nieuws

Netwerken kunnen landbouwer helpen innoveren

nieuws
Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de Universiteit Gent sloegen de handen in elkaar om te onderzoeken hoe het opbouwen van een netwerk land- en tuinbouwers kan helpen om succesvol te innoveren. Uit het onderzoek van enkele case-studies bleek namelijk dat netwerken een gunstige invloed heeft op innovatieprocessen, maar dat veel land- en tuinbouwers hier echter niet actief genoeg in zijn. Daarom besluit het onderzoek met enkele aanbevelingen om zowel op het individuele als institutionele niveau succesvol te netwerken.
23 september 2014  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:27
Lees meer over:

Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de Universiteit Gent sloegen de handen in elkaar om te onderzoeken hoe het opbouwen van een netwerk land- en tuinbouwers kan helpen om succesvol te innoveren. Uit het onderzoek van enkele case-studies bleek namelijk dat netwerken een gunstige invloed heeft op innovatieprocessen, maar dat veel land- en tuinbouwers hier echter niet actief genoeg in zijn. Daarom besluit het onderzoek met enkele aanbevelingen om zowel op het individuele als institutionele niveau succesvol te netwerken.

Binnen het vier jaar durende onderzoeksproject 'Netwerken als katalysator voor innovatie in de land- en tuinbouwsector' onderzochten het ILVO en de Universiteit Gent hoe het uitbouwen van een netwerk landbouwers kan helpen om te innoveren. “We zien, in elke sector, dat bedrijven die netwerken opbouwen sneller bij innovaties zijn en het hierdoor beter doen”, aldus begeleidend professor Xavier Gellynck.

Helaas stelden de onderzoekers ook vast dat landbouwers niet altijd actief, of met dezelfde intensiteit netwerken, waardoor er verschillen in innovatiecapaciteit ontstaan. Er bestaan nochtans wel initiatieven die speciaal zijn opgericht om innovatie in de landbouw te stimuleren, zoals bijvoorbeeld het Innovatiesteunpunt, maar die worden niet door iedereen benut.

Vanuit die achtergrondkennis wilde men met het project kennis verwerven in de netwerkbehoeften van land- en tuinbouwers, en de behoeften beter afstemmen op het aanwezige netwerk. De basisvraag luidde dan ook: “Hoe kunnen landbouwers een netwerk gebruiken om innovaties te ondersteunen?” Hiervoor werden aan de hand van case-studies vijf karakteristieken van een typisch innovatieproces onderzocht, en werd er gekeken hoe netwerken hierop kunnen ingrijpen.

Uit de resultaten kwam naar voren dat participeren in een netwerk kan helpen om de eigen bedrijfsvisie op punt te stellen, en te reflecteren over welke innovaties haalbaar en wenselijk zijn. Daarbovenop fungeert een netwerk als vangnet voor kennis in verband met nieuwe technologieën of wetgeving zodat er korter op de bal gespeeld kan worden. Ook de face-to-face communicatie binnen een netwerk is essentieel. “Nu is er nog te vaak een eenrichtingsverkeer naar de landbouwer toe.”

Bovendien geldt bij een netwerk ook de leuze “samen sterk”. Soms kunnen landbouwers met een innovatief idee dat project niet doorzetten omdat er bijvoorbeeld vanuit de retail of onderzoekscentra geen steun geboden wordt of geen interesse is. Als die landbouwers een coalitie vormen, kan het makkelijker worden dat idee toch ingang te laten vinden. Maar dan moeten die landbouwers wel via een netwerk elkaar kunnen vinden.

Bij wijze van besluit formuleerden de onderzoekers enkele aanbevelingen om succesvolle netwerken te vormen. Zo is het onder andere noodzakelijk dat alle leden goed op de hoogte zijn van elkaars verwachtingen, dat er afspraken zijn rond het delen van informatie en dat alle leden ‘eigenaar’ moeten zijn van het netwerk en dus actief moeten participeren in plaats van zich te laten leiden. Wel wordt aangeraden om een ‘trekker’ of actieve coördinator aan te stellen. Verder zijn ook praktische factoren van belang, zoals de grootte van een netwerk en het vermijden van barrières door afstand en tijd.

Op institutioneel niveau beklemtonen de onderzoekers het belang van netwerksubsidies, maar ook van innoveren op de juiste snelheid. “Het vooropstellen van een ambitieuze innovatiedoelstelling werkt contraproductief, omdat landbouwers vaak nog bezig zijn met het ontwikkelen van basisvaardigheden.” Een landbouwer die aan landbouweducatie doet, kan op dat vlak bijvoorbeeld nog niet overgaan tot innovaties als hij er nog aan moet wennen om een klas te ontvangen. Tot slot wordt nog beklemtoond dat men landbouwers moet stimuleren actief te participeren in netwerken, zodat zij niet langer het gevoel hebben de innovatie opgelegd te krijgen, maar wel mede-ontwerpers zijn van de vernieuwing.

Beeld: Loonwerk Defour

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek