Erwtentelers zijn weerloos tegen virulente bladluizen
nieuwsToen Europa in 2013 beperkingen uitvaardigde op het gebruik van drie insecticiden, ondertussen genoegzaam bekend als neonicotinoïden, pruttelde de landbouwsector kortstondig tegen. In de twee jaar die daarop volgden, hoorden we Britse en Duitse koolzaadtelers klagen over insectenschade. Nu blijkt dat het verdwijnen van neonicotinoïden ook in ons land voor problemen zorgt. Ardo, het boegbeeld van de West-Vlaamse diepvriesgroentenindustrie, luidt de alarmklok voor de erwtenteelt. “Na een zachte winter en een droge en warme zomer zijn grote populaties bladluizen aanwezig. Zij dragen virusziekten over. Zonder zaadomhulling met het gewasbeschermingsmiddel Cruiser kan een teler zich daar onvoldoende tegen wapenen”, verduidelijkt Jan Hanssens, hoofdagronoom bij Ardo. Twee tot drie extra bespuitingen voor de bloei van de erwten vervingen de zaadomhulling. Daarom vindt Hanssens dat bijen en andere nuttige insecten beter af waren met de oude teeltmethode.
In 2013 hebben de lidstaten de nationale toelatingen van drie neonicotinoïden moeten aanpassen of intrekken. Ze deden dit in opdracht van Europa want in Brussel vermoedde men dat deze groep van insecticiden schadelijk is voor bijen. Voor professionele gebruikers werd geen algeheel verbod ingevoerd maar wel een sterke beperking op de gebruiksmogelijkheden. Deze drie insecticiden zijn sindsdien verboden in bepaalde granen en in gewassen die in bloei komen. Kritiek op de maatregel kwam vooral uit Groot-Brittannië en Duitsland. Akkerbouwers gaven te kennen dat grote delen van het koolzaadareaal ten prooi vielen aan de koolzaadglanskever.
Tot dusver leek het alsof het moratorium de Belgische landbouw niet voor grote problemen stelt. Het tegendeel blijkt waar nu Ardo de stilte doorbreekt. Een gewas als wortelen dat niet in bloei komt, kan nog afdoende beschermd worden met een zaadomhulling maar voor erwten bestaat die mogelijkheid al twee jaar niet meer. Met desastreuze gevolgen voor de teelt terwijl bijen en andere nuttige insecten er niet beter van worden, zo vernemen we bij de Europese marktleider in diepvriesgroenten.
“Een zaadomhulling met Cruiser, een middel met één van de verbannen neonicotinoïden als actieve stof, beschermde erwten tijdens de eerste twee maanden na zaai tegen virulente bladluizen. Cruiser verdween zodat telers teruggrepen naar klassieke insecticiden maar die volstaan niet om de erwten te beschermen tegen bladluizen die erg schadelijk zijn omdat ze virusziekten overdragen”, zegt de hoofdagronoom bij Ardo, Jan Hanssens.
Bladluizen hebben vooral de tweede teeltcyclus – de erwten die gezaaid werden na 1 mei – aangetast, maar volgens Hanssens vormen ze al een heel jaar een groot probleem. Hij wijt dat aan de zachte winter en droog en warm weer tijdens het groeiseizoen. In die omstandigheden kunnen bladluizenpopulaties zich snel uitbreiden. “De schade toont zich in planten met een afwijkende (dwerg)groei, een vruchtzetting die te wensen over laat en peulen die niet mooi gevuld zijn. We constateren opbrengstderving van 50 procent en meer.”
Als de opbrengst blijft steken op 2,5 à 3 ton terwijl normaal 8 ton en meer geoogst wordt, dan is dat een ramp voor een erwtenteler. “Boeren klagen over lage prijzen. Lage opbrengsten zijn zo mogelijk nog erger want zelfs al is de prijs dan goed, het financieel resultaat zal dan altijd tegenvallen”, aldus Hanssens. Erwten vragen sowieso veel zorg omdat ze blootgesteld worden aan wildschade door duiven en aan schimmelziekten. Hiertegen kan een teler nog iets ondernemen terwijl hij dit jaar voor voldongen feiten wordt geplaatst wat de bladluizenaantasting betreft. “Samen met een middel als Cruiser verdween ook de garantie op een geslaagde erwtenteelt”, klinkt het.
Wat Hanssens erg stoort, is dat Cruiser en andere neonicotinoïden het veld moesten ruimen opdat de bijenpopulatie er beter zou van worden. De agronoom vreest net het tegenovergestelde: “Cruiser was een zaadbehandeling. Door de zaaimachines uit te rusten met deflectoren verdween de schadelijke stofontwikkeling. Als je dat vergelijkt met vollevelds bespuitingen met pyrethroïden die de nuttige insecten niet sparen, dan vraag ik mij af welke milieuwinst we geboekt hebben.”
Als de zaadomhulling als gewasbeschermingsmethode onder druk blijft staan, vreest Jan Hanssens ook problemen met de bonenvlieg. En het is maar de vraag of de fabrikanten van gewasbeschermingsmiddelen snel alternatieven zullen ontwikkelen voor ‘kleinere’ groenteteelten als bonen en erwten. Wanneer zij een nieuw middel op de markt kunnen brengen voor een belangrijk akkerbouwgewas is dat natuurlijk sneller terugverdiend zodat hun prioriteiten niet in de groenteteelt liggen.
Europa beoordeelt dit jaar het moratorium op neonicotinoïden. Als het van de teeltexpert van Ardo zou afhangen, dan krijgt Cruiser opnieuw een toelating als zaadbehandeling in de erwtenteelt. “Conform de principes van geïntegreerde gewasbescherming kan je een bepaalde bladluisdruk in het gewas tolereren. In het geval dat virulente bladluizen aanwezig zijn, kan je niet anders dan snel ingrijpen. Schakel dat gevaar uit met een zaadomhulling waar landbouw en milieu meer mee gebaat zijn dan met de klassieke en voor nuttige insecten meer schadelijke insecticiden. Als Europa zijn houding tegenover neonicotinoïden niet wijzigt, vrees ik dat landbouwers zullen uitkijken naar alternatieven voor erwtenteelt.”
Beeld: Ardo