François Huyghe - Boerenbond
duidingKan je de prijsstijging van tarwe en andere granen kwantificeren?
François Huyghe: Globaal genomen lag de prijs vorig jaar veertig procent hoger dan in 2005. Er duiken regelmatig pensioenfondsen op die een graantje wil meepakken van de hausse, maar voorlopig houdt de graanprijs goed stand op een niveau van ongeveer 135 euro per ton. De fundamenten van de markt blijken vrij stevig te zijn. Dat geldt overigens niet alleen voor tarwe, maar ook voor de andere inlandse graangewassen.
Vooral de magere oogst in een aantal productiegebieden ligt aan de basis van de prijsstijging?
Dat klopt. In vergelijking met 2004 was de wereldproductie voor tarwe vorig jaar met vijf procent gekrompen tot 585 miljoen ton. Normaal gezien is Australië goed voor een productievolume van 25 miljoen ton, maar door de verschrikkelijke droogte werd dit ruim gehalveerd tot tien miljoen ton. De graanvoorraden zijn overigens al enkele jaren aan het slinken. Vijf jaar geleden bedroegen die nog 200 miljoen ton, terwijl de stockvoorraad vandaag ergens rond 120 miljoen ton schommelt. De mondiale graanbehoefte is stijgend en van zodra er een kilogram te veel of te weinig geproduceerd wordt, treden er belangrijke prijsfluctuaties op. Daarnaast heeft uiteraard ook de sterke opmars van de biobrandstoffen de tarweprijs het voorbije jaar omhoog gestuwd.
Hoe weerspiegelt die prijsstijging zich in het jaarinkomen van de akkerbouwers?
In de Vlaamse landbouw vertegenwoordigen granen slechts twee procent van de totale productiewaarde, maar akkerbouwers puren er gemiddeld toch 23 à 24 procent van hun inkomen uit. Wel is dat aandeel de voorbije jaren systematisch gedaald. Doordat Europa de steun ontkoppeld heeft van de productie, bracht de graanteelt tot vorig jaar eigenlijk niets meer op. Een hectare tarwe leverde ongeveer duizend euro op, wat overeenstemt met de productiekost. De graanboeren haalden hun inkomen dus uitsluitend uit de rechtstreekse inkomenssteun. Pas nu gaan de landbouwers opnieuw geld verdienen aan de graanteelt. Maar een medaille heeft altijd twee kanten: door de duurdere tarwe neemt de prijs van het veevoeder toe.
En die economische impact valt niet te onderschatten aangezien de meeste Vlaamse tarwe opgesoupeerd wordt door de veestapel.
Dat klopt. Minder dan tien procent van onze productie bestaat uit variëteiten die baktarwe opleveren. In Vlaanderen kunnen we wegens klimatologische en bodemkundige redenen niet dezelfde topkwaliteit met hoog eiwitgehalte produceren zoals het geval is in Duitsland, Frankrijk en de VS. Maar anderzijds is de nodige technologie voorhanden om onze voedertarwe tijdens het verwerkingsproces op te waarderen tot baktarwe. Daar maken onze boeren dan ook dankbaar gebruik van, temeer omdat de opbrengsten van voedertarwe hoger zijn en de productiekosten lager. Voor die voedertarwe is er in elk geval altijd een afzetmarkt in de intensieve veehouderij. Gemiddeld bestaan samengestelde veevoeders voor 44 procent uit graan, vooral in kippenvoeder loopt het aandeel van tarwe hoog op. Door de jarenlange prijsdaling is de voorbije jaren steeds meer Europees graan in het diervoeder beland. Nu de prijs gestegen is, kopen mengvoederbedrijven wel meer maniok, een zetmeelrijk substituut voor graan. In elk geval moet Vlaanderen behoorlijk wat graan invoeren aangezien de zelfvoorzieningsgraad slechts rond 50 procent draait.
In welke mate is er sprake van contractteelt in de graansector?
Eigenlijk worden er enkel contracten gesloten in het segment van de brouwgerst. Voor die toepassing zijn specifieke variëteiten vereist, terwijl al de rest eigenlijk een bulkmarkt is. Bovendien is het productierisico veel kleiner dan bij andere akkerbouwgewassen. Wanneer de tarweoogst tegenvalt, wordt slechts acht in plaats van negen ton gedorst. Indien nodig is de vereiste infrastructuur beschikbaar om het graan te drogen. In het geval van koolzaad leidt pech al gauw tot een halvering van de opbrengst. Dat is dan ook de reden waarom veel koolzaadtelers hun experiment van vorig jaar dit jaar voor bekeken gehouden hebben.
Waarom verkoopt een boer zijn graan aan een handelaar en niet rechtstreeks aan de mengvoederfabriek?
Handelaars vervullen een logistieke rol én leveren meerwaarde door de juiste partijen op de juiste plaats af te zetten. Vergelijk het gerust met de veehandel. Veel graanhandelaars hebben overigens meelfabriekjes gebouwd zodat ze het voeder rechtstreeks bij varkensboeren kunnen leveren. Daar pikken ze dikwijls de mest mee om die aan de akkerbouwers te bezorgers. Op die manier ontstaan kringlopen waardoor boeren elkanders klant en leverancier worden. Daarnaast zijn er onder de veehouders ook nog een groeiend aantal zelfmengers die eveneens actief op zoek zijn naar voedergrondstoffen.
Maar de wereldhandel wordt wel gedicteerd door de Amerikanen?
Slechts tien à vijftien procent van de mondiale productie komt op de wereldmarkt terecht, het overige graan wordt lokaal verhandeld. De voornaamste spelers op die wereldmarkt zijn Cargill, Dreyfus en Bunge, allemaal Amerikaanse multinationals die samen ook de Europese markt in handen hebben. Draaischijf zijn de havens van Antwerpen en vooral Rotterdam. Een kwart van de mondiale graanexport komt uit de VS. Door de gestegen productie in Europa is dat aandeel de voorbije decennia wel wat teruggelopen, maar dat is niet zonder slag of stoot gegaan. Denk maar aan het handelsconflict in de jaren zeventig toen de Europese Unie plots graan begon uit te voeren naar landen zoals Saoedi-Arabië. Dat was niet naar de zin van de Amerikanen die lucratieve afzetmarkten dreigden kwijt te spelen. Tarwe is door de VS de voorbije decennia ook meermaals als politiek drukkingmiddel gebruikt, maar dat is de jongste tijd toch minder het geval. Als de Amerikanen weigeren graan te leveren aan een bepaald land, dan doet Europa dat wel.
Worden de lokale producenten van bio-ethanol belangrijke afnemers van de Vlaamse graanboeren?
Zowel bij BioWanze als bij Bio Alco Fuel zou twee derde van de grondstoffen uit granen bestaan. De fabrieken staat er nog niet, maar de bedrijven sluiten al wel contracten met gespecialiseerde akkerbouwers die van Europa energiegewassen mogen telen op hun obligate braakgronden. De contractprijzen liggen iets lager dan de prijs voor voedingstarwe, maar zijn toch relatief interessant voor landbouwers omdat hun braakgrond anders toch ongebruikt blijft. Uiteraard hopen we dat BioWanze en Bio Alco Fuel straks ook Vlaams graan van het reguliere areaal zal opkopen. Anderzijds zijn we ook realistisch genoeg om te beseffen dat veeleer landen in Oost-Europa troeven hebben om zich te specialiseren in energieteelten. In Polen oogsten de graanboeren momenteel drie ton tarwe per hectare, en dus is de progressiemarge door het gebruik van betere bemestingstechnieken en variëteiten in dergelijke landen nog immens. En hoe aantrekkelijker de graanprijs, hoe sneller die achterstand zal ingehaald zijn.
Hoe aantrekkelijker de graanprijs, hoe duurder ook de voedingsproducten. De FAO waarschuwt dat vooral voor ontwikkelingslanden grote bevoorradingsproblemen dreigen.
Die redenering gaat erg kort door de bocht. Er zijn immers wel meer landen die baat hebben bij stijgende graanprijzen. Bijvoorbeeld de producenten van maniok, ook de prijs van bijvoorbeeld rijst zit in de lift. Vergeet ook niet dat veel mensen in arme streken zich bevoorraden door zelfvoorzieningslandbouw. De wereldmarktprijs van graan is dus niet allesbepalend. Destijds produceerde Europa gigantische voedseloverschotten, maar die hebben ook het hongerprobleem niet opgelost. Voedselzekerheid is een complexe materie.
In Vlaanderen zal de wereldmarktprijs voor granen er allicht wel voor gezorgd hebben dat er meer wintertarwe is ingezaaid?
Klopt. Naar schatting zal het areaal uitbreiden met bijna tien procent, tot een kleine 80.000 hectare. Wellicht zullen hier en daar wat minder bieten ingezaaid worden. Die trend kan zich ook de volgende jaren doorzetten. In 2010 komt er mogelijk een quotumkorting voor bieten. Daardoor kan het graanareaal misschien nog verder uitbreiden. Eigenlijk vervult de graanteelt een spilfunctie in de akkerbouw: van zodra een bepaalde teelt minder aantrekkelijk wordt, biedt graan een uitweg.
Als we de industriële biotechnologen mogen geloven, dan gaat de akkerbouw een mooie toekomst tegemoet als producent van biomassa. Geloof je dat de tweede generatie biobrandstoffen een revolutie zal ontketenen?
Momenteel gaat het nog om zeer dure procédés, maar ik verwacht toch dat er binnen tien à vijftien jaar een doorbraak komt. Er zullen dan zeker meer energieboeren komen, al zal Vlaanderen nooit vol reuzenmaïs of olifantengras ingezaaid worden. Laat die massaproductie maar over aan de Oost-Europeanen zodat de Vlaamse landbouwers zich te midden van hun kapitaalkrachtige consumentenmarkt vooral kunnen focussen op teelten voor de markt van de verse voeding.