Karlos Callens (VLD) en Bart Staes (Groen!)
duidingTe veel vlees eten is niet gezond en bovendien schadelijk voor het milieu. En dus pleit Groen! in zijn voedselplan voor een verdere afbouw van de veestapel. Een goed idee?
Karlos Callens: Sommige wetenschappers laten inderdaad verstaan dat we onze vleesconsumptie best matigen, maar daarover bestaat zeker geen eensgezindheid in het academisch korps. Als je het mij vraagt, stellen we onze lichaamsgezondheid pas echt op de proef door helemaal geen vlees meer te eten. Een verdere afbouw van de veestapel is in elk geval niet aan de orde. Van zodra je met zo’n politiek een kritische grens overschrijdt, kan het heel snel afgelopen zijn met een sector. We moeten met de veehouderij dus vooruit. De voorbije jaren werden trouwens heel wat inspanningen geleverd om diervriendelijk en milieubewust te produceren. Zelfs de groenen geven tegenwoordig toe dat de veeteelt mag blijven bestaan als ze de ingeslagen weg blijft bewandelen.
De groenen blijven anderzijds wel benadrukken dat de veehouderij internationale veevoederstromen op gang brengt…
Karlos Callens: Tienduizenden Vlamingen zijn in de landbouwsector tewerkgesteld. Daar kan je toch niet omheen? Als er binnen vijftig jaar een alternatieve oplossing bestaat voor de intensieve veehouderij, zal iedereen daar op dat ogenblik mee kunnen leven. Maar zover zijn we nog helemaal niet.
Bart Staes: Wees gerust. Ik eet zelf ook graag een lekker stukje vlees, en we gaan de mensen dit genot zeker niet afpakken. Maar anderzijds moeten we wel werken aan de bewustmaking dat de vleesproductie op wereldvlak een belangrijke bijdrage levert aan de uitstoot van broeikasgassen. De grondloze veehouderij in de Europese Unie vreet bovendien ieder jaar 35 miljoen ton soja die ingevoerd wordt uit streken die hierdoor te maken krijgen met monoculturen, kaalkap en milieuverontreiniging. In eigen land houden we er een mestprobleem aan over, dat na twintig jaar nog altijd niet opgelost is geraakt. Ik hoor al héél lang dat mestverwerking de gedroomde oplossing is…
Welke richting wil je dan uit met onze veehouderij?
Bart Staes: Groen! wil geen betweterig vingertje opsteken, maar wel een constructieve dialoog aanknopen met de sector. Daarbij moeten we sommige keuzes in vraag durven stellen. We zijn geëvolueerd naar een voornamelijk grondloze veehouderij waarbij veel boeren geen eigenaar meer zijn van hun eigen bedrijf. Ze draaien mee in een systeem dat niet langer het hunne is. Nochtans kan je met een minder intensieve productie evengoed een mooi inkomen halen.
Karlos Callens: Die intensieve landbouw is geen vreemdsoortig virus, maar gewoon een economische logica in een regio die kampt met grondschaarste. Dus moeten we er maar mee leren leven dat we grondstoffen zoals graan moeten invoeren uit landen met landbouwgrond in overvloed. Van een boer met een handvol hectare kan je niet verwachten dat hij eigenhandig het voeder teelt voor tienduizend varkens. Want vandaag moet je grootschalig kunnen werken om nog rendabel te zijn. En is dat allemaal zo erg? Wie in Ardooie eens goed rondkijkt, ziet overal groen.
Bart Staes: Dat is me inderdaad opgevallen.
Karlos Callens: Elk landbouwbedrijf wordt verplicht om zich netjes in het landschap te integreren. Mensen planten her en der in de gemeente bomen, op de plaatsen die daarvoor het best geschikt zijn. Het resultaat mag zeker gezien worden, en dus begrijp ik eerlijk gezegd niet goed waarom we in deze streek meer bossen zouden moeten aanplanten.
Bart Staes: En toch blijft het intensieve landbouwmodel iets waarvoor men wel of niet kiest. Europa kan zelf voldoende eiwitbronnen telen om zijn hele veestapel te voederen. En er zijn wel degelijk varkensboeren die heel bewust opteren voor wat minder dieren, om op die manier superieur kwaliteitsvlees te produceren dat aan interessante prijzen zijn weg vindt in lokale circuits.
Moet een minister die bevoegd is voor dierenwelzijn de moed opbrengen om in ons land strengere maatregelen te implementeren dan de Europese voorschriften?
Bart Staes: Dat lijkt me een redelijke optie voor een overheid die kiest voor een ecologisch landbouwmodel. En voor de landbouwers hoeft dat niet noodzakelijk negatief uit te draaien: wie als eerste een markt bezet, heeft een flinke voorsprong op zijn concurrenten. Iemand die dat economisch basisprincipe heel goed begrepen heeft, is de Californische gouverneur Arnold Schwarzenegger. Wees maar gerust dat hij als republikein niet uit ecologische overwegingen klimaatmaatregelen neemt die regelrecht indruisen tegen de aanpak van Bush. Hij wil er alleen maar voor zorgen dat zijn staat in de economie van morgen marktleider is in de Verenigde Staten. Hier en daar enkele nationale normen inzake dierenwelzijn extra aanscherpen, kan onze landbouwers een competitief voordeel bezorgen in de nichelandbouw die in volle ontwikkeling is.
Karlos Callens: Heb je al eens goed gekeken naar onze koeien in de wei? Die beesten zien er verdorie goed verzorgd uit. En bezoek maar eens de stallen van tegenwoordig, dat is een heel verschil in vergelijking met vroeger. Met ons systeem van diergezondheid zijn we vandaag de eerste van de internationale klas. We staan bekend om onze kwaliteitsproducten, of het nu om melk of groenten gaat. Het is zeker niet met het schaamrood op de wangen dat we onze producten moeten exporteren.
Bart Staes: Extra dierenwelzijn kadert perfect binnen die kwaliteitsaanpak.
Karlos Callens: Niet akkoord, want zo kan je tot in het oneindige doorgaan. Europa heeft de bezettingsgraad in kippenstallen geplafonneerd op 42 kilogram per vierkante meter. Dat is een goed compromis, maar dat hoeft niet te betekenen dat straks al onze kippen een vrije uitloop moeten krijgen, hé. De huidige veehouderij is al diervriendelijk, al mogen we natuurlijk niet blind blijven voor mogelijke verbeteringen. Van zodra er een goede en betaalbare methode voorhanden is om komaf te maken met de varkenscastratie, moet die er vanzelfsprekend komen. Er bestaat geen enkele veehouder die zijn dieren nodeloos leed berokkent.
Bart Staes: Het is de verdienste van Groen! dat thema’s zoals de varkenscastratie op de politieke agenda gekomen zijn.
Karlos Callens: Juister is dat onderzoekers al jaren op zoek zijn naar een middel om verlost te raken van de onverdoofde biggencastratie, maar dat tot hiertoe geen alternatief voorhanden is. Het is mijn overtuiging dat we nog veel meer moeten durven investeren in onderwijs en onderzoek als we de toekomst van de landbouw willen vrijwaren. We beschikken over uitstekende universiteiten die voor de agrarische sector nog veel economische en ecologische vraagstukken kunnen oplossen. De overheid moet kiezen voor kennisontwikkeling, en niet voor overreglementering.
In het memorandum van Boerenbond staat te lezen dat de federale overheid voor evenwichtige contracten tussen producenten en afnemers moet zorgen. Met name in de diepvriesgroentesector is er de voorbije jaren nogal wat gehakketak geweest?
Karlos Callens: Ach, je moet dat niet overdrijven. De banden tussen boer en verwerker zijn in de diepvriesgroentesector hechter dan bijvoorbeeld in de aardappelsector. Het ultieme bindmiddel tussen beide partijen is de vrije markt: de diepvriesbedrijven kunnen indien nodig groenten invoeren uit het buitenland en de boeren hebben altijd de keuzevrijheid om hun producten niet aan de fabriek maar wel aan de veiling te leveren. Zowel boeren als fabrieken weten dus heel goed dat ze op termijn in hun eigen vlees snijden wanneer ze onrechtmatige eisen stellen. En als de nood écht heel hoog is zoals enkele jaren geleden het geval was, kan de overheid nog altijd een bemiddelende rol spelen. Zonder dat dit gepaard hoeft te gaan met nieuwe regels en verbodsbepalingen.
Bart Staes: Op zich is onze partij natuurlijk niet gekant tegen overeenkomsten die twee contractanten afsluiten. Maar je kan niet ontkennen dat er problemen ontstaan wanneer de ene partij veel sterker staat dan de andere, zoals in de landbouw vaak het geval is. De vergrijzing in de landbouw heeft te maken met de toenemende kapitaalsintensiviteit, maar ook met de vrees van jongeren om uiteindelijk als schijnzelfstandige te moeten boeren. Het is de taak van de overheid om corrigerend op te treden tegen monopolies, kartelvorming en dergelijke wantoestanden.
Karlos Callens: Voor mij mag een overheid een aantal evidente zaken verplicht laten inlassen in contracten. Denk bijvoorbeeld aan overmacht.
In vergelijking met 1990 heeft de Vlaamse land- en tuinbouw de uitstoot van broeikasgassen met meer dan dertien procent teruggedrongen. Geen enkele sector doet beter.
Bart Staes: Daar zijn we heel blij mee. De sector wil trouwens nog verdere stappen zetten en wij vinden dat het de taak is van de overheid om de boeren en tuinders daarbij maximaal te ondersteunen. Voor landbouwers is het financieel immers niet altijd evident om bijkomende investeringen te doen inzake energiebesparing. Kijk naar wat er gebeurt in de glastuinbouw. Straks zullen serres restwarmte uit de industrie recupereren en uitgroeien tot producent van groene energie. Een tweede taak van de overheid is om dwaze reglementeringen uit de wereld te helpen. Waarom zou een landbouwer de helft van de energie zelf moeten afnemen wanneer hij een windmolen plaatst? Na de film van Al Gore denk ik dat iedereen wel inziet hoe absurd zo’n maatregel is.
Karlos Callens: Wat zou je ervan vinden indien kriskras in het landschap windmolens opduiken? Maar voor de vestiging van serrebedrijven wil Open VLD wel heel soepel zijn, zowel voor bestaande bedrijven die willen uitbreiden als voor de oprichting van speciale glastuinbouwzones. Natuurlijk moet je in zulke concentratiegebieden waakzaam zijn voor de overdracht van plantenziekten, maar het is uiteraard ideaal als je serres kan koppelen aan bijvoorbeeld verbrandingsovens.
Bart Staes: Voilà, het eerste punt uit ons voedingsplan is al goedgekeurd.
Karlos Callens: Opgepast, ik ben het niet met je eens dat de overheid driftig met subsidies gaat zwaaien om overal groene energie op te wekken. Die ontwikkeling moet uit de markt komen.
Bart Staes: Er is geen enkele energievorm die niet gesubsidieerd wordt. Kernenergie kost de overheid nog altijd 463 miljoen euro per jaar en we besteden nog altijd meer onderzoeksgeld aan nucleaire dan aan hernieuwbare energie. Waarom zou de overheid de boeren niet wat meer subsidiëren? Sinds enkele jaren staan de landbouwers open voor nieuwe toepassingen, de oogkleppen zijn afgevallen. We zijn zeker geen voorstander van een afbouw van de Europese landbouwbegroting.
Dat is een liefdesverklaring van Groen! aan de landbouwsector.
Karlos Callens: Op het ogenblik dat de partij deelnam aan het beleid hebben ze in de administraties mannetjes geposteerd die voortdurend tegenwerken. Dat is trouwens de reden waarom de partij de voorbije jaren niet is kunnen doorgroeien. Nu heeft de top van Groen! begrepen dat het onmogelijk is om steeds tegen de haren van de mensen in te strijken en surrealistische wetsvoorstellen te maken. Je moet praten met mensen. Landbouwers zijn best bereid om aan de vele maatschappelijke eisen tegemoet te komen, als ze maar de kans krijgen om zich aan te passen.
Bart Staes: De VLD is ook niet de volkspartij geworden waarvan gedroomd werd, hé. Ik stel vast dat veel beslissingen die Vera Dua destijds als landbouwminister genomen heeft vandaag niet meer zo negatief ervaren worden. Bovendien heeft ook zij haar nek uitgestoken voor de landbouwsector toen een Europese veroordeling dreigde omdat onvoldoende kwetsbare gebieden afgebakend waren. Ach, we hebben in het verleden een aantal fouten gemaakt, maar er zijn vooral heel veel karikaturen gemaakt. Die kunnen we alleen maar doorbreken door op het terrein onze waarde te bewijzen: ik ben bijvoorbeeld het enige Vlaamse europarlementslid dat de landbouw opvolgt.
In De Zevende Dag heb je onlangs in een debat met Piet Vanthemsche de idee verdedigd om voedingsproducten te labelen met een etiket dat de afgelegde transportkilometers van alle ingrediënten aangeeft. Weet je intussen hoe je dat voor lasagnes gaat becijferen?
Bart Staes: Ik ben geen cijferfetisjist, maar het is wel opmerkelijk dat ik na de uitzending reacties gekregen heb uit de voedings-, verpakkings- en distributiesector. In Nederland blijkt er al een bedrijf te bestaan dat een softwarepakket ontwikkeld heeft om voedselkilometers te berekenen. Of het echt allemaal kan, valt nog af te wachten. Voor ons is het gewoon een methode die ertoe kan bijdragen dat mensen beseffen in welke mate met hun voedsel over onze aardbol geleurd wordt. Voor de Vlaamse boeren zou het een hart onder de riem zijn om op die manier lokaal geproduceerd voedsel te promoten.
Karlos Callens: Op de etiketten staat nu meestal al het land van herkomst vermeld. Het labelen van voedselkilometers is administratief ondoenbaar. Op zich is het een goed idee om consumenten te sensibiliseren, maar laat het alstublieft weer niet gepaard gaan met extra reglementeringen en bestraffingen.
Bart Staes: We gaan thee en chocola niet in de ban slaan, hé. Maar het is belangrijk dat mensen weten dat in het huidige vrijhandelssysteem de milieukosten niet geïnternaliseerd worden in productprijzen. Er wordt geen belasting geheven op kerosine en geen btw op vliegtuigtickets. Bovendien zijn vliegtuigen het meest klimaatvervuilend.
Karlos Callens: Die tax op kerosine zal het verschil niet maken.
Bart Staes: Weet je hoe hoog de tax is die de overheid heft op diesel en benzine?
Het Voedselagentschap is zes jaar oud. Waar staan we vandaag?
Bart Staes: In de politiek moet je soms heel veel geduld oefenen, maar dit is een dossier waar ik echt fier op ben. Door me te verdiepen in het hormonendossier wist ik in 1988 al hoe nefast de versnippering van de diensten was. De drie eisen die we toen op papier zetten, zijn intussen ingewilligd: de hormonenwet is strenger gemaakt, er is een hormonenmagistraat en we hebben een Voedselagentschap. Er is nu veel discussie over de financiering van het agentschap, maar als je huidige situatie vergelijkt met die van enkele jaren geleden hebben we ongelofelijke stappen vooruit gezet.
Karlos Callens: Dat is waar. Toch zijn er een aantal zaken die me zwaar op de maag liggen. Het Voedselagentschap kan zelfstandig vergoedingen invorderen voor zijn werkzaamheden. We zitten momenteel met een systeem waarbij een inspectie op de inspectie bestaat, waarbij er nog eens een overkoepelende inspectie plaatsvindt. Die bureaucratie kan echt niet langer, want het zijn de sectoren die er financieel voor opdraaien. Er moet een beheersovereenkomst komen waarin vermeld staat dat er geen euro meer naar het agentschap vloeit indien er niet gerationaliseerd wordt. Daarnaast ben ik ook van oordeel dat het Voedselagentschap zich niet moet moeien met de controles in de sierteeltsector. Die moeten dringend geregionaliseerd worden, want dit heeft niets met volksgezondheid te maken.
Je kent de landbouwers in Ardooie heel goed. Waarom schakelen ze niet over naar biologische landbouw nu de vraag naar bioproducten toeneemt?
Karlos Callens: Bio heeft een opgang gekend toen bij de publieke opinie de idee leefde dat de klassieke boeren op de verkeerde weg waren. Maar intussen zijn er heel wat nieuwe wetgevingen gekomen en de landbouwers hebben zich aangepast. De geïntegreerde bestrijding is stevig ingeburgerd, er is meer dierenwelzijn, enzovoort. Daardoor denken de consumenten dat alle landbouwproducten biologisch zijn. Eigenlijk is dat ook zo, alleen zijn er een aantal landbouwers die extreme eisen volgen en zich biologisch laten certificeren. Maar de consument moet uit gezondheids- en milieuoverwegingen al lang zijn toevlucht niet meer nemen tot die producten aangezien ook de gangbare producten aan zeer strenge normen voldoen. Ik zie niet in waarom Open VLD nog extra subsidies moet geven aan de biologische niche. Uiteraard verdienen biologische boeren een kans, maar niet meer dan hun klassieke collega’s.
Bart Staes: Dat alle landbouwproducten bio zijn, is toch wat bij de haren getrokken. Ik stel gewoon vast dat de FAO van oordeel is dat biologische landbouw op langere termijn de beste optie is indien we echt een duurzaam beleid willen voeren. Alleen zijn we met bio nog lang niet geraakt waar we moeten zijn, en dus faalt het huidige beleid.
Waarom moeten de landbouwers bij de federale verkiezingen op uw partij stemmen?
Karlos Callens: De landbouwer is in de eerste plaats een middenstander, en voor die mensen hebben we de voorbije legislatuur heel wat gepresteerd. Denk aan de introductie van Dimona of aan de pensioenregeling. Straks verdwijnt de meitelling. We hebben er mee toe bijgedragen dat het VLIF gespijsd is geraakt en er is ook de eenmalige perceelsregistratie. De komende jaren wil Open VLD zeker werk maken van een beter landbouwonderwijs. Ik ben er trouwens voorstander van om een landbouwpakket te integreren in de milieulessen die in iedere middelbare school in Vlaanderen gegeven worden. Zo zullen onze jongeren opnieuw weten wat landbouw is. Het wordt overigens tijd dat onze partij nog eens de landbouwportefeuille in handen krijgt.
Bart Staes: Het landbouwbeleid wordt vooral op Europees niveau vorm gegeven. Op dat beleidsniveau zijn we de enigen die de landbouwdossiers opvolgen. We roeien tegen de stroom in door te strijden tegen de daling van de landbouwsubsidies. Bovendien ijveren we ervoor dat dit geld terechtkomt waar het hoort: bij de landbouwers en niet bij de agro-industrie. Belangrijk is dat we een vooruitziend beleid proberen te ontwikkelen. De energie zal in de toekomst nog duurder worden, en dus moet de landbouwsector zich daar vandaag op voorbereiden. We reiken de hand uit voor een dialoog over een duurzaam pact waarin landbouw en de zorg voor onze planeet hand in hand gaan. Wie bijvoorbeeld vreest in de verdrukking te komen door ggo’s, is bij ons aan het juiste adres.