Aangezien de sectorgids integraal deel uitmaakt van de Vegaplan-standaard krijgt ook die laatste een 2.0 versie. Momenteel zijn meer dan 16.800 landbouwbedrijven voor dit lastenboek gecertificeerd. Wijzigingen die zij dit najaar best even verifiëren, hebben te maken met het fytolokaal, de fytolicentie die verplicht wordt en de opslag van granen in een aardappelloods die voortaan moet worden gemeld aan de graanhandelaar gelet op het risico van verontreiniging door de kiemremmer CIPC.
De aanpassing van de sectorgids voor primaire productie houdt de facto een nieuwe versie in van de Vegaplan-standaard aangezien de sectorgids hier integraal deel van uitmaakt. Het Voedselagentschap heeft deze twee lastenboeken op gelijke voet gezet met het oog op een administratieve vereenvoudiging bij de certificering. Vanaf 25 november 2015 is enkel nog versie 2.0 van toepassing bij de certificeringscontroles. Ook voor controles die vóór deze datum plaatsvinden, mag een landbouwer indien hij dat wenst deze versie reeds gebruiken.
Gisèle Fichefet, coördinatrice van Vegaplan, herinnert er aan dat dit lastenboek ontwikkeld is in overleg met de overheden, de afnemers en de landbouworganisaties. “Het omvat enerzijds de wettelijke vereisten op het vlak van voedselveiligheid en duurzaam gebruik van pesticiden, en anderzijds de door de afnemers opgelegde voorwaarden voor markttoegang.” Op basis van de Vegaplan-standaard kan volgens Fichefet rekening worden gehouden met de specifieke aard en de eisen van de sector en kan de kwaliteit van de afgeleverde producten worden gewaarborgd.
De belangrijkste nieuwigheden, grotendeels gebaseerd op de wetgeving, worden in het rood aangegeven in de tekst van de checklist en de lastenboeken die terug te vinden zijn op de Vegaplan-website. De beheerder van het lastenboek maakt een korte oplijsting. Om te beginnen, wordt het doelgebied uitgebreid zodat de eisen inzake hygiëne voortaan ook gelden voor kleine producenten met maximum een halve hectare aardappelen of hoogstamfruitbomen, 25 are laagstamfruit of 10 are van een andere teelt. Het maakt daarbij niet uit of er aan de kleinhandel dan wel rechtstreeks aan de consument geleverd wordt.
De andere wijzigingen vloeien vooral voort uit de invoering van de fytolicentie voor alle professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen. Producten uit de categorie ‘voor professioneel gebruik’ mogen uitsluitend door licentiehouders toegepast worden. Een lokaal of kast waar zulke middelen bewaard worden, is nog alleen toegankelijk voor licentiehouders. De eisen inzake signalisatie van het fytolokaal worden aangepast zodat het gevaar duidelijker afgebeeld wordt en de identiteit en coördinaten van de beheerder vermeld staan, en liefst ook het fytolicentienummer.
Verderop lezen we dat de opslag van granen in aardappelloodsen voortaan gemeld moet worden aan de afnemer van granen, evenals de toepassing van CIPC op aardappelen. Deze kiemremmer geeft immers een risico op residuoverschrijding in granen. Tot slot zijn er drie nieuwe aanbevelingen die weliswaar geen verplichting zijn: registratie van ongevallen en preventiemaatregelen, kennis van eerste hulp en preventie van bodemverdichting.