duiding

Karlos Callens (Open Vld) en Stefaan Sintobin (Vlaams Belang)

duiding
"Liberalen stellen inkomenssteun niet in vraag"
2 juni 2009  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:52
Lees meer over:

Hoe minder er overblijft van het oude protectionistische landbouwbeleid, hoe groter de roep om het op zijn minst gedeeltelijk in ere te herstellen. De boerensyndicaten vinden links en rechts steeds meer gelijkgezinden om de liberalisering van landbouwmarkten aan de kaak te stellen. Aan Karlos Callens (Open Vld) vroegen we of ook hij zijn geloof in de vrije markt kwijtgespeeld is. Stefaan Sintobin (Vlaams Belang) voert oppositie.

Beschikt het Vlaams Belang over iets wat lijkt op een landbouwbeleid?
Stefaan Sintobin: Meer nog, we hebben uitgesproken standpunten als het over landbouw gaat. We beschikken misschien niet over dezelfde technische en wetenschappelijke ondersteuning zoals andere politieke partijen, maar we onderhouden goede contacten met de boeren op het terrein en met het Algemeen Boerensyndikaat. Bovendien geven we een nieuwsbrief uit die exclusief focust op het platteland. De oplage is in de loop der jaren verhoogd van 5.000 naar 30.000 exemplaren. En in ons verkiezingsprogramma hebben we een apart hoofdstuk opgenomen over landbouw, met een tienpuntenplan.

Welk soort landbouwbeleid promoot het Vlaams Belang?
Stefaan Sintobin: Voor ons komt de familiale landbouw duidelijk op de eerste plaats. Onze grote vrees is dat ook in Vlaanderen steeds meer mastodonten de agrarische productie zullen inpalmen. Gezinsbedrijven moeten vandaag knokken om hun hoofd boven water te houden, het is voor die mensen dat we in de bres willen springen.

Het Vlaams Belang heeft het herstelplan van landbouwminister Kris Peeters meermaals op de korrel genomen. Maar veel concrete alternatieven hebben we van uw partij niet gehoord.
Stefaan Sintobin: We zijn natuurlijk tevreden dat Peeters een verhoging van de Rendac-factuur vermeden heeft en dat landbouwsteun versneld in de sector gepompt werd. Overbruggingskredieten kunnen ook leuk zijn, maar het blijven kredieten die aan het eind van de rit terugbetaald moeten worden, en dus halen ze structureel niets uit. Gewestwaarborgen, die men voor andere sectoren wel voorziet, komen in de Vlaamse regering jammer genoeg niet ter sprake. Prijsondersteunende maatregelen of exportsubsidies, niets daarvan. Dan gaat meteen de Europese paraplu open, terwijl Europa een aantal zaken wel degelijk toelaat. Peeters heeft zich zoveel bevoegdheden op de hals gehaald dat het landbouwbeleid naar het achterplan geschoven werd. Dat is dubbel jammer omdat de crisis momenteel lelijk huishoudt bij onze boeren en tuinders.
Karlos Callens: Het stoot me tegen de borst dat Peeters voortdurend praat over tientallen miljoenen euro’s die de boeren op hun rekening krijgen. Maar het gaat alleen maar om geld dat ze sowieso zouden krijgen. Waarom slaagt men er trouwens in andere jaren niet in om dat geld sneller bij de boeren te krijgen?

De voorbije maanden heeft u in het Vlaams parlement gepleit voor de oprichting van een crisiscomité?
Karlos Callens: Voor de melkveehouderij en de varkenssector zou er inderdaad een dergelijk comité moeten komen. De volgende stap moet een forse daling zijn van de pestlasten die opgelegd worden door het Voedselagentschap en andere instellingen. Als op die manier de productiekost wat kan zakken, zijn we klaar voor de laatste fase: een betere promotie van onze landbouwproducten. Als ik merk dat ze op televisie de visconsumptie willen opvijzelen door wat met een plastieken vis aan te modderen, dan is het duidelijk dat VLAM niet goed functioneert. Zouden we het geld niet beter investeren in een populair kookprogramma met Vlaamse landbouwproducten?
Stefaan Sintobin: Ik ben nogal verbaasd over de kritiek van de liberalen. Vijf jaar lang hebben ze het beleid van Leterme en Peeters gesteund. Dat waren perceptieministers die veel actieplannen gemaakt hebben, maar van een gestructureerde toekomstvisie is niks in huis gekomen.

Maak eens een globale evaluatie van het Vlaamse landbouwbeleid dat tijdens de voorbije legislatuur gevoerd werd?
Stefaan Sintobin: Geen geit was veilig voor Leterme, en geen paard voor Peeters. Overal te velde draafden de landbouwministers op, waar ze gewillig poseerden met de boeren en tuinders. Er werden actieplannen gemaakt voor jonge boeren, paardenhouders, enzovoort. Maar tot welke concrete realisaties heeft dat geleid? Ondanks alle plannen is de crisis in de landbouw nooit zo groot geweest. Peeters zegt dat de Europese Commissie uit haar pijp moet komen, maar zelf klopt hij niet op tafel. Hij wil enkel de beste leerling zijn van de Europese klas, die blijft betuttelen, geen binding heeft met de realiteit en blijft besturen vanuit een ivoren toren.
Karlos Callens: Van mij krijgt de landbouwminister een zes op tien. Niet omdat de landbouw er de jongste vijf jaar op vooruitgegaan is, maar omdat een status-quo gerealiseerd werd. Ook ik heb de uitwerking van een heldere toekomstvisie voor de land- en tuinbouwsector gemist. Tijdens de volgende legislatuur hebben onze boeren weer recht op een volwaardige landbouwminister, die bovendien over extra bevoegdheden moet kunnen beschikken. Momenteel zit de landbouwmaterie te veel versnipperd over diverse beleidsdomeinen, zoals die van Leefmilieu, Financiën, Ruimtelijke Ordening, Toerisme, enzovoort. Een landbouwminister die ook verantwoordelijk is voor bijvoorbeeld het mestbeleid, de beheerovereenkomsten en de fiscale lasten kan een meer coherent beleid voeren.

Jullie zijn negatief over de realisaties van Leterme en Peeters. Geef toe dat de CD&V-ministers erin geslaagd zijn om het defaitisme als gevolg van een slecht imago uit de sector te verdrijven?
Karlos Callens: We moeten durven toegeven dat Leterme op dat vlak gescoord heeft. Wanneer boeren zich goed voelen in hun vel, is de kans veel groter dat de kinderen het ouderlijk bedrijf overnemen. Het belang van de verhoogde maatschappelijke waardering voor onze land- en tuinbouwers mag niet onderschat worden.
Stefaan Sintobin: De beste beleidsdaad was het in kaart brengen van de paardensector door Peeters.

De landbouworganisaties voelen zich steeds ongemakkelijker bij de verdere liberalisering van het Europees landbouwbeleid. Vindt u ook dat de klok te ver doorgeslagen is?
Karlos Callens: Is een protectionistische omgeving dan beter voor onze Vlaamse exportlandbouw? Zonder vrije markt zouden we heel snel met reusachtige overschotten opgezadeld zitten. Vergeet niet dat meer dan de helft van ons varkensvlees over de grens moet. Ik heb de indruk dat de individuele boeren dat veel beter begrijpen dan hun landbouworganisaties. Pas op, dat wil nog niet zeggen dat je van de vrije markt een fetisj moet maken, hé. Exportrestituties moeten in tijden van crisis kunnen, het wordt zelfs hoogtijd dat onze varkenssector er beroep op kan doen. Dat soort maatregelen moet per definitie wel een tijdelijk karakter hebben.

Laten we de proef op de som nemen. Bent u voorstander van een geliberaliseerde zuivelmarkt in combinatie met een afschaffing van het melkquotum. Of verkiest u een flexibel quotumsysteem dat vraag en aanbod min of meer in evenwicht kan houden?
Karlos Callens: Als zo’n flexibel systeem in crisistijden als vangnet kan dienen, dan heb ik daar geen problemen mee.
Stefaan Sintobin: Hoe je het draait of keert, de bankencrisis heeft het failliet van het liberalisme aangetoond. Het Vlaams Belang is altijd voorstander geweest van een vrije markteconomie die sociaal gecorrigeerd moet kunnen worden. De Amerikanen profileren zich als de grote voorvechters van vrijhandel, maar ze zijn altijd de eersten om de eigen markt af te schermen. De troeven van onze landbouwproducten zijn hun kwaliteit en veiligheid, daar moeten we verder op inzetten. En minderwaardige producten uit het buitenland hoeven we niet. Eigen landbouw eerst.

Is een melkprijs van twintig eurocent ethisch verantwoord?
Karlos Callens: Dit kan voor mij niet door de beugel. We hebben dringend nood aan een wetenschappelijk onderbouwde kostprijsanalyse voor ieder landbouwproduct, en dat in zowel binnen- als buitenland. Als sommige producten massaal uit het buitenland ingevoerd worden, betekent dit voor mij dat de overheid de verkeerde steunmaatregelen neem ofwel te veel taksen heft waardoor onze boeren uit de markt geprijsd worden. Niemand kan me wijsmaken dat de boeren elders in de wereld dezelfde kwaliteit kunnen produceren aan lagere kostprijs. Maar we moeten sommige dingen dan wel durven herbekijken. Krijgen de boeren een billijke vergoeding voor bijvoorbeeld de aanleg van bufferstroken die erosie vermijden? Misschien is die compensatie wel zo laag dat de maatregel de productiekost op zijn landbouwbedrijf nadelig beïnvloedt.

Wat mogen we verwachten van het prijzenobservatorium?
Stefaan Sintobin: Goede analyses, maar de cruciale vraag is wat we gaan doen aan de prijsvorming. Dat is een belangrijk dossier voor de volgende landbouwminister. Die zal op zijn minst een poging moeten ondernemen om alle betrokken partijen rond de tafel te krijgen. Daarnaast moeten de boeren ook proberen om zich op alle mogelijke niveaus zo goed mogelijk te organiseren. Een goed initiatief van Leterme was de oprichting van de telersvereniging Ingro voor de producenten van diepvriesgroenten.
Karlos Callens: Het probleem rond de prijsvorming is dermate complex dat een landbouwminister en zijn adviseur dit niet in hun eentje kunnen oplossen. We moeten dus inderdaad zoveel mogelijk spelers samenroepen en alle mogelijke denkpistes bestuderen. De crisiscomités waar ik voor pleit, zouden kunnen fungeren als platformen voor een dergelijk initiatief.

Als de komende jaren zal gepraat worden over het Europese landbouwbeleid na 2013 kan je er donder op zeggen dat liberale kopstukken weer zullen pleiten voor de afbouw van landbouwsubsidies.
Karlos Callens: Ik herhaal dat in specifieke crisisomstandigheden antiliberale maatregelen perfect gerechtvaardigd kunnen zijn.

De vraag is of Open Vld wil beknibbelen op de rechtstreekse inkomenssteun.
Karlos Callens: Neen, want de bedrijfstoeslagen dienen als compensatie voor de vele verplichtingen die Europa oplegt aan haar boeren en tuinders. De belastingbetalers kunnen toch niet verlangen dat hun landschap netjes onderhouden wordt zonder dat er iets tegenover staat.
Stefaan Sintobin: Ik begrijp dat het verkiezingen zijn, maar ik val toch van de ene verbazing in de andere als ik dat nu plots hoor van de liberalen. In tegenstelling tot Open Vld zijn wij er nooit voorstander van geweest om de landbouwsteun te verlagen. Als we kiezen voor het concept van de ‘eigen landbouw eerst’, dan moeten we aanvaarden dat dit geld kost. Een mogelijke dreiging is wel de toetreding van Turkije, een immens land waar tachtig procent van de bevolking nog zijn inkomen moet puren uit een landbouwmodel zoals wij dat hier honderd jaar geleden kenden. Ik zie helemaal niet in hou het Europees landbouwbudget de toetreding van dat land zou kunnen absorberen.
Karlos Callens: Ik wil toch nog iets verduidelijken. Een aantal kopstukken van onze partij hebben in het verleden inderdaad gepleit voor een daling van de landbouwsteun. Maar daarmee doelden ze telkens op de marktverstorende productondersteuning. Door de ontkoppeling van die steun leven we vandaag echter in een andere wereld. De liberalen hebben nooit de inkomenssteun van de landbouwers in vraag gesteld. Die is immers nodig om het platteland in stand te houden.

Wat moeten volgens jullie de belangrijkste thema’s worden van het Vlaamse landbouwbeleid tijdens de komende vijf jaar?
Stefaan Sintobin: In ons tienpuntenplan staan onder meer bijkomende investeringen in landbouwonderzoek, een verdubbeling van het VLIF-budget, geen verdere natuurcompensaties op de kap van boeren, een daling van het btw-tarief voor energie van 21 naar zes procent en een vereenvoudiging van het mestdecreet. Daarnaast dringen we aan op een overheveling van de resterende federale landbouwbevoegdheden naar het Vlaamse niveau. En naast de prijsvorming moet zeker ook nog werk gemaakt worden van een verdere administratieve vereenvoudiging.
Karlos Callens: Kwaliteit en innovatie zijn de sleutelwoorden om onze voorsprong op het buitenland te handhaven. Ook diversificatie is belangrijk omdat we op die manier onze land- en tuinbouwbedrijven beter kunnen wapenen tegen crisissen die opduiken in één bepaalde deeltak. Voorts moet VLAM het label ‘van bij ons’ veel beter exploiteren dan vandaag het geval is.

Poll: Welke politieke partij verdedigt volgens u het best de belangen van de Vlaamse land- en tuinbouwsector?

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek