GIMV dicht bij overname Lintor-Verbinnen
nieuwsTegenover pluspunten zoals moderne bedrijfsactiva en een hoog aanpassingsvermogen staat het risicovolle karakter van de sector. Zo leidde de Aziatische vogelgriep enkele jaren geleden tot druk op de kippensector. Opvallend is dat de Olense groep mooie marges haalt, terwijl de marges in de slachtsector doorgaans flinterdun zijn. De groep investeerde vanuit de kippenslachterij in aanverwante activiteiten. Zo heeft ze het eigen processingbedrijf Delinor dat convenience-kipbereidingen verkoopt via spelers als Colruyt, Albert Heijn en Carrefour.
Alle slachtafval wordt binnen het eigen bedrijf verwerkt, want met Verlirend heeft het een eigen 'Rendac-activiteit' - een oplossing voor slachtafval. Dat afval wordt waar mogelijk gevaloriseerd: koppen en poten in de dierenvoedingssector, veren als grondstof voor verenmeel en bloed als grondstof in de land- en tuinbouw. De groep investeert momenteel onder meer in de bouw van een eiwitpoederfabriek waar pluimveebeenderen tot poeder worden verwerkt.
Lintor-Verbinnen werd in 1958 opgericht, toen Frans Verbinnen een kippenslachterij begon. In 1972 overleed hij onverwacht. Harry Verbinnen nam toen het beheer over. Onder zijn leiding begon het bedrijf aan een sterke opmars. Door de overname van het grotere Lintor uit Lint verdrievoudigde de slachtcapaciteit. Met 700.000 slachtingen per week is de speler Belgische marktleider naast andere groepen zoals Flandrex en Spoormans.
De kippensector heeft niet alleen te maken met onverwachte crisissen zoals vogelgriep, maar kampt ook al enkele jaren met felle concurrentie uit Brazilië en Thailand. "De Belgische bedrijven worden zeer strenge eisen opgelegd inzake voedselveiligheid, maar grote supermarkten kopen allerlei producten uit Brazilië, waarbij de prijs het enige criterium is. Als je als Belgische producent niet kunt volgen, ga je eruit", zegt een sectorspecialist.
Lintor probeert die concurrentie het hoofd te bieden door maximaal te specialiseren in verse kipproducten, terwijl landen als Brazilië en Thailand Europa overspoelen met diepvrieskippen. Tachtig procent van de groep zou uit versproductie bestaan. Jory (Lintor) bevoorraadt zich vooral in België en Nederland en levert aan grootdistributie, klein- en groothandel, catering en de vleesverwerkende industrie.
Ook investeringen in logistiek die een flexibele levertijd moeten garanderen, zijn een wapen om het hoofd te bieden aan de verre concurrentie. "Maar hoe je het draait of keert, het is moeilijk om het geld te krijgen waar je recht op hebt", zegt een concurrent. Dat noopt tot sterke kostencontrole. Het aantal werknemers van de Olense groep varieert in functie van interimarbeid. Het zou gaan om maximaal 450 werknemers, met de slachterij, de veredeling en de verpakkingsafdeling als belangrijkste takken.
Dat Harry Verbinnen, wiens zonen Harry en Joeri en zijn schoondochter Wendy mee leidinggevende functies in de groep vervullen, verkoopt, heeft volgens kenners te maken met familiale problemen. Harry is getrouwd met Roza Gijsemans, op de site vermeld als Josée Verbinnen. De groep zou dit jaar een operationele cashflow (ebitda) halen van om en bij de 16 miljoen euro.
De investeringsmaatschappij GIMV zou de constellatie rond de familie Verbinnen ergens rond 80 tot 100 miljoen euro waarderen op basis van de operationele cashflow. Dat is een prijs die geen rekening houdt met het geld in de kas en schulden. De groepsrekening van Jory toont echter nog een stevige nettokaspositie. Voor de GIMV is het een van de grootste buy-outs uit haar geschiedenis.(KS)
Bron: De Standaard