nieuws

Kennis rond stikstofdepositie in natuur wordt verspreid

nieuws
Het is al enkele maanden relatief stil rond de natuurdoelstellingen en de moeilijk daarmee te verzoenen ammoniakemissie van de veehouderij in Vlaanderen. Het laatste wat landbouwers er over hoorden, was dat ze met behulp van de impactscoretool het effect van hun stikstofuitstoot op de natuur kunnen berekenen. Achter de schermen wordt er voortgewerkt aan een programmatische aanpak stikstof (PAS) die ontwikkelingsruimte voor veehouderij moet vrijwaren zonder de natuur te hypothekeren. Tussendoor maken de experten tijd vrij om hun inzicht in de materie te vergroten. VILT was daar getuige van op een studiedag van de Vlaamse Vereniging voor Omgevingsrecht (VVOR). In maart en april staan nog meer opleidingen rond dit thema gepland voor ambtenaren, onderzoekers, vergunningverleners, belangenverdedigers en andere dossiervreters.
24 februari 2016  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:34
Lees meer over:

Het is al enkele maanden relatief stil rond de natuurdoelstellingen en de moeilijk daarmee te verzoenen ammoniakemissie van de veehouderij in Vlaanderen. Het laatste wat landbouwers er over hoorden, was dat ze met behulp van de impactscoretool het effect van hun stikstofuitstoot op de natuur kunnen berekenen. Achter de schermen wordt er voortgewerkt aan een programmatische aanpak stikstof (PAS) die ontwikkelingsruimte voor veehouderij moet vrijwaren zonder de natuur te hypothekeren. Tussendoor maken de experten tijd vrij om hun inzicht in de materie te vergroten. VILT was daar getuige van op een studiedag van de Vlaamse Vereniging voor Omgevingsrecht (VVOR). In maart en april staan nog meer opleidingen rond dit thema gepland voor ambtenaren, onderzoekers, vergunningverleners, belangenverdedigers en andere dossiervreters.

Typ je in google het woord ‘stikstofcyclus’ in, dan leveren de zoekresultaten tientallen afbeeldingen op die er lang niet allemaal hetzelfde uitzien. Dat om maar aan te geven hoe ingewikkeld het is. Complex is ook het probleem van de stikstofneerslag in natuurgebied die daar het realiseren van de Europese natuurdoelstellingen bemoeilijkt. In het najaar van 2014 werd dit plots een zorg van alle Vlaamse veehouders toen ze een brief in de bus kregen die hen informeerde over de ammoniakemissie uit hun stallen en de weerslag daarvan op nabijgelegen natuur. In zeven op de tien habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) in Vlaanderen wordt de kritische depositiewaarde voor stikstof overschreden. Dat is de grenswaarde waarboven kans bestaat op negatieve effecten op de natuur.

Luc De Keersmaeker van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) gaf op de studienamiddag PAS van de Vlaamse Vereniging voor Omgevingsrecht (VVOR) ook een overzicht van de diverse effecten van stikstofneerslag. Die zijn niet gering. Hij noemde een toxisch effect, met korstmossen als voornaamste slachtoffer. En verder doet zich het beter bekende vermestende en verzurende effect voor. Ook wijzigt de verhouding tussen ammoniak- en nitraatstikstof, waardoor een aantal ‘gespecialiseerde’ soorten het moeilijk kunnen krijgen.

Met herstelbeheer op landschapsschaal kunnen natuurbeschermers een mouw proberen te passen aan de negatieve effecten van een hoge stikstofdepositie. Het succes daarvan is volgens De Keersmaeker onder meer afhankelijk van het habitattype. Zo goed het kan werken voor een grondwater bufferende vegetatie zo weinig kans op slagen heeft het voor een ven dat volledig van neerslag afhankelijk is voor zijn watervoorziening. De meeste vegetatietypes situeren zich ergens tussen beide uitersten. Onderzoek heeft uitgewezen dat het resultaat van herstelbeheer onzeker is wanneer de kritische depositiewaarde in het natuurgebied continu overschreden wordt.

Waarom moeten natuurbeschermers de landbouw hiermee lastig vallen, zou je een drietal jaar geleden in alle onwetendheid hebben kunnen denken. Ondertussen weten we dat het grootste deel van de stikstofneerslag in Vlaamse natuur uit het buitenland komt maar landbouw met voorsprong de belangrijkste binnenlandse bron van depositie is. Op de VVOR-studiedag deed Wouter Lefebvre van onderzoeksinstelling VITO dat meer in detail uit de doeken. De kaart met SBZ-H die meer stikstof moeten slikken dan de natuur eigenlijk aankan, toont volgens Lefebvre waar het probleem vandaan komt. De kaart kleurt rood in het West-Vlaamse hart van de varkenshouderij en in de Noorderkempen, waar de veehouderij ook op intensieve leest geschoeid is.

Voor de deposities op SBZ-H in Vlaanderen is landbouw verantwoordelijk  voor bijna 33% …
Of

Voor de  deposities in Vlaanderen is landbouw verantwoordelijk voor ongeveer 40%...

Lefebvre kleeft cijfers op de stikstofdepositie in SBZ-H door de verschillende sectoren: 53,4 procent komt van buiten Vlaanderen; 32,8 procent van de landbouw en 8,8 procent van transport. De uitstoot van andere sectoren (huishoudens, industrie) is beduidend minder belangrijk. Het aandeel van landbouw in de totale stikstofdepositie in Vlaanderen ligt nog iets hoger, op ongeveer 40 procent. Achter het grote buitenlandse aandeel mogen we ons niet wegsteken omdat, nog altijd volgens de VITO-onderzoeker, Vlaanderen op zijn beurt ook stikstofneerslag in het buitenland veroorzaakt. Alle stikstof die we in de lucht pompen, slaat niet allemaal weer neer op Vlaams grondgebied. Voor de emissie uit veestallen is dat overigens wél grotendeels het geval omdat ammoniak (NH3) minder vluchtig is dan de stikstofoxiden (NOx) die bijvoorbeeld door industriële installaties uitgestoten worden.

Er is dus nood aan een aanpak die zowel regionale als lokale effecten in rekening brengt. Door twee rekenmodellen aan elkaar te koppelen, is VITO er met de hulp van een aantal deskundige partners (VMM, ANB, RIVM uit Nederland) in geslaagd om lokaal in te zoomen op de depositie van ammoniak en stikstofoxiden zonder het grotere plaatje van alle (Europese) emissiebronnen uit het oog te verliezen.

Als Vlaanderen iets aan de hoge stikstofdepositie in natuurgebied wil doen, dan moeten er vooral in de landbouwsector inspanningen gebeuren. Die boodschap leidde Lefebvre af uit de aandelen van de verschillende sectoren. Mogen de andere sectoren dan op een lauweren rusten? Nee, want als zij niets doen hypothekeert dat her en der de kansen om de stikstofneerslag omlaag te brengen. “Het effect van de andere sectoren is beperkt, maar lokaal kan bijvoorbeeld industrie toch een belangrijke rol spelen. En in de buurt van snelwegen kan het aandeel van transport in de stikstofdepositie oplopen tot 10 à 20 procent. Zo is verkeer een belangrijke bron van depositie in het Zoniënwoud.” Ook Voeren is een goed voorbeeld van een regio waar de landbouw het probleem niet kan oplossen. Door zijn ligging stijgt het aandeel stikstofdepositie vanuit het buitenland in Voeren naar 70 à 80 procent.

De conclusie die Wouter Lefebvre daaruit trekt, is dat het effect groter zal zijn van acties die afgestemd zijn op de regionale situatie. Zijn presentatie toont ook aan welke weg er al is afgelegd tussen 1990 en nu. Terwijl de kaart van VITO in 1990 hoofdzakelijk oranje-rood kleurt, oogt ze in 2012 blauw-groen omdat de gemiddelde stikstofdepositie op de meeste plaatsen onder de 30 of zelfs 25 kilo stikstof per hectare gedoken is. Waar er een grotere concentratie is van veehouderij kleurt de kaart niet meer roze-rood (>45 kilo N/ha) zoals 25 jaar geleden maar groen-wit (>30 kilo N/ha). We hebben het dan opnieuw over Midden-West-Vlaanderen en de Noorderkempen. “Er is verbetering”, besluit de VITO-onderzoeker, “maar je kan erover discussiëren of het wel snel genoeg gaat.”

Was jij er niet bij op de VVOR-studiedag maar ben je wel professioneel betrokken partij, weet dan dat er dit voorjaar nog gelegenheden zijn om bij te scholen. Op 21 maart wordt een stand van zaken gegeven van het te implementeren Natura 2000-beleid. Met oog voor de praktijk komen nieuwe concepten aan bod zoals zoekzones en managementplannen, nieuwe natuurbeheerplannen en de programmatorische aanpak. De cursisten krijgen een demonstratie van de voortoets, leren hoe ze de resultaten kunnen meenemen in vergunningsaanvragen en adviezen en hoe ze een passende beoordeling moeten opmaken. Op 19 april wordt in een andere cursus de passende beoordeling verder uitgediept. De lesgevers zijn Hendrik Schoukens en Peter De Smedt, beiden actief in omgevingsrecht bij LDR advocaten. Inschrijven kan via het opleidingsplatform Inverde.

Beeld: VMM

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek