nieuws

Landbouwers krijgen belangrijke rol in evaluatie van MAP-meetpunten

nieuws

De Vlaamse overheid laat alle MAP-meetpunten onderzoeken op niet-agrarische invloeden die de gemeten waterkwaliteit kunnen vertekenen. Lokale terreinkennis van landbouwers is daarbij essentieel. Zij kunnen onder meer informatie aanleveren over lozingen, rioleringen, overstorten en andere niet-agrarische waterstromen. De resultaten van de evaluatie kunnen mee bepalen hoe de waterkwaliteit en mogelijke oorzaken van overschrijdingen in landbouwgebied in de toekomst worden beoordeeld. Boerenbond roept landbouwers daarom op om hun bevindingen uiterlijk eind december 2026 te delen.

Vandaag VILT-redactie
Lees meer over:
rioolrioleringlozing-AquafinCopyright

Het MAP-meetnet volgt de waterkwaliteit in landbouwgebieden op. De meetresultaten spelen een belangrijke rol in het mestbeleid. Daarom is het belangrijk dat de meetpunten een correct beeld geven van de impact van landbouwactiviteiten. De huidige evaluatie onderzoekt in welke mate niet-landbouwgerelateerde bronnen, zoals huishoudelijk afvalwater, riooloverstorten, industriële lozingen of natuurlijke factoren, de gemeten nitraat- en fosfaatwaarden in het oppervlaktewater beïnvloeden.

De studie moet objectief in kaart brengen welke meetpunten voldoende representatief zijn om de agrarische invloed te beoordelen en waar een verplaatsing of schrapping van een meetpunt aangewezen is.

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) stelde hiervoor een consortium aan met de Bodemkundige Dienst van België, KU Leuven en Sumaqua. De onderzoekers combineren een desktopanalyse met informatie van stakeholders en, waar nodig, aanvullend terreinonderzoek.

Praktijkkennis van landbouwers is onmisbaar

Boerenbond benadrukt dat de evaluatie niet uitsluitend op cijfers en modellen mag steunen. Ook de kennis van landbouwers over de lokale situatie moet volwaardig worden meegenomen.

“Door concrete vaststellingen te delen, helpen landbouwers mee aan een evaluatie die rekening houdt met de werkelijkheid op het terrein”, benadrukt Boerenbond. “Het is daarbij vooral belangrijk om lozingen en andere niet-agrarische waterstromen op te sporen die nog niet op het GIS-portaal zijn aangeduid.” Ook hydrologische bijzonderheden of andere lokale omstandigheden die de gemeten waterkwaliteit kunnen beïnvloeden, zijn relevant.

Voor Boerenbond staat daarbij één principe centraal: landbouwers mogen enkel verantwoordelijk worden gesteld voor hun eigen impact op de waterkwaliteit. “Lokale terreinkennis kan informatie aan het licht brengen die niet noodzakelijk in databanken terug te vinden is. Die informatie helpt om de meetresultaten correct te interpreteren en kan mee bepalen waar bijkomend terreinonderzoek nodig is”, aldus Boerenbond.

De landbouworganisatie heeft al langer aangedrongen op een grondige evaluatie van het MAP-meetnet. Die evaluatie maakt ook expliciet deel uit van het MAP-akkoord dat landbouw-, milieu- en natuurorganisaties in 2024 sloten.

Eerste test toont belang van evaluatie aan

De onderzoeksmethode werd deze zomer uitgetest op 11 MAP-meetpunten, verspreid over Vlaanderen. De steekproef omvatte zowel meetpunten met gunstige als minder gunstige meetresultaten, en zowel actieve als slapende meetpunten.

De eerste resultaten bevestigen volgens Boerenbond dat een grondige evaluatie noodzakelijk is. Van de 11 onderzochte meetpunten bleken er drie onvoldoende representatief om de agrarische invloed op de waterkwaliteit weer te geven. Ze voldeden niet aan de vooropgestelde criteria.

“Deze eerste resultaten tonen aan hoe belangrijk het is om het MAP-meetnet kritisch te evalueren. De lokale terreinkennis van landbouwers vormt daarbij een belangrijke meerwaarde. Zo kunnen we het meetnet optimaliseren en ervoor zorgen dat bij de beoordeling van de waterkwaliteit rekening wordt gehouden met de werkelijke impact van landbouwactiviteiten”, stelt Boerenbond.

Landbouwers kunnen hun terreinkennis en concrete vaststellingen tot eind december 2026 doorgeven via hun (regio)consulent van Boerenbond of rechtstreeks via het onlineplatform van het onderzoeksconsortium.

VLM ziet vooruitgang in mestbeleid, maar nitraatmetingen blijven schommelen
Uitgelicht
Sinds het nieuwe Mestactieplan (MAP7) in werking is getreden, zijn al bijna 900 hectare beschermingsstroken aangelegd en wellicht loopt dat aantal nog dit jaar op tot 7.000 he...
25 augustus 2026 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek