Jan Turf - Bond Beter Leefmilieu
duidingElke dag verdwijnt in Vlaanderen 7,5 hectare open ruimte onder asfalt, steen en beton. Dat is de oppervlakte van elf voetbalvelden. De Bond Beter Leefmilieu werkte die noodkreet uit in een manifest en schuimde er de hoofdkwartieren van de politieke partijen mee af. Aan beleidscoördinator Jan Turf (53) vroegen we in welke mate de milieubeweging en de landbouwsector elkaar vinden in de strijd voor het behoud van de open ruimte.
Nadat de landbouw en de milieubeweging jarenlang op gespannen voet leefden, lijkt stilaan een periode van dooi te zijn ingetreden. Jullie verdedigden samen met Boerenbond een standpunt rond de verbreding van het Schipdonkkanaal en de komst van een bedrijventerrein in Kontich en Rumst. Wie heeft de dans geopend?
Jan Turf: Die toenadering is er eigenlijk vanzelf gekomen. Vergeet niet dat we elkaar regelmatig tegen het lijf lopen. Zo hebben we bijvoorbeeld heel intensief samengewerkt in de technische werkgroep nutriënten, die onder meer de totstandkoming van het jongste mestdecreet in goede banen geleid heeft. In dat dossier waren onze standpunten verre van gelijklopend met die van de landbouworganisaties, maar toch zijn we erin geslaagd om op een ordentelijke manier overleg te plegen. Zoiets schept vertrouwen.
Waarom konden beide partijen plots wél opschieten met elkaar?
Onze perceptie is dat de landbouworganisaties een belangrijke knop omgedraaid hebben van zodra een Europese veroordeling onafwendbaar leek in het mestdossier. Ten tijde van landbouwminister Dua betitelden ze de mestoverschotten nog als een uitvinding van de boze groenen. Toen die mentaliteit keerde, hebben ook wij voluit voor de dialoog gekozen. En die aanpak heeft geloond.
We hebben de indruk dat ook de milieubeweging zich de jongste jaren realistischer opstelt. Destijds raakten de economische belangen helemaal ondergesneeuwd in jullie ecologisch discours?
Ik durf die analyse bevestigen. De milieubeweging was aanvankelijk een actiegroep die in vergelijking met de landbouworganisaties veel minder geïnstitutionaliseerd was. Dat heeft geduurd tot de oprichting van de Minaraad. Die heeft ervoor gezorgd dat in onze geledingen een overlegcultuur ontstaan is, waarbij ook rekening gehouden worden met de belangen van andere actoren in de samenleving. De groeiende populariteit van het concept ‘duurzame ontwikkeling’ heeft die tendens versterkt. Samen met de economische en sociale partners willen we totaaloplossingen met een ecologische draagkracht uitwerken. Dat is doorheen onze werking vandaag het centrale uitgangspunt van de Bond Beter Leefmilieu.
Waarom bent u tevreden over het huidige mestdecreet?
Tevreden ben ik niet, maar ik verdedig het wel. Ik ben niet de man van de grote ideologieën, voor mij zijn resultaten belangrijk. En we hebben intern de inschatting gemaakt dat het nieuwe mestbeleid op termijn kan leiden tot een reële verbetering van de waterkwaliteit. Dus hebben samen met de landbouworganisaties het beleidsconcept gesteund, ook al werden we hiervoor scheef bekeken vanuit de oppositiebanken. Voorlopig geeft de evolutie van de waterkwaliteit ons overigens gelijk. Maar laat mij duidelijk zijn: er zitten ook aspecten aan het decreet die wij niet goed vinden. Ik denk onder meer aan het principe van de ‘groei mits mestverwerking’. We blijven bij het principe dat een daling van de veestapel noodzakelijk is.
Heeft u de indruk dat de eindstreep op het vlak van de waterkwaliteit binnen handbereik is?
Dat denk ik niet. De geldende nitraatnorm van vijftig milligram wordt nog lang niet overal gehaald, en dan moet je beseffen dat dit slechts een tussentijdse norm is. De vertegenwoordigers van de land- en tuinbouwers moeten hun achterban heel duidelijk inlichten over het feit dat er binnen enkele jaren nog strengere normen zullen komen. Als dat niet gebeurt, dreigen we vroeg of laat weer op een conflict af te stevenen.
Hoe duurzaam is de paringsdans tussen landbouwsector en milieubeweging?
Dat moeten we afwachten, want uiteindelijk verschillen we nog altijd van mening over heel wat zaken. Als ik kijk naar de besteding van de landbouwbudgetten, dan betwijfel ik soms of men het milieuthema wel ernstig neemt. In mijn familie zitten paardenliefhebbers en ik ben blij voor hen dat hun hobby voortaan ondersteund wordt met landbouwsubsidies, maar persoonlijk vind ik dat er belangrijkere prioriteiten zijn. Er zouden veel meer overheidsmiddelen gemobiliseerd moeten worden om de waterkwaliteit op het platteland te verzekeren. De verplichte waterzuivering voor eigenaars van afgelegen gebouwen op het platteland kost stukken van mensen. Gaat het geld dan niet beter naar dat soort investeringen?
Geef toe dat het Landbouwinvesteringsfonds milieuvriendelijke investeringen heel sterk promoot.
Het zal je niet verbazen dat we investeringen in emissiearme stallen sterk toejuichen. Maar waarom hanteert de landbouwsector niet het principe van ‘de vervuiler betaalt’? Een compensatie voor de bouw van emissiearme stallen is economische steun, en dus geen milieumaatregel. Of we daarom de strijdbijl weer zullen opgraven? Natuurlijk niet, want het is goed dat we met elkaar kunnen praten. Ik wil alleen maar aantonen dat de violen nog niet op alle vlaken gelijkgestemd zijn.
Op lokaal niveau blijft de samenwerking tussen boeren en milieuactivisten dikwijls een delicate kwestie. Denk maar aan de heisa die vaak ontstaat bij de inplanting van een biogas- of mestverwerkingsinstallatie.
Op nationaal vlak is ons standpunt hierover heel duidelijk: grote installaties horen niet thuis in landbouwgebied en bij ieder project moet de impact op de lokale waterkwaliteit bestudeerd worden. Van principieel verzet is dus helemaal geen sprake. We hebben ook helemaal geen bezwaren tegen kleinschalige installaties waar een beperkt aantal boeren mee aan de slag gaat zonder schade te berokkenen aan het milieu en het lokale mobiliteitsvraagstuk. Als omwonenden zich, buiten dit kader, geroepen voelen om petities en bezwaren in te dienen, dan behoort dat natuurlijk tot hun democratische basisrechten. Maar daar heeft de Bond Beter Leefmilieu dus niet noodzakelijk iets mee te maken.
Heeft u met Boerenbond inhoudelijk overleg gepleegd met het oog op de opmaak van het manifest ‘Open Ruimte Adem Ruimte’?
Dat is niet gebeurd, maar we hebben wel enkele mensen van Boerenbond op de hoogte gebracht van onze plannen. Toen we het idee opvatten om het thema van de open ruimte te lanceren tijdens de verkiezingscampagne, draaide alles nogal sterk rond de milieuproblematiek. Bovendien was het van bij de start de bedoeling om het project te laten dragen door lokale milieugroepen. Maar ik moet toegeven dat ik me op een bepaald ogenblik wel begon af te vragen of het niet beter was om de landbouwsector actief te betrekken bij de uitwerking van het manifest. Uiteindelijk hebben we die piste niet bewandeld vanwege de tijdsdruk. Rond onze opvattingen over de open ruimte zouden we allicht snel een consensus gevonden hebben, maar in het document kanten we ons bijvoorbeeld ook heel sterk tegen de containereconomie en de logistieke ambities van Vlaanderen. Positief is alvast dat we intussen rond enkele concrete dossiers, zoals de verbreding van het Schipdonkkanaal, goed konden samenwerken.
Vooraleer het manifest in elkaar te puzzelen, hebben jullie samen met lokale groepen en verenigingen 23 grote infrastructuurprojecten in kaart gebracht, gaande van de Lange Wapper over de uitbreiding van de Brusselse Ring tot het omstreden bedrijventerrein in Westrode. Wat is de boodschap?
Een aantal projecten volgen we met gezonde argwaan, maar andere initiatieven zien we liefst gewoon verdwijnen. Neem nu de expansie van de Antwerpse haven. Is het een goed idee om er met de bouw van het Saeftinghedok een containerhaven van te maken? Wij denken van niet. De investeringen zouden gericht moeten zijn op het behoud en tegelijkertijd de vergroening van de chemienijverheid. Dat levert jobs en welvaart op, zonder een hypotheek te leggen op het leefmilieu. Containers brengen ons alleen maar goederen die elders geproduceerd worden, terwijl de retourvrachten bijna leeg zijn. Met die politiek ondermijnen we onze industrie en bovendien zouden we ook nog eens milieubelastende projecten moeten financieren om de bijkomende goederenstroom te exporteren naar hun eindbestemming. Er is op onze wegen immers geen plaats voor al die bijkomende containertrafiek. En dus dreigen we te gaan voor weer nieuwe wegen, die ook weer dadelijk dichtslibben. Natuurlijk zijn we niet tegen logistiek, maar wel tegen het massaal en eenzijdig inzetten op een transporteconomie. Laat ons kiezen voor het economisch model dat de meeste welvaart aan de kleinste milieu-impact koppelt.
De analyse en de remedies in uw manifest zijn eigenlijk al lang gekend. Is dit dan een acte van het faillissement van een kwarteeuw ruimtelijke ordening?
Neen, we scharen ons tweehonderd procent achter het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) dat in 1997 werd goedgekeurd. Het komt er alleen op aan om dat te respecteren en volledig uit te voeren. In dat plan werd op een doordachte manier vastgelegd welke bijkomende wegverbredingen of verbindingen noodzakelijk zijn. Tot zover kunnen wij volgen, maar daar moet de betonhonger dan ook ophouden. De eerste toetssteen voor de plannen van projectontwikkelaars zou in alle gevallen het RSV moeten zijn. Als politici de ondernemers echter jarenlang in de waan laten dat ze eender waar hun ding kunnen doen, creëer je alleen maar conflicten rond projecten die het RSV flagrant met de voeten treden. Denk maar aan de bouwplannen voor het stadion van Club Brugge in Loppem. Daarom moeten we terugkeren naar de orthodoxie. Wij kiezen dus voor een nieuw RSV, dat overlegd en doordacht tot stand komt, eerder dan voor haast- en maatwerk. De volgende regering wil het huidige structuurplan actualiseren, maar dat dreigt de legalisering in te houden van hetgeen op dit ogenblik fout loopt..
Aan welk infrastructuurproject denkt u dan in de eerste plaats?
Dat is ongetwijfeld de komst van het nieuwe bedrijventerrein langs de A12 in Westrode. De Raad van State heeft de plannen afgeketst omdat de locatie in kwestie niet over het statuut van ‘bijzonder economisch knooppunt’ beschikt. Voormalig minister Van Mechelen heeft de regio dan maar van de ene dag op de andere het vereiste statuut bezorgd, hoewel daarvoor de omliggende mobiliteitsfaciliteiten ontbreken. Ik concludeer daaruit dat de herziening van het RSV het best kan gebeuren door het Vlaams parlement, terwijl de regering zich zou moeten concentreren op de nog niet gerealiseerde doelstellingen. Dan gaat het onder meer over de inkleuring van natuur- en bosgebieden. En de landbouw heeft recht op in totaal 750.000 hectare, dat werd destijds zo afgesproken.
Onlangs bent u met het oog op de regeringsvorming over de vloer geweest bij de Vlaamse formateur. Welke prioritaire wensen met betrekking tot de open ruimte heeft u hem in het oor gefluisterd?
Naast ons standpunt over het RSV hebben we Kris Peeters ook uitgelegd waarom we bezorgd zijn over het waterbeleid. Door de klimaatverandering zullen er meer, en langere droogteperiodes voorkomen. Destijds hebben we met Nederland akkoorden afgesloten om dagelijks een bepaalde hoeveelheid water naar Terneuzen te sturen, maar helaas hebben we geen gelijkaardige afspraken met de Fransen gemaakt. In periodes van aanhoudende droogte dreigen onze zuiderburen hun water vast te houden, terwijl wij zelf een leveringsplicht hebben ten aanzien van de Nederlanders. Vlaanderen moet hier dringend een strategie tegenover stellen. Indien er niets gebeurt, zal er concurrentie ontstaan tussen de watervraag van de industrie, het transport, de landbouw en de natuur. Het water dreigt dan te worden afgeleid naar de plaatsen waar het economisch het meest rendeert. Hierdoor kunnen landbouw- en natuurgebieden mogelijks geconfronteerd worden met watertekorten en bodemverzilting. Dat is geen prettig vooruitzicht.
Hoe reageerde Kris Peeters?
Hij bleek heel geïnteresseerd te zijn in de waterproblematiek. In de aanloop naar de verkiezingen heb ik overigens vastgesteld dat ons hele manifest goed aansloeg bij de meeste politieke partijen. Enfin, ik had toch zeker niet het gevoel dat we gedesavoueerd werden. Slechts één partij heeft een programma dat regelrecht indruist tegen onze visie, en dat is Lijst Dedecker. Het concept van de ‘vrijheid blijheid’ is ongeveer het ergste wat onze schaarse open ruimte kan overkomen.