Hilde Crevits - minister van Leefmilieu
duidingLaten we beginnen met een opwarmertje: welke binding heeft u met de landbouwsector?
Hilde Crevits: Mijn grootmoeder was boerin, maar daar stopt het ongeveer. Als schepen van Torhout had ik natuurlijk wel veel contacten met landbouwers. Eén anekdote is me altijd bijgebleven: tijdens een zitdag kwam een woedende boer klagen over een vermeende illegale lozing van het plaatselijke slachthuis. Hij vreesde het kind van de rekening te worden, terwijl hij zelf de goede landbouwpraktijken strikt naleeft. Dit voorval illustreert het respect van de doorsnee landbouwer voor zijn leefomgeving. In dialoog kan je met de agrarische sector veel bereiken.
Soms brengt de dialoog geen soelaas. Nogal wat buurtcomités verwachten dat u mestverwerkingsinstallaties in de toekomst naar industrieterreinen doet uitwijken.
Er zijn 135 mestverwerkingsbedrijven operationeel en er zitten nog negentig projecten in de wachtkamer. Ik stel vast dat de vergunningverlening in het algemeen vlot verloopt. In ongeveer vijftien procent van de gevallen is er protest van een buurtcomité dat aanleiding kan geven tot beroepsprocedures tegen het verlenen van een milieuvergunning. Een omzendbrief uit 2006 stelt dat installaties van maximaal 60.000 ton kunnen ingeplant worden in agrarisch gebied, mits ze voldoen aan bepaalde voorwaarden. Zo moet zestig procent van het inputmateriaal afkomstig zijn uit de land- en tuinbouw en ook het mobiliteitsaspect en de landschappelijke inkleding moeten in orde zijn. Aan het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCM) heb ik opdracht gegeven om tegen half februari een zeer kritische evaluatie te maken van de omzendbrief. Installaties met een grotere verwerkingscapaciteit moeten per definitie uitwijken naar bedrijventerreinen. Omdat er weinig geschikte plaatsen bestaan, dringt een afbakening van speciaal voorbehouden zones zich op. Momenteel werkt het VCM een eerste voorstel uit, maar dit wordt ongetwijfeld een proces van lange adem.
Heeft u al de tijd gehad om het mestdecreet goed in te studeren?
We hebben intussen vier uitvoeringsbesluiten achter de rug. De komende weken staat er nog heel wat op het programma: de besluiten over de derogatie, de inventarisatie van gegevens, de mestverwerkingscertificaten en de laag-nutriëntenvoeders zijn volop in behandeling met het oog op goedkeuring door de Vlaamse regering. Ik reken er op dat dit eind februari allemaal achter de rug is. En dan is er tot slot ook nog het besluit over de beheerovereenkomsten. Aan de collega’s in de regering zal ik vragen om de fondsen die Europa heeft weggesneden voor de beheersovereenkomsten bij te passen.
U heeft zich ook vastgebeten in het dossier van de Mestbank?
Ja, er moet de komende maanden een veel duidelijker onderscheid komen tussen de adviesverlening en de controlediensten. In het verleden heeft de Mestbank zelf altijd het onderscheid benadrukt, maar ik stel vast dat er nog altijd wantrouwen is bij de landbouworganisaties. Dat moeten we dus beter organiseren. Voor de rest ben ik tevreden over het open overleg dat tussen de Mestbank en de boerenorganisaties op gang is gekomen. Donderdag maak ik samen met beide partijen een stand van zaken op van de nieuwe opstelling van de Mestbank.
In welke mate hebben de landbouwers vorig jaar al gebruik gemaakt van de derogatie?
10.800 bedrijven hebben ingetekend voor een totaal areaal van ongeveer 195.000 hectare. Dat is niet niks, hé.
Misschien wordt u wel zelf het slachtoffer van dat succes indien de waterkwaliteit niet snel verbetert?
Laten we het hele plaatje bekijken: alle EU-lidstaten die volledig kwetsbaar ingekleurd zijn, hebben een derogatie gekregen. Vergeet ook niet dat onze derogatie wetenschappelijk onderbouwd is op basis van hoge stikstofopnamen en langdurige groeiperiodes. Het is geen blanco cheque, maar een manier om heel bewust om te gaan met bemesting. Dit jaar zullen we op vraag van Europa overigens nog een miljoen euro investeren in de monitoring van deze maatregel. Op een aantal vlakken kunnen we nu trouwens al een goed rapport voorleggen. Vorig jaar hadden we nog maar een mestoverschot van 0,3 miljoen kilogram stikstof en de waterkwaliteit begint langzaam te verbeteren. Wat niet wegneemt dat er nog veel werk aan de winkel is.
Bond Beter Leefmilieu en Natuurpunt willen dit voorjaar al een eerste evaluatie van het nieuwe mestdecreet.
Ieder jaar verschijnt er toch een voortgangsrapport? We moeten opletten dat we ons niet kapot meten. Binnen alle overheidsgeledingen willen we daarentegen wel een debat op gang trekken over de manier waarop we de gemiddelde waterkwaliteit nog beter in kaart kunnen brengen. Sowieso zullen we eind 2010 over sterke argumenten moeten beschikken om de huidige derogatieovereenkomst te laten verlengen door Europa.
Er komt ook een actieplan dat tegen 2015 tot een bevredigende waterkwaliteit moet leiden?
Dat is het gevolg van de Europese kaderrichtlijn Water en het decreet over het integraal waterbeleid dat deze richtlijn in Vlaamse wetgeving heeft omgezet. Tegen eind dit jaar moet een ontwerpbeheersplan voor Schelde en Maas met bijhorend maatregelenprogramma klaar zijn. Daarin zullen de lopende maatregelen zitten, maar ook nieuwe. Naar alle waarschijnlijkheid zal de impact voor de diverse sectoren aanzienlijk zijn. Afwijkingen zijn mogelijk, maar het standpunt van de Europese Commissie is duidelijk: uitzonderingen mogen niet de regel worden. Om de waterkwaliteit verder te verbeteren, zullen volgehouden én bijkomende inspanningen nodig zijn.
In sommige streken zorgt ook de watervoorraad voor kopbrekens?
Vergeleken met andere landen presteert Vlaanderen heel goed op het vlak van zuinig waterverbruik, maar door de hoge bevolkingsdruk wordt nu eenmaal meer water onttrokken dan het volume dat kan infiltreren in de grondwaterlagen. Voor zowel de landbouw als het milieu kan dat op termijn nadelige gevolgen hebben. Daarom werden de kwetsbare waterlagen in kaart gebracht, waarna in precaire zones de heffingen verhoogd werden. Daarnaast kijken we ook strenger toe op de hervergunning van grondwaterwinningen. Een andere maatregel zijn de subsidies die bedrijven kunnen krijgen voor het gebruik van proceswater dat afkomstig is van hemelwater, oppervlaktewater en zuiveringseffluenten in plaats van hoogwaardig grondwater. Ik heb mijn administratie de opdracht gegeven om na te gaan hoe we dit systeem kunnen uitbreiden naar landbouwbedrijven. Voor boeren die een wateraudit willen uitvoeren, hebben we nu al brochures ter beschikking.
Veel landbouwers hebben schrik van de megalomane waterprojecten die onze regio moeten beschermen tegen overstromingsgevaar. Kan u hen een koude douche besparen?
Laten we hier eerlijk zijn: dit is een dossier dat sommige landbouwers pijn zal doen. De genomen beslissingen hieromtrent kunnen we niet terugdraaien, maar het komt er wel op aan om voor de getroffen bedrijven met de grootste zorg flankerende maatregelen toe te passen. Zo worden bij de opmaak van de inrichtingsplannen voor overstromingsgebieden enquêtes uitgevoerd bij landbouwers zodat maatregelen op maat kunnen ingezet worden. In Hamme kunnen we de boeren nog tien jaar ongemoeid laten door het project te faseren. Al begrijp ik ook wel dat dit niet alles oplost aangezien in dat gebied twee grote en bloeiende bedrijven actief zijn. Gelukkig zal de oppervlakte voor oeverzones en overstromingsgebieden in het kader van de bekkenbeheersplannen nogal meevallen.
U werkt verder aan een actieplan tegen geurhinder. Moeten de landbouwers zich ook hierover zorgen maken?
Europa heeft professionele snuffelaars ingezet om objectieve geurparameters vast te stellen. Op Vlaams niveau werk ik ook aan een actieplan zodat we in de toekomst geurklachten beter kunnen objectiveren. Het merendeel van die klachten heeft trouwens betrekking op het verkeer. Allicht zullen een aantal facetten in het actieplan ook betrekking hebben op de landbouw, maar dat is zeker niet de prioritaire doelgroep. Via emissiearme stallen en de emissiearme aanwending van mest heeft de agrarische sector al vrij grote inspanningen geleverd om de geurhinder te beperken. En in de pas bijgestuurde Vlaremreglementering zijn duidelijke afstandsregels voor veebedrijven vastgelegd. Ik zie op dit ogenblik niet de noodzaak om hier iets aan te veranderen inzake landbouw.
Boerenbond was overigens tevreden over de wijziging van de Vlaremregelgeving. Alleen bent u vergeten om de afstandsregels voor grote pluimveebedrijven aan te passen.
Ik kan dit nog eens laten nakijken. Maar vergeet niet dat die regels er gekomen zijn op basis van wetenschappelijke bevindingen, hé. En voor bestaande bedrijven zijn ze niet van toepassing.
U heeft de landbouw- en natuursector rond de tafel gezet om te praten over verweving, planschade en nulbemesting. Wat is de stand van zaken?
Ik ben blij dat beide partijen op mijn vraag de dialoog weer aangeknoopt hebben want de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn plaatsen ons voor belangrijke uitdagingen. Die richtlijnen zijn niet tegen de landbouw gericht, maar het is wel duidelijk dat de natuur er in die gebieden zal moeten op vooruitgaan. Voor ieder habitat- of vogelrichtlijngebied zal in overleg de gulden middenweg moeten vastgelegd worden. Wat de uitzonderingen voor de nulbemesting betreft, krijgen de landbouw- en natuursector de kans om tegen juni een consensusmodel op te stellen. Als dat niet lukt, zal ik als minister mijn verantwoordelijkheid opnemen. Ook inzake verweving moeten beide partijen leren samenwerken. De landbouwsector vreest dat verwevingsgebieden binnen de kortste keren een groene bestemming krijgen. Toch kunnen en moeten er oplossingen gevonden worden om landbouw en natuur in sommige gebieden te laten samengaan, vooral door de landbouwers zelf het roer in handen te laten nemen. Beheerovereenkomsten zullen hier een belangrijke rol moeten spelen. De landbouwers zullen hierbij ook de kans krijgen om onderling samen te werken.
De landbouwsector wacht al heel lang op een vereenvoudigde vergoeding voor wildschade. De beloofde deadline voor die regeling is al lang verstreken…
Sinds mijn aantreden heb ik dan ook opdracht gegeven om dit dossier te versnellen. De adviezen van de Vlaamse Hoge Raad voor Natuurbehoud en de Vlaamse Hoge Jachtraad worden op dit ogenblik verwerkt. Intussen heb ik ook studieopdrachten opgestart bij het ILVO en INBO om de schade-inschatting goed te onderbouwen. Want uiteindelijk staat of valt daarmee de werking van het besluit, dat vóór het zomerreces door de regering zou moeten goedgekeurd zijn. Maar nog belangrijker dan die deadline is het juiste evenwicht tussen de belangen van landbouw en natuur.
Die twee partijen hebben zij aan zij gestreden tegen een verdere grindwinning in Limburg, maar u doet ze in het zand bijten?
Er is nog niks beslist! Het grindoverleg met alle betrokken partijen heeft geen consensus opgeleverd, maar daarmee is de kous niet af. Op basis van een inventaris met alle mogelijke opties gaan we in bilaterale gesprekken de randvoorwaarden voor een verdere grindwinning bediscussiëren. We moeten erkennen dat in Het Limburgse Maasland de voorbije dertig jaar honderden hectare landbouwgrond verloren gegaan zijn. Als de grindwinning zou worden voortgezet, is een dergelijke grondruil zeker niet voor herhaling vatbaar. Maar anderzijds mogen we niet uit het oog verliezen dat onze economie delfstoffen nodig heeft, ook de agrarische sector trouwens. Dit dossier wordt een schoolvoorbeeld van duurzame ontwikkeling, met een evenwicht tussen nijverheid, landbouw, recreatie, natuur, werkgelegenheid, gemeente-inkomsten, lokale leefbaarheid, enzovoort.
De siertelers hebben onlangs aangedrongen op nieuwe energiemaatregelen.
Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De prijzen van olie en gas worden bepaald door multinationals op de wereldmarkt en de belastingen op energie zijn stuk voor stuk federale beleidsmaterie. Door het opleggen van verplichtingen inzake universele dienstverlening heeft de Vlaamse regering wel een vinger in de pap te brokken over de distributietarieven. En dan raken we in een eigenaardige situatie verzeild. De bedrijfswereld verwacht dat we tegelijk de universele dienstverlening uitbreiden én de distributietarieven verlagen, maar dat gaat natuurlijk niet. Belangrijker is om het energieverbruik te doen dalen. Op dat vlak is er tijdens deze legislatuur al heel veel gebeurd. Denk aan de energieconsulenten, de certificaten voor groene stroom en warmtekrachtkoppeling, de uitbreiding van het aardgasnet en van de afstandsregels voor netaansluitingen, enzovoort. Nieuwe maatregelen zitten voorlopig niet in de pijplijn.
Moeten de landbouwers zich zorgen maken over de klimaatverandering?
Een centrale doelstelling in het huidige klimaatbeleidsplan is de uitwerking van een adaptatieplan. In een eerste fase is het de bedoeling om onder meer voor de landbouw en de natuur de impact gedetailleerd in kaart te brengen. Intussen is ook al een studie aan de gang over de adaptatiemogelijkheden van de agrarische sector. In een tweede fase zal een kosteneffectief actieplan de prioritaire maatregelen tot risicoreductie bepalen. Daarbij zullen we de juiste balans moeten vinden tussen risicobeperking en socio-economische ontwikkeling.
De Vlaamse landbouw heeft in elk geval al heel wat klimaatinspanningen geleverd?
In 2006 was de uitstoot van broeikasgas met zestien procent gedaald ten opzichte van 1990, voornamelijk als gevolg van de slinkende veestapel. In de glastuinbouw hebben diverse maatregelen de CO2-emissies uit energieverbruik ingeperkt. Het huidige klimaatbeleidsplan voorziet een bijkomende vermindering van de uitstoot met bijna één miljoen ton CO2 in 2010. Dat is mogelijk door een afstemming van het mestbeleid op de Kyoto-doelstellingen, een verhoging van het aandeel duurzame energiebronnen in de glastuinbouw, de installatie van WKK-installaties, de toepassing van energiebesparende technieken en de productie van biobrandstof.
Het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) wil bio-ethanol puren uit gemodificeerde populieren. Wat doet u met de aanvraag om deze technologie uit te testen via een veldproef?
In theorie kan de Vlaamse minister van Leefmilieu bij de FOD Volksgezondheid schriftelijk bezwaar indienen na het advies van de Bioveiligheidsraad, waarin zowel de federale als de gewestelijke overheid zetelen. Ik ga ervan uit dat de experts tot een goed overwogen besluit zullen komen, en dus heb ik vooralsnog niet de intentie om na ontvangst van dat advies verzet aan te tekenen.
In welke zin hebben de voorbije maanden uw perceptie van de land- en tuinbouw gewijzigd?
Mijn visie op de land- en tuinbouw is dezelfde gebleven: het is een sector die een enorme ontwikkeling kent maar tegelijkertijd onder grote druk staat. Gelukkig zijn boeren dynamische ondernemers. Maar met dat compliment wil ik mijn kop niet in het zand steken: als beleidsmakers moeten we een landbouw met twee snelheden proberen te voorkomen. De minister van Leefmilieu is er voor alle landbouwers.