duiding

Jos De Meyer (CD&V) en Bart Martens (sp.a)

duiding
"Vlaanderen doet wat het kan voor zijn boeren"
18 mei 2009  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:52
Lees meer over:

Met Yves Leterme en Kris Peeters hebben de christendemocraten tijdens deze legislatuur hun grote kanonnen ingezet om het Vlaamse landbouwbeleid te orkestreren. CD&V-parlementslid Jos De Meyer mag de gevoerde politiek verdedigen, maar we vroegen hem eveneens of het herstelplan niet wat magertjes uitvalt. Voor kritische kanttekeningen nodigden we ook coalitiegenoot Bart Martens (sp.a) uit.

Wat onthoudt u in het algemeen van het Vlaamse landbouwbeleid dat tijdens deze legislatuur gevoerd werd?
Jos De Meyer: Het voornaamste is dat deze regering erin geslaagd is om de maatschappelijke waardering voor onze boeren en tuinders weer op te krikken. In de vorige legislatuur werden de negatieve kantjes van de landbouw veel te sterk uitvergroot, terwijl wij gefocust hebben op de talrijke troeven. Vlaanderen beschikt over zeer goed opgeleide bedrijfsleiders, innovatieve voedingsbedrijven, een gunstig klimaat, een vruchtbare bodem…

Welke beleidsmaatregelen hebben u het meest kunnen bekoren?
Jos De Meyer: Na meer dan vijftien jaar discussie hebben we van de Europese Commissie groen licht gekregen voor een mestdecreet dat landbouw en milieu verzoent. De hinderpalen voor individuele bedrijven om zich te kunnen ontwikkelen, werden weggenomen. Dat die aanpak vruchten afwerpt, wordt aangetoond door de enorme stijging van investeringen in de sector. Tijdens deze regeerperiode werd dan ook ongeveer 50 miljoen euro extra vrijgemaakt voor het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds, waardoor er ook een antwoord kwam op het energievraagstuk. Belangrijk is eveneens dat het praktijkonderzoek extra middelen kreeg, er werden glastuinbouwzones in de steigers gezet, steek- en hoeveproducten werden in de kijker geplaatst en er kwam een historisch akkoord tot stand tussen de biologische en gangbare landbouw. Dankzij de eenmalige perceelsregistratie werd een administratieve vereenvoudiging doorgevoerd en met de vzw Boeren op een Kruispunt kreeg ook het sociale luik van het landbouwbeleid een invulling. Last but not least is de vaststelling dat de landbouw in tegenstelling tot de vorige regeerperiode opnieuw sterk betrokken werd bij de ruimtelijke ordening.

Is men in de socialistische familie even enthousiast over het gevoerde landbouwbeleid van de voorbije jaren?
Bart Martens: Het nieuwe mestdecreet dat de effectieve bescherming van het leefmilieu koppelt aan ontwikkelingsperspectieven voor de sector, mag gerust historisch genoemd worden. In een vorig leven als beleidscoördinator van de Bond Beter Leefmilieu heb ik lang gestreden voor de inkleuring van heel Vlaanderen als kwetsbaar gebied, en eigenlijk is het huidige mestbeleid een vertaalslag van ons toenmalig voorstel. Positief is ook de duidelijke keuze voor biologische landbouw door onder meer het maximale steunpercentage voor investeringen te handhaven. Op het vlak van de ruimtelijke ordening ben ik blij dat we een aantal smeermiddelen in het leven geroepen hebben die een vlottere afbakening van het buitengebied mogelijk maken. Denk maar aan de grondenbank en de compensatie voor bestemmingswijzigingen. Het is belangrijk dat we in de open ruimte grotere aaneengesloten blokken landbouw en natuur creëren. Op die manier verhogen we de efficiëntie van de boeren, we scheppen ruimte voor overtollig water en we versterken de natuurwaarden. Eigenlijk is het jammer dat de compensatie voor bestemmingswijzigingen niet eerder tijdens de legislatuur werd gestemd, want in dat geval hadden we zeker al een pak verder gestaan met de ruimtelijke afbakeningsprocessen.

Bent u even gelukkig met het coëxistentiedecreet dat een kader schept voor de verhouding tussen transgene en andere landbouwgewassen?
Bart Martens: Ik vind dat een eerbaar compromis uit de bus gekomen is. De keuzevrijheid van zowel producent als consument wordt gegarandeerd. Bovendien past het decreet het principe van de ‘de verstuiver betaalt’ toe: landbouwers die transgene gewassen inzaaien en bij hun naburige collega’s economische schade veroorzaken, zullen die via een speciaal fonds moeten vergoeden. Ik weet dat de goedgekeurde regeling voor de oppositie niet ver genoeg gaat, maar ik ben ervan overtuigd dat we er het maximum uit gepuurd hebben als je ook rekening houdt met de voorschriften die Europa ter zake heeft opgesteld. Zonder coëxistentiedecreet mogen de door Europa toegestane transgene gewassen overigens onbeperkt ingezaaid worden. Nu komen er tenminste strenge teeltvoorwaarden.

Welke dossiers zouden jullie anders aangepakt hebben?
Bart Martens: Bij de afbakening van het buitengebied werden een aantal individuele klagers door Brussel op hun wenken bediend, en dat heeft de zaken zeker niet vergemakkelijkt. Met meer respect voor de resultaten van het overleg op het terrein had men zeker verder gestaan. Omgekeerd heeft het landbouwbeleid te weinig mee gestreden tegen de dreigende aantasting van de open ruimte. Zeker in de discussie over de vaak overdreven delfstoffenplannen heeft de landbouw verstoppertje gespeeld. Daarnaast bepleit ik een eenvoudiger systeem voor de handel in nutriëntenemissierechten. Dat er nog altijd geen enkele uitbreiding mits extra mestverwerking heeft plaatsgevonden, zegt genoeg. Het is ook jammer dat de regeling geen garantie inbouwt dat de totale veestapel niet groeit. Dat principe kan de wetgever nochtans mooi inbouwen door enkel afgeroomde rechten bij overnames ter beschikking te stellen van veehouders die bijkomend investeren in mestverwerking. Tot slot moet ook het systeem voor de bemesting in natuurgebieden veel simpeler gemaakt worden.
Jos De Meyer: Ik vond het vooral jammer dat de grote schade die veel landbouwers geleden hebben als gevolg van blauwtong niet in aanmerking kwam voor een of andere vergoeding. Kris Peeters heeft op Vlaams niveau geprobeerd om de wonden te zalven, maar federaal landbouwminister Sabine Laruelle had blauwtong moeten erkennen als landbouwramp. Ik stel overigens vast dat de standpunten van Vlaanderen en Wallonië in een aantal gevoelige dossiers, zoals bijvoorbeeld transgene gewassen, steeds verder uit elkaar liggen. Daardoor wordt het steeds moeilijker om op Europees niveau onze stem te laten horen.

Hilde Crevits geeft de landbouwers een negen op tien voor hun milieu-inspanningen van de voorbije jaren. Is dat een juiste quotering?
Bart Martens: Dat cijfer is niet zo belangrijk. Wat mij verontrust, is dat één op tien van de boeren de goede resultaten van hun milieubewuste collega’s naar de verdoemenis kan helpen. Daarom waren we erg verrast over de amnestiemaatregel in het dossier van het nitraatresidu. Er waren wel degelijk problemen met de procedures voor de staalnamen, maar rechtvaardigt dat een generaal pardon voor boeren die de norm met 500 procent overschreden hebben?

Deze landbouwers zullen de komende maanden streng opgevolgd worden door de Mestbank.
Bart Martens: Denk je dat die zware overtreders daarvan wakker liggen? Door hen een cadeau te geven, ontmoedigt de minister de grote meerderheid van landbouwers die het wel goed menen. En dat is een gevaarlijke situatie, want het mestdecreet schenkt de boeren heel wat vrijheden en de bodemanalyses horen het sluitstuk te zijn. De normen voor het nitraatresidu werden door Europa bovendien gekoppeld aan het toekennen van de derogatie. We moeten de Europese Commissie niet onnodig zelf argumenten aanreiken om straks de vijs weer aan te draaien. Vergeet niet dat ons grondwater nog altijd niet drinkbaar is, en ook de kwaliteit van het oppervlaktewater moet nog een stuk beter.
Jos De Meyer: Ik stel vast dat het nitraatgehalte in het water daalt, en dat bijvoorbeeld ook op het vlak van mestverwerking belangrijke vooruitgang geboekt werd. De milieu-inspanningen van onze boeren werpen vruchten af op vele terreinen. Zo is de uitstoot van broeikasgas met achttien procent gedaald ten opzichte van 1990. Het huidige klimaatbeleidsplan voorziet een bijkomende vermindering van de uitstoot met bijna één miljoen ton CO2 in 2010. Dat is mogelijk door een afstemming van het mestbeleid op de Kyoto-doelstellingen, een verhoging van het aandeel duurzame energiebronnen in de glastuinbouw, de bouw van wkk-installaties, de toepassing van energiebesparende technieken en de productie van biobrandstof.

De landbouworganisaties durven het niet altijd luidop te zeggen, maar eigenlijk hoor je hen denken dat het herstelplan nogal magertjes uitvalt in vergelijking met de inspanningen die voor bijvoorbeeld de automobielindustrie geleverd worden.
Jos De Meyer: Het is inderdaad zo dat de crisis in andere sectoren veel uitgebreider aan bod kwam in de media, maar wanneer we kijken naar de genomen maatregelen is de balans voor de land- en tuinbouwsector niet negatief. Twintig miljoen euro werd versneld in de sector gepompt, VLIF-dossiers worden sneller en soepeler afgehandeld en er is een versterkte inzet van kapitaalpremies. In de zuivelsector werden samen met de landbouworganisaties ingrepen uitgedokterd voor een structurele kostenverlaging en er is een versterkte aandacht voor exportmarkten. We zullen in de toekomst nog meer aandacht moeten hebben voor transparante marktprijzen, maar de landbouw mag zeker tevreden zijn met de extra zuurstof die tot hiertoe gegeven werd.

In het Vlaams parlement heeft u zelf aangedrongen op extra ondersteuning via de Rendac- en de waterfactuur.
Jos De Meyer: Dat klopt. De Rendac-factuur werd uiteindelijk niet verhoogd. Mocht de regering ook voor de waterfactuur een inspanning leveren, zou dat voor heel wat boeren een beetje bijkomende ademruimte scheppen. Ik ben er me wel bewust van dat het eerder een symbolische druppel op een hete plaat zou zijn.
Bart Martens: Dat is niet het enige. We hebben de waterheffingen bewust verhoogd om duurzaam watergebruik te stimuleren. Deze heffingen kunnen vermeden worden door bijvoorbeeld grondwater te vervangen door hemelwater. Wie vandaag de grondwatertafels in Oost- en West-Vlaanderen bestudeert, merkt dat dit geen overbodige luxe is. In plaats van te morrelen aan de ontradende prikkels tegen waterverspilling kan je beter opteren voor duurzame honingmaatregelen, zoals steun voor de productie van groene energie. Op dat vlak is er veel gebeurd, en de boeren spelen er ook op in.

Zouden de socialisten een ambitieuzer herstelplan zien zitten?
Bart Martens: Alle maatregelen die Vlaanderen kan nemen, werden genomen. Het zijn bovendien de maatregelen die de landbouworganisaties zelf hebben voorgesteld. We mogen ook geen valse verwachtingen creëren: onze boeren en tuinders opereren in een Europese en mondiale context. We kunnen wel paraplu’s uitdelen, maar niet vermijden dat het buiten zwaar stormt. En als je de vergelijking maakt met de automobielindustrie mag je toch niet vergeten dat de belastingbetaler jaarlijks 260 miljoen euro investeert in bedrijfstoeslagen. De landbouw is dus zeker niet het ondergeschoven kindje van onze economie.

De boeren hebben het voorbije jaar herhaaldelijk geklaagd over de prijsvorming in meerdere sectoren. Daarbij nemen ze beurtelings politici, verwerkers en grootdistributeurs in het vizier. Welke gevoelens hebben jullie bij melkprijzen van twintig eurocent per liter?
Bart Martens: Het is maatschappelijk onverantwoord dat melk minder kost dan mineraalwater. De cruciale vraag is natuurlijk hoe het zover kunnen komen is. Ik stel vast dat de marktwerking steeds belangrijker wordt voor de prijszetting van landbouwproducten, en in de toekomst zal die trend zich nog sterker doorzetten door bijvoorbeeld de afschaffing van de melkquota. Tot mijn grote verrassing hebben sommige landbouworganisaties de afbouw van prijs- en aanbodsturing mee ondersteund. We moeten zoeken naar systemen van aanbodbeheersing die de nefaste prijsschommelingen voor producent en consument bestrijden. Een instrument dat daarbij kan helpen, is het afsluiten van collectieve ketenovereenkomsten waarin afspraken gemaakt worden over de afstemming van vraag en aanbod, over de winstmarges, enzovoort. In Canada bestaan zulke overeenkomsten, die door paritaire comités beheerd worden.
Jos De Meyer: Een belangrijke nuance is dat de zuivelsector niet zozeer met een overaanbod kampt, maar wel met een sterk gekrompen vraag als gevolg van de crisis. Kris Peeters heeft een grote inspanning geleverd door het stappenplan voor de zuivelsector in sneltempo aan te passen waardoor melkveehouders rendabeler kunnen produceren. En ook op Europees niveau hebben we druk op de keten gezet. Het is onder meer dankzij ons land dat de Europese Commissie een aantal beschermende maatregelen genomen heeft om een verdere achteruitgang van de marktsituatie te vermijden. Natuurlijk blijft de prijsvorming een internationaal gebeuren, waar de Belgische zuivelindustrie sterk afhankelijk van is door de grote volumes melkpoeder die we produceren. We moeten dus vooral hopen op een spoedig herstel van de markt. Een inkrimping van onze productiecapaciteit is niet aan de orde, temeer omdat de landbouwproductie de komende decennia zal moeten verdubbelen om alle monden te kunnen voeden.

In Europa barst straks het debat los over het landbouwbeleid na 2013. Wat moet er dan gebeuren met de verhouding tussen de eerste en tweede pijler?
Jos De Meyer: De eerste pijler dient om de landbouwers te vergoeden voor het feit dat ze produceren volgens de Europese voorschriften, die veel strenger zijn dan waar ook ter wereld. Het plattelandsbeleid voorziet vergoedingen voor boeren die bijvoorbeeld op het vlak van milieu, dierenwelzijn en landschap nog een stap verder willen gaan. Beide pijlers hebben zin, en dus is er niks mis mee om ze overeind te houden. We moeten in de toekomst vooral een marktstabiliserend beleid voeren, want de prijsfluctuaties van de voorbije twee jaar hebben aangetoond dat het niet evident is om voldoende en veilig voedsel aan te bieden aan redelijke prijzen voor consument én producent. Er is nood aan een soort permanent vangnet dat het beleid kan activeren wanneer de nood het hoogst is.
Bart Martens: Ik ben het er mee eens dat landbouw- en plattelandsbeleid niet hetzelfde zijn. Het is goed dat er aparte beleidssporen zijn voor beide elementen, en dat blijft best zo in de toekomst. Het is wel zo dat de randvoorwaarden voor onze landbouw voortdurend evolueren, en dat het plattelandsbeleid dus over de nodige middelen zal moeten beschikken om boeren en tuinders de kans te geven om bij te sturen.

Ook na 2013 blijft inkomenssteun voor boeren onmisbaar?
Bart Martens: Dat is zo. Natuurlijk mag de maatschappij in ruil voor rechtstreekse inkomenssteun wel een aantal tegenprestaties eisen. En het is tijd dat de steun aan megabedrijven eindelijk afgetopt wordt. Die bedrijven hebben de subsidies niet nodig, en dus zou men dat geld als sociale maatregel veel beter kunnen herverdelen over familiale bedrijven. Ook projecten zoals zorgboerderijen zouden hiermee gefinancierd kunnen worden.

Moeten de boeren wakker liggen van de wto-onderhandelingen?
Bart Martens: Wij zijn in elk geval niet akkoord met de bepaling van de Wereldhandelsorganisatie dat strengere productie-eisen geen aanleiding mogen vormen om compenserende invoertarieven te hanteren. Mochten we de instroom van Braziliaanse soja in Europa enigszins kunnen beperken via tolmuren, dan kan de landbouw in grote delen van ons continent een belangrijke duw in de rug krijgen. Dan kan Europa zijn eigen veevoeders verbouwen en wordt het makkelijker zijn om de mineralenkringlopen te sluiten. Zo zouden we ook komaf maken met de verschraling van landbouwgronden in Brazilië en de vermesting bij ons. Dat is het soort duurzame landbouw dat de sp.a propageert.

Waarom moeten de landbouwers op 7 juni massaal op uw partij stemmen?
Jos De Meyer: CD&V is een partij met een hart voor landbouw. De agrarische sector is een sterkhouder van onze economie, en verdient daarom extra aandacht. Het beleid van de afgelopen jaren heeft sterk ingezet op innovatie, kwaliteit, verjonging, samenwerking en professionalisme. We zijn fier op de prestaties die onze landbouwers geleverd hebben. De komende jaren willen we meer nadruk leggen op de soms penibele positie van land- en tuinbouwers in de keten. Boeren en tuinders hebben recht op een correcte prijs voor hun producten.
Bart Martens: Wij geloven in de zelfredzaamheid van de landbouwgemeenschap, maar koppelen dit graag aan een sterke marktsturing die voorkomt dat producenten en consumenten de speelbal worden van wispelturige markten. Tegelijk is sp.a de beste garantie voor een maatschappelijk evenwichtig beleid waarbij duurzaamheid een volwaardige plaats krijgt. Op langere termijn vaart de hele samenleving daar wel bij, ook de agrarische gemeenschap.

PollVindt u het overdreven om te stellen dat de huidige marktprijzen in heel wat landbouwsectoren ethisch totaal onaanvaardbaar zijn?
 

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek