Davy Ringoot (Thenergo) en Paul Hanegreefs (Agri Investment Fund)
duidingWat maakte Flanamat zo aantrekkelijk voor Boerenbond?
Paul Hanegreefs: Een nieuw mestverwerkingsbedrijf inplanten in het verstedelijkte Vlaanderen is op het vlak van vergunningen en dergelijke meer een proces van lange adem. Toen we vernamen dat er zich een overnamekans aandiende bij Flanamat hebben we inschattingen gemaakt over de slaagkansen om hier naast pluimveemest ook de dikke fractie van varkensmest te verwerken. We hebben de productiekost becijferd, de waarde van het eindproduct en de grootte van de afzetmarkt. Geen enkele overname is zonder gevaar, maar indien we er zouden in slagen om de capaciteit van de installatie volledig te benutten, leek het risico aanvaardbaar.
Flanamat was nochtans geen onverdeeld succesverhaal?
Paul Hanegreefs: De installaties en gebouwen werden opgetrokken voor het drogen en verwerken van bio-organische reststromen en pluimveemest. Met dit project wilde DCM een brede waaier meststoffen aanbieden op maat van klanten in binnen- en buitenland. Het is niet aan mij om de rekening van Flanamat te maken, maar ik had de indruk dat het bedrijf er niet in slaagde om met zijn concept de totale capaciteit van de drooginstallatie te valoriseren. Ons project ziet er helemaal anders uit: we produceren twee mestkorrels voor de bulkmarkt, en dit met de bedoeling om zoveel mogelijk mest te verwerken. Met deze investering steekt Boerenbond zijn nek uit voor de hele varkenshouderij in Vlaanderen.
De operationele activiteiten werden toegewezen aan Fertikal?
Paul Hanegreefs: Bij de overname werd het volledige personeelsbestand van Flanamat overgenomen. Op dit ogenblik werken vijftien mensen bij Fertikal, terwijl de exploitatie van het project eigenlijk in handen is van experts van Aveve, waaronder ikzelf. In het verleden was ik betrokken bij de plannen voor Biopower en ik ben ook actief bij Op De Beeck, het composteringsbedrijf dat vlak naast Fertikal gelegen is en waarin Aveve een participatie heeft.
Ondanks de beschikbare expertise heeft Fertikal de hulp van Thenergo moeten inroepen?
Paul Hanegreefs: Vóór de overname wisten we al dat de energiekost het grote knelpunt zou worden. Dat is ook gebleken, ook al omdat in de eerste maanden na de opstart de energieprijzen fors gestegen zijn. Daarom hebben we op een bepaald ogenblik beslist dat we op zoek moesten naar een alternatieve warmtebron. Eerst speelden we met de idee om zelf een wkk-installatie te bouwen, maar we zijn toen op de grenzen van onze kennis en knowhow gestoten. Op dat ogenblik kwam Thenergo in beeld.
Davy Ringoot: De grootste kost van een drooginstallatie is energie, en dat is precies onze specialiteit. Uit onze eerdere ervaringen hebben we geleerd dat het voor een forse reductie van de energiekost niet volstaat om een wkk-installatie te bouwen en de klant vervolgens aan zijn lot over te laten. De productie en consumptie van warmte moeten volledig op elkaar afgestemd worden. Daarom hebben we ook bij dit project beslist om mee te participeren in de vennootschap. Thenergo heeft 51 procent van de aandelen in Fertikal, de rest is in handen van het Agri Investment Fund. We vinden het heel interessant om bij Fertikal expertise op te doen met mest. Dat versterkt enerzijds ons partnerschap met Boerenbond en het helpt ons bovendien bij de bouw van biogasinstallaties, waarbij het een belangrijke uitdaging is om het digestaat om te zetten in een bruikbare meststof.
Naast een financiële participatie gaat Thenergo voor Fertikal dus een wkk-installatie bouwen?
Davy Ringoot: Dat klopt. We willen naast de mestverwerkingsinstallatie een wkk-centrale bouwen die restwarmte levert als energiebron voor het droogproces. Op die manier hebben we een alternatief voor het dure aardgas. Om dit mogelijk te maken, zullen we de drooginstallatie wel moeten afstemmen op het warmteaanbod. Een gasbrander is iets anders dan restwarmte, hé. Toch hopen we het project tegen eind 2009 te kunnen afronden. Op dat ogenblik zullen we een elektrisch vermogen tussen negen en achttien Megawatt opwekken.
Die wkk-installatie zal de rendabiliteit van Fertikal meteen opkrikken?
Davy Ringoot: Exacte cijfers kan ik niet geven omdat we de studiefase nog aan het afronden zijn. In de eerste plaats staat het technisch vraagstuk voorop: hoe moet de wkk-installatie eruit zien, waar moet het ding komen, hoe groot moet het zijn, enzovoort. Indien we erin slagen om de energiekost fors te reduceren, zijn we ervan overtuigd dat het project rendabel wordt. Fertikal krijgt immers zowel centen aan de ingang als aan de uitgang van het bedrijf.
Waar komt de mest voor de installatie vandaan?
Paul Hanegreefs: Op het terrein merken we dat steeds meer veehouders kiezen voor biologische mestverwerkingsprocedés, waarbij de mest eerst gescheiden wordt in een dunne en dikke fractie. Ze zorgen ervoor dat het natte gedeelte op het eigen bedrijf wordt gezuiverd, terwijl de droge fractie afgevoerd wordt naar een andere verwerker. Iedereen die de dikke mestfractie van varkens of kippen wil aanleveren, is welkom bij Fertikal. We hebben iemand in dienst die zich voltijds bezighoudt met de contracten die we met boeren en loonwerkers afsluiten. In de praktijk zien we dat we vooral mest over de vloer krijgen uit de provincies Antwerpen, Limburg en Oost-Vlaanderen. De aanvoer uit West-Vlaanderen is ondertussen ook op gang aan het komen.
Fertikal verwerkt niet alleen varkensmest?
Paul Hanegreefs: Naargelang het seizoen schommelt de verhouding een beetje, maar gemiddeld genomen bestaat zo’n zeventig procent van de aanvoer uit varkensmest, de rest is pluimveemest. En indien op termijn ook de rundveemest gescheiden kan aangeleverd worden, kunnen we ook hiermee aan de slag. Dat mesttype levert een eindproduct op dat vooral gegeerd is op de hobbymarkt in zowel binnen- als buitenland. Hoewel we op dit ogenblik nog geen rundveemest verwerken, hebben we al vragen van klanten gekregen om dergelijke korrels te leveren.
Loopt de aanvoer van de mest naar wens?
Paul Hanegreefs: Soms komt er wat te weinig binnen, dan weer te veel. Een gelijkmatige aanvoerstroom is één van onze belangrijkste aandachtspunten. Maar aan contracten van een langere duurtijd denken we zeker niet. In het verleden werden grote mestverwerkingsprojecten afgevoerd omdat boeren niet bereid blijken te zijn om dergelijke overeenkomsten af te sluiten.
Hoe zit het droogproces technisch in elkaar?
Davy Ringoot: Dat is eigenlijk heel eenvoudig. De aangevoerde mest wordt gedoseerd in een toevoersysteem en vervolgens gedroogd door contact met een hete luchtstroom. Afhankelijk van het mesttype loopt de temperatuur op tussen 180 en 250 graden Celsius. Daardoor verliest de mest in enkele seconden zijn vocht, waarna een filter het droge poeder uit de lucht haalt. Tot slot krijgt de proceslucht een nabehandeling om te voldoen aan de milieunormen, terwijl de vaste substantie in een korrel gegoten wordt die kant-en-klaar is voor de export. De installatie oogt erg ingewikkeld door al zijn pompen en buizen, maar uiteindelijk vindt slechts één hoofdbewerking plaats, met name droging.
Is het de droging van de mest of de nabehandeling van de proceslucht die veel energie opslorpt?
Davy Ringoot: Het energieverbruik is rechtstreeks gekoppeld aan het watergehalte. Het drogestofgehalte van de aangevoerde varkensmest is ongeveer dertig procent, bij pluimveemest is dat zo’n vijftig procent. De uiteindelijke korrels die we als eindproduct commercialiseren, hebben nog een kleine tien procent restvochtgehalte. Dat betekent dus dat we voor varkensmest meer water moeten verdampen. Dat is de reden waarom een varkensboer bij aanlevering per ton droge fractie meer betaalt dan een kippenboer.
Welke verwerkingscapaciteit heeft Fertikal?
Paul Hanegreefs: Bij een volledige benutting van de capaciteit met drie wisselploegen kunnen we op jaarbasis 60.000 ton rulle fractie van varkensmest verwerken tot 20.000 ton gedroogd eindproduct. Dit komt overeen met een verwerkte hoeveelheid van ongeveer 400.000 ton drijfmest per jaar, of zes tot zeven procent van het volume dat de Vlaamse varkensstapel produceert. Op die manier zorgen we ervoor dat 650.000 kilogram stikstof niet op Vlaamse bodem terechtkomt.
Halen jullie die capaciteit vandaag al?
Paul Hanegreefs: Ik denk dat we dit jaar rond 40.000 ton zullen eindigen. Volgend jaar moeten we erin slagen om de sprong naar 60.000 ton te maken. Er is in elk geval geen gebrek aan veehouders die hun mest naar ons bedrijf willen transporteren.
Hoe groot moeten we de bijdrage van Fertikal aan het wegwerken van de mestoverschotten in Vlaanderen inschatten?
Davy Ringoot: Het enige alternatief voor de verwerking van de dikke fractie van varkensmest is compostering. Je moet weten dat gecomposteerde eindproducten vandaag enkel in Frankrijk kunnen afgezet worden, terwijl wij met onze mestkorrels de afzetmarkt kunnen diversifiëren. Ik denk dat op dit ogenblik een tiental mestverwerkers varkensmest indrogen, en dat onze installatie zeker tot de grotere mag gerekend worden. Danis runt een vrij gelijkaardig mestverwerkingsbedrijf.
Hoe moeilijk is het om de eindproducten van een mestverwerkingsinstallatie te commercialiseren?
Paul Hanegreefs: Dat valt eigenlijk veel beter mee dan verwacht. Allicht zijn er meerdere verklaringen. Eén ervan is dat de kunstmest momenteel heel duur is waardoor boeren op zoek gaan naar substitutieproducten. Niet alleen onze hoogwaardige pluimveemest is in trek, maar ook de varkenskorrel gaat vlot van de hand. Er zijn nogal wat wijnbouwers in Frankrijk die enkel behoefte hebben aan een basisbemesting. Als ze te veel stikstof op het land brengen, groeien er te veel bladeren aan hun takken. Voor die markt is onze varkensmest een ideaal product.
Is Frankrijk voor Fertikal dan ook de belangrijkste afzetmarkt?
Paul Hanegreefs: Zeventig procent van onze eindproducten gaat naar Frankrijk, voornamelijk via boerencoöperaties. Daarnaast zijn er een aantal grote handelaars die de rest van onze eindproducten wereldwijd afzetten. Laat ons zeggen dat twintig procent van onze mestkorrels in het Verre Oosten terechtkomt en tien procent in Afrika. In die regio’s zorgen meststoffen voor een belangrijke meerwaarde bij de landbouwproductie, waardoor de transportkosten makkelijk terugverdiend worden. Onze mesttransporten kosten overigens bijna niks. Containers arriveren vol met goederen uit landen als Korea en Vietnam, maar keren bijna leeg terug. Voor ons is dat uiteraard een goede zaak. Komt daarbij dat we nauwelijks op twee kilometer van de haven gevestigd zijn.
De jongste tijd zijn er nogal wat problemen met de export van ruwe pluimveemest naar Frankrijk. Vrezen jullie niet dat de Fransen vroeg of laat de mestgrens sluiten, net zoals Wallonië dat gedaan heeft?
Paul Hanegreefs: In dat geval zouden vooral de composteerders in de problemen komen omdat zij volledig afhankelijk zijn van die afzetmarkt. Verder kan ik alleen maar vaststellen dat de vraag naar onze producten bij de Franse boeren heel groot is. Mochten we beslissen om straks drie keer meer korrels te produceren, dan raken we die nog altijd zonder problemen kwijt in Frankrijk.
Wat zijn de toekomstperspectieven van Fertikal?
Paul Hanegreefs: We hebben zeker de ambitie om te groeien, maar die plannen kan ik nog niet uit de doeken doen. Eerst moeten we ervoor zorgen dat de huidige installatie optimaal draait. Het is een goed procedé dat perfect complementair is met de decentrale mestverwerking waarvoor de Vlaamse varkensboeren massaal opteren. De verwerking van hun dikke mestfractie is immers alleen maar rendabel op grote schaal.
In de mate dat de energiekost onder controle kan gehouden worden.
Davy Ringoot: Dat heeft u goed begrepen.