duiding

Luc Vankrunkelsven - Wervel

duiding
"Landbouw moet steeds opnieuw uitgevonden worden"
3 januari 2009  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:52
Lees meer over:
Enkele federaties zijn de kansen voor het gebruik van duurzame grondstoffen volop aan het screenen. 17 jaar lang stond de inmiddels 50-jarige Norbertijn Luc Vankrunkelsven met het sojadossier in de woestijn te roepen. Wat bezielt deze moderne missionaris om zijn halve leven aan dit vraagstuk te wijden en twee keer per jaar heen en weer te pendelen tussen het land van de sojatelers en de mestverwerkers?

Luc Vankrunkelsven: Norbertijnen hebben misschien wel van nature een agrarische roeping. De Orde dateert immers uit de twaalfde eeuw, dus vóór de opkomst van de steden. De eerste Norbertijnen hebben bossen gekapt en moerassen drooggelegd om de landbouw meer ontwikkelingskansen te geven. Misschien is het vandaag onze taak om landbouw en milieu weer wat dichter bij elkaar te brengen. Vergeet niet dat de abdij van Averbode nog een boerderij heeft. De nieuwe abt heeft in zijn abtschild trouwens een ploeg gezet, wat toch betekent dat landbouw voor hem belangrijk is.

Ben je eigenlijk priester?
Na mijn intreden in de abdij van Averbode heb ik filosofie en theologie gestudeerd, maar ik heb me nooit laten wijden. Dat laat me toe om me wat vrijer te bewegen. Als directeur van het bezinningscentrum in de abdij heb ik er destijds altijd mee voor gezorgd om van de weekends geen eilandervaringen te maken. Zo heb ik me bijvoorbeeld ook beziggehouden met thema’s zoals incest en armoede. Ik ben ook een kind van de milieubeweging die in de jaren zeventig ontstaan is. Spiritualiteit hoort voor mij verankerd te zijn in de manier waarop we omgaan met materiële dingen, zoals de natuur en de landbouw.

Wanneer heb je de link tussen spiritualiteit en landbouw gelegd?
De klik is er eind 1989 gekomen toen we voor boeren en geïnteresseerden in de landbouw tijdens een bezinningsweekend een gezamenlijke lezing organiseerden met de Nederlandse priester-politicus Herman Verbeek, auteur van het boek ‘In boeren handen’. Tijdens dat weekend heb ik mijn roots herontdekt, want als kind heb ik aan de zijde van mijn vader heel wat boerderijen bezocht. De idee om landbouwers, consumenten, milieuorganisaties en de derdewereldbeweging dichter bij elkaar te brengen, leek me heel interessant. Hoewel ik met heel wat onderwerpen bezig was, heb ik voor mezelf beslist om sterker te gaan focussen op het landbouwverhaal. Twee maanden na het bezinningsweekend over landbouw is de Werkgroep voor een Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw (Wervel) ontstaan.

Daar zat de traditionele landbouw niet meteen op te wachten?
Wervel was amper opgericht, toen de varkenspest uitbrak. Twee maand lang zijn we erin geslaagd om onze ongezouten mening over de industriële veehouderij te ventileren via opiniestukken en lezersbrieven in De Standaard, sommigen noemden het zelfs persguerilla (lacht). Ik geef toe dat we een nogal confronterende schrijfstijl hanteerden. In mijn eerste opiniestuk trof ik het hart van het agrarisch kapitalisme door de wereldwijde stromen van veevoedergrondstoffen in vraag te stellen, met soja op kop. De kop boven de eerste Wervel-krant luidde ‘Het Varkens-Tribunaal’. Het heeft daarna tien jaar geduurd vooraleer iemand van Boerenbond me officieel wilde spreken. Ze hebben ooit zelfs geprobeerd om mij via een brief aan de abt te muilkorven.

Wat is de missie van Wervel?
Het mestprobleem is niet alleen een milieukwestie, maar heeft ook verstrekkende gevolgen op plaatsen in de derde wereld waar immense sojawoestijnen ontstaan. En de onwetende consument moet alles maar slikken. Zowel in onze analyse als voorgestelde alternatieven heeft Wervel altijd geprobeerd om de landbouw, het milieu, de derde wereld en de consumenten met elkaar te linken. Dat gebeurde op het niveau van de ideeën, maar ook op het niveau van mensen. In onze basiswerkgroepen hebben van bij de start dus eveneens landbouwers gezeteld. We hebben ook altijd naar eerbare oplossingen gezocht voor de problemen, waarbij een eerlijk inkomen voor boeren steevast vooropstaat. Het was nooit de bedoeling om landbouwers individueel als zondeboek aan te wijzen. Ze zijn zelf slachtoffer van een wereldwijd systeem.

Wervel bestaat intussen zeventien jaar. Blik je met tevredenheid terug op de realisaties?
Dat is een moeilijke vraag. Ik ga er toch vanuit dat we een aantal onderwerpen op de maatschappelijke agenda gekregen hebben. Ooit werden we opgetrommeld om in het Vlaams parlement onze visie op het mestprobleem uit de doeken te doen. Toen we de hele internationale context haarfijn begonnen uit te leggen, werden we er subtiel attent op gemaakt dat we niet voor de Verenigde Naties aan het spreken waren. Vandaag denken mensen gelukkig toch al wat genuanceerder over een brede waaier aan thema’s, zoals de handelsliberalisering of genetisch gewijzigde organismen. Al was ik toch weer ontgoocheld toen ik de resultaten inkeek van de jongste enquête die Boerenbond onder zijn leden georganiseerd heeft. 29 procent van de respondenten blijkt er geen flauw benul van te hebben dat onze landbouw meer eiwitrijke gewassen zou moeten telen om de boeren in ontwikkelingslanden meer ademruimte te geven. Eén landbouwer op drie is zelfs tegen die idee gekant. We hebben met onze vormingsactiviteiten dus nog heel wat werk voor de boeg. We starten nu trouwens met een nieuwe themagroep rond energiegewassen.

Als organisatie is Wervel intussen geëvolueerd van een enthousiaste vrijwilligersbeweging naar een meer professioneel gestroomlijnd bedrijfje?
Klopt. We hebben nu vijf vaste medewerkers in loondienst. Sinds vorig jaar krijgen we ook subsidies van de Vlaamse cultuuradministratie. Samen met de giften en projectgelden beschikken we momenteel over een jaarbudget van ongeveer 200.000 euro. We zijn iets minder ‘beweging’ en wat meer ‘instelling’ geworden. Boerenbond en zelfs de mengvoederindustrie zijn vandaag vaste gesprekspartners. Soms bekruipt me de schrik dat we daardoor aan scherpte inboeten. We zijn niet meteen de figuren om op barricades te gaan staan, maar ik zal niettemin altijd blijven zeggen en schrijven wat ik denk. Instellingen zoals de kerk, de school en de vakbond moeten altijd hersticht worden. Dus ook Wervel. Net zoals ook de landbouw steeds opnieuw moet uitgevonden worden, gestoeld op de eeuwenlange ervaring van de generaties die ons vooraf zijn gegaan.

Sinds 2003 pendel je voortdurend tussen Vlaanderen en Brazilië?
De wijsheid en sereniteit van bisschop Dom Helder Câmara hebben me altijd geïnspireerd. Vooral bij de overlevingsstrijd van de indianenbevolking voel ik me nauw verbonden. Toen ik in 2000 een sabbatjaar kreeg van de abt van Averbode ben ik meteen naar Brazilië gereisd. Ik heb er bevrijdingstheologen bezocht en kennisgemaakt met de MST, de beweging die landloze boeren weer van de favella’s naar het platteland wil zuigen. In de strijd tegen het grootgrondbezit heb ik trouwens nog deelgenomen aan bezettingskampen. Uiteindelijk ben ik beland bij Fetraf, een vakbond die familiale boeren vertegenwoordigt. Daar hadden ze de landbouw alleen nog maar bekeken vanuit de Braziliaanse belangen op het ogenblik dat ik er arriveerde. Mijn verhaal over de manier waarop de internationale handel landbouwmodellen in Noord en Zuid aanstuurt, vonden ze dermate interessant dat me gevraagd werd om regelmatig langs te komen. Sinds 2003 kan ik twee keer per jaar naar ginder reizen, dankzij een project van de Nederlandse overheid.

De Vlaamse landbouwsector vangt vooral signalen op over de Braziliaanse agro-industrie, en veel minder over de kleine boeren. Een vertekend beeld?
In Brazilië staan de conflicterende landbouwmodellen tegenover elkaar, met elk hun landbouwminister. De noordoostelijke staat Bahia telt een miljoen boeren die nauwelijks kunnen overleven met een areaal van amper twee hectare. Maar je vindt er evengoed boeren met grotere oppervlaktes dan het hele landbouwareaal in Vlaanderen. Zelf werk ik in het zuiden van Brazilië. Daar beschikken de familiale boeren gelukkig over een gemiddelde bedrijfsoppervlakte van zo’n 24 hectare. Belangrijk om weten is dat in de Braziliaanse agro-industrie nogal wat westers kapitaal omgaat. Brazilië en de EU hebben hun spierballen laten rollen in het suikerconflict, maar intussen zijn onze ondernemers naar ginder getrokken waardoor ze nu boeren in Noord en Zuid tegen elkaar uitspelen. Europees en Japans kapitaal investeert momenteel in tientallen Braziliaanse suiker- en ethanolfabrieken. De Franse multinational Doux produceert miljoenen varkens tussen de soja en maïs in Mato Grosso. Zelfs in de paradijselijk ogende deelstaat Santa Catarina weten ze intussen wat de gevolgen zijn van te veel stikstofresten in het water. De milieuwetgeving in Brazilië is behoorlijk goed, maar wordt niet nageleefd. De Europese boer en consument stellen zich volgens mij terecht vragen bij de kwaliteit van de Braziliaanse producten.

De Brazilianen zijn grote voorstanders van een verdere liberalisering van de wereldhandel in landbouwproducten. Is jouw werk in Brazilië dan geen druppel op een hete plaat?
De plaatselijke media tonen graag de gigantische landbouwmachines die zorgen voor een succesvol exportverhaal. Ook de familiale boeren staren zich blind op de ‘exportroeping’ van Brazilië. Als de Europese Unie in de toekomst definitief stopt met zijn dumpingpraktijken zal de Braziliaanse agro-industrie gegarandeerd klaarstaan om die rol over te nemen. Ze denken zelfs dat ze op die manier een positieve rol kunnen spelen voor Afrikaanse ontwikkelingslanden. Toen ik bij Fetraf startte met het vormingswerk keken de boeren nogal raar op, telkens ik hun mythe van de wereldmarkt ontkrachtte. Ondertussen schaart Fetraf zich achter het concept van voedselsoevereiniteit en zetten ze prioritair in op de voedingsnoden van de eigen bevolking. Die wordt overigens voor zeventig procent gevoed door de familiale bedrijven.

Hoe evolueert de monocultuur van soja in Brazilië?
Sinds de jaren zeventig is vanuit het zuiden van het land een pletwals op gang gekomen. Momenteel worden in Brazilië heel wat biodieselfabrieken voor de verwerking van soja gebouwd, waardoor de problematiek zich nóg scherper stelt. Lokale culturen met lokaal verweven landbouw worden helemaal weggeduwd. Het Amazonewoud wordt hierdoor bedreigd, maar ook de savannegebieden en hun enorm rijke biodiversiteit. Zolang er geld mee kan verdiend worden, zal deze business doorgaan. De biobrandstoffen zorgen op dat vlak voor een heel pervers effect. De Amerikanen hebben immers enorme hoeveelheden maïs geplant voor de productie van bio-ethanol. Door de relatieve schaarste aan soja is de prijs op de wereldmarkt enorm gestegen, waardoor het nog rendabeler wordt om die teelt uit te breiden in Brazilië.

De gouverneur van de noordelijke staat Para heeft eind vorig jaar 15 miljoen hectare Amazonewoud een beschermde status gegeven. Is dat geen keerpunt?
De bescherming van het woud is in de eerste plaats federale materie, maar de overheid kan de uitgestrekte gebieden onvoldoende controleren. Drie jaar geleden werd een recordareaal van bijna 25.000 vierkante kilometer ontbost. Sindsdien is het ritme van de ontbossing weer teruggezakt naar het ‘normale’ peil van zo’n 18.000 vierkante kilometer per jaar, maar ik ben bang dat het in de toekomst toch weer gaat stijgen. En als nu ook nog de Chinezen en Indiërs massaal vlees beginnen te consumeren, zal de sojarush in Brazilië, Argentinië, Paraguay en nu ook Bolivia zeker geen vaart minderen.

In Vlaanderen heeft onder meer de mengvoedersector oren naar het verhaal van het Amazonewoud. Bedoeling is om in de toekomst alleen nog ‘duurzame’ soja in te voeren. Speel jij als ervaringsdeskundige een rol in dat project?
De landbouwsector heeft al twee keer een aantal mensen van Greenpeace, Wervel en andere ngo’s uitgenodigd voor een babbel. Voor hen is zo’n discussie een heel nieuwe oefening, en voor ons eigenlijk ook. Een eerste opdracht is om ‘maatschappelijk meer verantwoorde soja’ te definiëren. Er zijn de klassieke Bazelcriteria van het WWF, maar zelf schuiven we ook de parameters naar voor die de Braziliaanse boeren van Fetraf in samenwerking met lokale milieuorganisaties op democratische wijze hebben uitgewerkt. Voor familiale boeren is soja een erg waardevol gewas, als het tenminste in een ecologisch verantwoorde teeltrotatie geplaatst wordt. We proberen het overigens niet alleen te hebben over een verduurzaming van de sojastromen, maar praten ook over alternatieve oplossingen. Met name voor de melkveehouderij liggen oplossingen voor de hand door de eigen teelt van vooral grasklaver. Lupinen, kemp, mengteelten zoals gerst en huttentut, maar ook agrofrestry-systemen bieden oplossingen.

De zuivelsector ziet het gebruik van ggo-vrije soja niet zitten. Heb je begrip voor dat standpunt?
Zelf ben ik nooit een fundi geweest. Maar gentechnologie past in het plaatje van een landbouwmodel met monoculturen en monopolistische multinationals. Ik lig wakker van de vaststelling dat de chemienijverheid de voorbije twintig jaar de zaadsector heeft overgenomen. Wat Brazilië betreft, is de situatie op het terrein zeer uiteenlopend. Terwijl in een staat zoals Rio Grande do Sul negentig procent van het soja-areaal genetisch gewijzigd is, slaagt de gouverneur van Paraná er nog steeds in om in zijn staat het ggo-areaal beperkt te houden. GGO-vrije regio’s in Europa zoals Bretagne zoeken sinds 2006 contact met Paraná. Vergeet overigens niet dat de teelt van gemodificeerde soja enkele jaren geleden nog verboden was in Brazilië.

In Vlaanderen wordt de landbouw steeds professioneler om nog te kunnen meespelen op de internationale landbouwmarkten. Daar kan je moeilijk bezwaar tegen hebben?
Met een begrip zoals ‘professionalisering’ kan je mekaar natuurlijk doodslaan. Landbouwers kunnen bijvoorbeeld ook op een professionele manier producten verkopen langs de korte keten.

Klopt de indruk dat organisaties zoals Boerenbond en Wervel de jongste jaren steeds makkelijker met elkaar kunnen praten?
Inderdaad. Boerenbond vraagt me wel eens om een artikel te schrijven voor hun ledenblad. Maar ik word dan wel vriendelijk gevraagd om het uitsluitend over Brazilië te hebben (lacht).

Goed dan. Wat zijn volgens Luc Vankrunkelsven de belangrijkste uitdagingen voor de Vlaamse landbouwsector?
(lange stilte) Als we het sojaverhaal ernstig nemen, moet de veestapel op termijn slinken. Dat is geen leuk verhaal, maar we zitten met een scheefgetrokken erfenis uit het verleden opgescheept. Langzaam zullen ook de consumenten zich daar bewust van worden. Allicht zal dat in schokgolfjes gebeuren, zoals momenteel het bewustzijn wordt aangescherpt rond de CO2-uitstoot. De heersende hokjesmentaliteit in de natuur- en landbouwsector moet doorbroken worden. De ‘economische haalbaarheid’ wordt in de landbouwwereld terecht beklemtoond, maar uiteindelijk hebben we maar één aarde die ons draagt of uitspuwt. De ecologische draagkracht van onze planeet is per definitie de basis voor een sociaal- en economisch rechtvaardige landbouw. In Vlaamse landbouwsector bestaan daar trouwens honderden interessante voorbeelden van. Zij verdienen onze blijvende waardering en steun.
 

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek