duiding

Cees Veerman - landbouwexpert

duiding
"Boeren moeten lot in handen willen nemen"
20 januari 2009  – Laatst bijgewerkt om 4 april 2020 15:52
Lees meer over:

Ook na 2013 heeft de EU nood aan een gemeenschappelijk landbouwbeleid. Daar zijn de meeste lidstaten het over eens. Maar zal de eerste pijler met de rechtstreekse inkomenssteun overeind blijven? En welke rol is weggelegd voor het plattelandsbeleid? Boven de Moerdijk gingen we luisteren naar de erudiete mening van professor, bedrijfsleider en voormalig landbouwminister Cees Veerman. Of hij de agrarische sector nog op de voet volgt? "Ik heb enkele weken geleden nog bieten gerooid".

Welke herinneringen houdt u over aan de periode dat u landbouwminister was in Nederland?
Cees Veerman: Dat zijn ongetwijfeld de nachtelijke vergaderingen over de hervorming van het landbouwbeleid en het suikerregime. Soms trad wel eens irritatie op tussen ministers onderling of met de Europese Commissie. Meermaals heb ik opgetreden als ‘oliemannetje om’ de brokken tussen de kibbelende partijen weer te lijmen. Ik had gelukkig niet zoveel slaap nodig.

Een halve eeuw lang was landbouw de drager van het Europees beleid. Is die tijd straks definitief voorbij?
Als enig gemeenschappelijk beleid is de agrarische sector de voorbije decennia verbindend geweest voor Europa. Het hele denken rond de gemeenschappelijke markt is gestoeld op de ervaringen die men destijds had met de landbouwmarkt. Wie nadenkt over het landbouwbeleid van de toekomst, mag zich vooral niet beperken tot een reflectie over het mechanisme van de voedselproductie. Het hele beleid voor de rurale gebieden staat straks centraal, als tegenpool voor het stedelijk beleid. De aandacht zal ongetwijfeld verschuiven naar de rol van het platteland, en dat moet je vooral begrijpen op Europees niveau. Het landelijk gebied wordt multifunctioneel: vroeger was het een productieruimte, maar het is steeds meer een consumptiegebied. De Europese bevolking vergrijst en is volop op zoek naar een rustige leefomgeving. In de levensfase waarin men nog niet is aangewezen op zorg, biedt het platteland heel wat kansen.

Wordt het plattelandsbeleid de motor van Europa?
We moeten in elk geval focussen op de functie van het platteland, want de stedeling kan niet zonder. Elders in de wereld neemt de verstedelijking toe omdat mensen geen emplooi en voorzieningen meer aantreffen in rurale gebieden. Het gevolg is dat die streken verpauperen, de natuur gaat er achteruit en de typische landschappen verdwijnen. Je hebt boeren nodig om het platteland vitaal te houden. Op sommige plaatsen zullen die landbouwers grootschalig en kostprijsgedreven blijven produceren voor de wereldmarkt. Anderzijds zorgen steeds meer boerderijen ervoor dat de levenskwaliteit van de lokale maar vooral ook van de stedelijke bevolking kan versterkt worden.

Het Europees beleid is sinds begin jaren negentig bezig aan één langgerekte hervorming. Gaat het proces in de goeie richting?
Het loopt parallel met de hernieuwde interesse van de samenleving in de landbouw. Mensen kunnen zich al lang niet meer voorstellen dat we boeren nodig hebben om melk in de winkelrekken te krijgen. De productieketen is zo lang en complex geworden dat er een onthechting met de boerenstiel opgetreden is. Er treedt weliswaar een herstel op, maar dat gebeurt niet door mensen weer vertrouwd te maken met die hele keten – hoe hard men dat ook probeert. De burgers interesseren zich daarentegen wel in het landschap, de natuur, het boerenleven, de wijze waarop de boer omgaat met zijn dieren en met de aarde. Mensen hebben een grote waardering voor het werk van de boeren, want alle enquêtes wijzen erop dat boeren goed te boek staan. Tegelijkertijd weerklinkt echter kritiek over de wijze waarop geproduceerd wordt, denk maar aan het debat over dierenwelzijn. Men vindt boeren essentieel, maar de bevolking vraagt zich ook af waar de fundamentele boerenwaarden gebleven zijn. Die trend gaat zich zeker in dichtbevolkte en welvarende gebieden nog sterker doorzetten.

Straks zal het debat over het landbouwbeleid na 2013 in alle hevigheid ontbranden. U pleit ervoor om de discussie niet te voeren vanuit budgettaire beperkingen, maar vanuit de betekenis van de landbouw en het platteland voor de burgers?
Ik heb schrik dat men straks weer zal vaststellen dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid veertig procent van het Europese budget opslorpt, zonder ermee rekening te houden dat landbouw bijna het enige beleidsterrein is dat op EU-niveau geregeld wordt. Vergeet niet dat er zich nogal wat prioriteiten aandienen, die elk om budget schreeuwen: het migratiebeleid, het terrorisme, het energievraagstuk. De politieke realiteit is dan vaak dat men het budget herleidt tot een derde, waarna men zich gaat afvragen wat men met het overblijvende geld nog kan uitrichten. Laten we beginnen met eerst grondig te bestuderen wat nodig is om de functies van het platteland te waarborgen.

De financiële crisis zal de regeringsleiders er misschien meer dan ooit toe aanzetten om het budget aan te grijpen als vertrekpunt om het beleid uit te stippelen?
(heftig) Laten we wel wezen: de financiële crisis is niet veroorzaakt door de degelijke mensen van het platteland, maar wel door mensen die vanuit grote, glazen kantoren onbedachtzaam en onverantwoord handelden. Het gaat om mensen die losgezongen waren van de realiteit en in volstrekt fictieve transacties betrokken waren. Het platteland levert daarentegen concrete goederen en waarden af. Het is toch onzin om er aan de ene kant een zootje van te maken, waardoor je aan de andere kant zou moeten bezuinigen. Pas op, ik onderken de nood aan extra geld om de nieuwe uitdagingen aan te pakken. Maar één ding is duidelijk: basisvoorzieningen die we elke dag nodig hebben zoals huisvesting, verwarming, ontspanning en voedsel worden duurder. Het juiste antwoord hierop is een gezond plattelandsbeleid.

Hoe moet de verhouding tussen de eerste en de tweede pijler van het landbouwbeleid in de toekomst evolueren?
Europa zal een belangrijke bijdrage moeten leveren aan de wereldwijde voedselvoorziening, maar dat kan op verschillende manieren gebeuren. Moeten we kiezen voor een geliberaliseerde markt waarbij de prijzen de schaarsteverhoudingen reflecteren en niet vertekend worden door allerlei staatsinterventies? Of gaan we reguleren? Door de recente ervaringen op de financiële markten is overheidsinmenging weer in de mode geraakt. Tegelijkertijd moet je vaststellen dat onze boeren tegenwoordig met scherpe prijsfluctuaties moeten afrekenen. Denk maar aan de melkprijs, die het jongste jaar gehalveerd is. Toch denk ik dat de landbouwsector best onder ogen ziet dat een vrije markt de beste mogelijkheden biedt voor een bepaalde categorie van producenten, met name de landbouwers die bereid zijn om op grotere schaal schommelende wereldmarktprijzen te trotseren. In sommige regio’s kan zo’n bedrijfsvoering echter niet omdat je daar aanloopt tegen maatschappelijke bezwaren op het vlak van milieu, landschap en dergelijke. Om de boeren er in staat te stellen om een aantal waarden die we collectief zo belangrijk vinden te waarborgen, zal de maatschappij onvermijdelijk met vergoedingen over de brug moeten komen.

Moet Europa ten koste van de rechtstreekse inkomenssteun bijkomend investeren in bijvoorbeeld kwaliteit en innovatie?
Ik denk inderdaad dat het beter is om te investeren in kennis die leidt tot hoogwaardige producten dan centen uit te delen onder de vorm van inkomenssteun. Natuurlijk moet er een overgangsregeling zijn, maar met onze verouderde bevolking en hoge levensstandaard kunnen we de concurrentie met de rest van de wereld niet aan als we er niet in slagen om onze hersenen te valoriseren, en daar is nu eenmaal heel veel onderzoek voor nodig. We moeten boeren beter opleiden, de ketens sluiten en vernieuwingen stimuleren in de multifunctionele landbouw. Nederland telt nu al meer dan tweehonderd zorgboerderijen: laten we blij zijn dat er boeren zijn die ervoor willen zorgen dat gehandicapte mensen plezier kunnen beleven aan bijvoorbeeld de omgang met dieren.

Hoe moet het ondernemerschap in de landbouw verder gestimuleerd worden? En wat is de rol van de overheid?
De overheid moet werk maken van betere opleidingen, en tegelijk moeten steunmechanismen die innovatie in de weg staan afgebouwd worden. Mensen moeten hun lot in eigen handen durven nemen. Rome is natuurlijk niet op één dag gebouwd, maar men moet het wel willen. Ik heb destijds voordrachten gegeven voor boeren, en toen vroeg ik wel eens wie hen gevraagd had om boer te worden. Meestal staarden ze me meewarig aan, maar dan benadrukte ik dat dit dé cruciale vraag is die landbouwers moeten kunnen beantwoorden. Zijn ze boer geworden uit gewoonte? Omdat ze niks anders konden? Of omdat het hen wel plezierig leek? De overheid moet zorgen voor onderwijs en voorlichting, maar de boer is de ondernemer en daar zijn onlosmakelijk een aantal verantwoordelijkheden mee verbonden. Boeren kunnen niet zeggen tegen de staat dat die ervoor moet zorgen dat ze boer kunnen blijven omdat ze dat zo graag willen. Als ze dat beroep echt zo graag uitoefenen, dan moeten ze daar zelf de belangrijkste bijdrage aan leveren.

Na de ontkoppeling van steun en productie legt u opnieuw meer de klemtoon op het ondernemerschap?
Absoluut, maar je moet de weg der geleidelijkheid bewandelen. Aan een boer die gewend is om tegen vaste prijzen te produceren en zijn hele bedrijfsvoering daarop geënt heeft, kan je niet zeggen dat de spelregels op één jaar tijd volledig veranderen waardoor de steun helemaal wegvalt. Anderzijds is de uitholling van de inkomenssteun al wel aan de gang door de modulatie en de kortingen die opgelegd worden aan boeren die de randvoorwaarden niet strikt naleven. Dat is een goede evolutie, waarvan ik nog niet zo zeker weet of die na 2013 zal versneld worden. Rond die tijd ontvangen de boeren in de nieuwe lidstaten eindelijk het volledige steunbedrag, en dus is het politieke dagdromerij om ervan uit te gaan dat die precies dan zou worden afgeschaft. Maar goed, de inkomenstoeslagen zullen in elk geval stelselmatig dalen, op voorwaarde dat er andere vormen van ondersteuning tegenover staan zodat mensen andere kansen kunnen grijpen.

In vergelijking met het verleden tekenen zich veel meer verticale structuren af in de landbouw en aanverwante schakels. Moeten de boeren zich in de toekomst anders organiseren dan vandaag het geval is?
Bij de bedrijven is de ketengedachte al sterk doorgedrongen, maar er blijven natuurlijk aspecten over die best horizontaal aangepakt worden. Denk aan het onderzoeksbeleid of de ruimtelijke ordening. Indien de diverse deelsectoren zich dergelijke dossiers helemaal zouden toe-eigenen, dreigt een enorme verschraling en zelfs verscherping van conflicten tussen sectoren. Bij het mestbeleid hebben akkerbouwers andere belangen dan varkensboeren, om maar iets te zeggen. Ook op het horizontale vlak zal overleg dus nodig blijven om na te gaan hoe de deeltakken elkaar een beetje kunnen helpen. Intussen zal het bedrijfsleven de ontwikkeling in de kolom verder structureren.

Hoe ziet u de toekomst van coöperaties en het belang van landbouworganisaties evolueren?
De coöperaties zijn een beproefd middel om een stukje van het inkomen dat in de keten wordt gerealiseerd dichter bij de boer te krijgen. Dat is belangrijk omdat de voedingsketen merkwaardig genoeg een omgekeerde trechter is: de toegevoegde waarde neemt toe naarmate de afstand tot de consument kleiner is. De ene coöperatie is natuurlijk succesvoller dan de andere, maar in het algemeen kan je stellen dat de invloed van landbouworganisaties afneemt naarmate coöperaties zich sterker profileren, want de boer holt altijd zijn inkomen achterna. Maar goed, boerenbonden zullen nodig blijven. Vooral op Europees niveau gaapt er op het vlak van belangenverdediging een gigantische lacune. Het zou toch interessant zijn indien Copa met één duidelijke stem zou spreken in het debat over het landbouwbeleid na 2013? Maar wat hoort u nou van het Copa? Natuurlijk zijn er in de verschillende lidstaten uiteenlopende standpunten. Maar de boerenstand wordt steeds kleiner en als ze haar politieke invloed wil behouden, zal ze de krachten onherroepelijk moeten bundelen. Daar ligt een mooie uitdaging voor Copa, maar dan moet het allemaal wel wat pittiger.

De jongste jaren zijn scherpe spanningen ontstaan tussen de verschillende spelers in de voedselketen. Het winstaandeel tussen producenten, verwerkers en distributie is immers ongelijk verdeeld. Hoe kijkt u daartegen aan?
Het komt erop aan de consument te verleiden om jouw product te kopen. En dan zitten we niet op het terrein van de boeren, en zelfs niet op dat van de grote melkerijen. De supermarktketens hebben zich jaren geleden langs de boerencoöperaties heen sterk ontwikkeld. De coöperatie CZAV is bij ons de uitzondering die de regel bevestigt. Die boerenvereniging heeft een aantal supermarkten in Zeeland, waardoor ze jaarlijks enkele miljoenen euro’s kan laten terugvloeien naar de leden. Destijds was het nog mogelijk om via investeringen mee te groeien met de markt, maar het is zeer de vraag of coöperaties vandaag nog zo’n heksentoer voor elkaar kunnen krijgen. Door de sterke concentratie in de distributiesector moeten boeren zich niet te veel illusies meer maken. Anderzijds kunnen landbouwers nog altijd een tegengewicht vormen door hun aanbod te bundelen. Helaas denken veel tomatentelers dat ze met een eigen merkje betere prijzen kunnen vangen dan die van de collectieve afzetorganisatie. De supermarkten vinden dat allemaal mooi, zolang het past binnen hun verdeel-en-heersstrategie.

Geef toe dat boeren het als laatste schakel in de keten het niet onder de markt hebben.
Ze hebben natuurlijk een punt, maar hun gedachtegang druist in tegen de logica van de markt. Het staat hen immers vrij om te investeren zodat ze een groter deel van de winstmarge kunnen opstrijken. De ZLTO is honderd procent eigenaar van Vion. Neem gerust van mij aan dat hierdoor een groter deel van de commerciële verkoopswaarde van het varken ten goede komt van de coöperanten. En de vrije jongens die niet leveren aan Vion profiteren van de prijsparaplu die tegen heug en meug van de grote supermarktketens dankzij deze coöperatie is ontstaan. Helaas zijn boeren niet snel geneigd of niet in staat om nog meer te investeren in collectieve afzet.

De Europese eenheidsgedachte heeft de voorbije jaren aan populariteit ingeboet bij de regeringsleiders. In België wordt nogal meewarig gedaan over de boekhoudmentaliteit van de Nederlanders.
Op een bepaald ogenblik waren de financiële verhoudingen scheefgegroeid. Ik besef natuurlijk dat wat ons met dit standpunt niet populair gemaakt hebben in Europa, maar het was wel nodig om een correctie door te voeren.

Vreest u niet dat de bevolking zich door die administratieve poespas niet meer kan vereenzelvigen met de filosofie achter de Europese eenmaking?
Sommigen beweren dat de Nederlanders vóór de Europese grondwet zouden gestemd hebben indien we eerder de toezegging hadden gekregen dat we een miljard euro konden recupereren. Ik weet niet of dat klopt. Volgens mij zijn het veeleer een aantal verbodsbepalingen die het imago van Europa onderuit halen bij de burger. Neem bijvoorbeeld de regels over staatssteun: als we onze landbouwers extra geld willen toestoppen om het landschap te onderhouden, dan kan dit enkel onder zeer strikte voorwaarden. Ik erger me dood aan dergelijke regels die tot op de millimeter uitgetekend zijn. Anderzijds stel ik vast dat de regels over staatssteun niet sterker zijn dan een elastiek van zodra een financiële crisis losbarst. En dat is maar goed ook.

Een aantal Europese lidstaten zijn er niet vies van om het landbouwbeleid te hernationaliseren. Voelt u daar iets voor?
Ik ben er geen voorstander van, maar ik vind wel dat de individuele lidstaten een grotere rol moeten toegewezen krijgen bij het toekennen van bijdragen aan het platteland. Laat de lidstaten maar bepalen hoeveel ze ervoor over hebben om een bepaald gebied in stand te houden. Met die aanpak dien je twee grote belangen: het beleid blijft op Europees niveau verankerd, maar het krijgt invulling in de regio. Op die manier kan de burger zich straks weer thuis voelen in Europa.
 

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek