nieuws

Boer zijn in de grensstreek tijdens WOI ongezien lastig

nieuws
Op de website ‘Boter bij de vis’, een initiatief van de Vlaamse landbouwadministratie en agrarische geschiedenisexperten CAG en ICAG ter herdenking van de Eerste Wereldoorlog, doet professor emeritus Alex Vanneste (Universiteit Antwerpen) het verhaal van de elektrische draadversperring van 2.000 volt die vanaf 1915 België van Nederland scheidde. Voor landbouwers in de grensstreek was deze versperring enorm hinderlijk. Akkers en weiden in de nabijheid van de stroomdraad werden verboden terrein. Een Belgische boer kon zijn percelen in Nederland niet meer bewerken, tenzij hij tegen betaling een ‘Passierschein’ kon bemachtigen en de pesterijen van sommige militairen voor lief nam. Toen de oorlog ten einde was, werd de draad van de versperring door landbouwers gebruikt om hun weiden opnieuw af te spannen.
2 januari 2015  – Laatst bijgewerkt om 14 september 2020 14:28
Lees meer over:

Op de website ‘Boter bij de vis’, een initiatief van de Vlaamse landbouwadministratie en agrarische geschiedenisexperten CAG en ICAG ter herdenking van de Eerste Wereldoorlog, doet professor emeritus Alex Vanneste (Universiteit Antwerpen) het verhaal van de elektrische draadversperring van 2.000 volt die vanaf 1915 België van Nederland scheidde. Voor landbouwers in de grensstreek was deze versperring enorm hinderlijk. Akkers en weiden in de nabijheid van de stroomdraad werden verboden terrein. Een Belgische boer kon zijn percelen in Nederland niet meer bewerken, tenzij hij tegen betaling een ‘Passierschein’ kon bemachtigen en de pesterijen van sommige militairen voor lief nam. Toen de oorlog ten einde was, werd de draad van de versperring door landbouwers gebruikt om hun weiden opnieuw af te spannen.

Met een elektrische draadversperring waarop een spanning van 2.000 volt stond, wou de Duitse bezetter Belgen de vrije toegang tot Nederland ontzeggen. Het neutrale Nederland was immers een toevluchtsoord voor honderdduizenden Belgen en tienduizenden Duitse deserteurs. Ook oorlogsvrijwilligers trokken via Nederland en Groot-Brittannië naar Frankrijk en zo naar het IJzerfront om het Belgisch leger te gaan versterken. De in Nederland gevestigde geallieerde inlichtingendiensten rekenden op Belgische spionnen in bezet gebied om zoveel mogelijk informatie over het Duitse leger in te winnen. En dan was er nog de smokkel van levensmiddelen en kranten vanuit Nederland die welig tierde.

Een moordende versperring moest daar een eind aan maken. Belgen werden gevangen in hun eigen land en dat zadelde vooral landbouwers met een probleem op. De grensversperring sneed als een mes door het landschap, en liep dus ook vaak over akkers en weiden. Op een metersbrede strook kon niet meer aan landbouw gedaan worden en de zone aan beide zijden van de stroomdraad was evenzeer ontoegankelijk. Niet zelden gebeurde het dat een hoeve of schuur die te dicht bij de versperring lag, werd afgebroken. Fruit- en andere bomen in de buurt van de stroomdraad moesten worden omgehakt.

Een Belgische of Nederlandse boer had geen toegang meer tot percelen aan de andere kant van de draad, in niemandsland of in het buurland. In uitzonderlijke omstandigheden, en tegen betaling, kon een Belgische landbouwer op de Kommandantur wel eens een Passierschein krijgen om zijn weiland in Nederland te hooien. Op dit soort verplaatsingen gold steeds een vrij nauwkeurige en strenge controle want de bezetter wist uiteraard wel dat landbouwers soms van de gelegenheid gebruikmaakten om smokkelwaar, spionageberichten of als helpers vermomde spionnen of oorlogsvrijwilligers over de draad of de grens te brengen.

Lees het volledige verhaal op de website ‘Boter bij de vis WOI’.

Bron: Boter bij de vis WOI

Beeld: boterbijdeviswo1.be

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek