Biogassector snakt naar duidelijkheid over certificaten
nieuwsIn een rapport met prognoses voor de productie van groene stroom rekent het Vlaams Energieagentschap op een jaarlijks bijkomend vermogen van vier megawatt uit biogasinstallaties. Die positieve inschatting strookt volgens Vlaams parlementslid Robrecht Bothuyne (CD&V) niet met de noodkreten uit de sector. “De onduidelijkheid over een eventuele verlenging van de groene stroomcertificaten geeft aanleiding tot heel wat onzekerheid bij de exploitanten”, weet Bothuyne. Minister van Energie Annemie Turtelboom spreekt van een terechte bekommernis. Zij werkt aan een generieke verlengingsprocedure zodat biogasbedrijven na afloop van de initiële steunperiode van tien jaar op een meer transparante manier aanspraak kunnen maken op de decretaal bepaalde verlenging van de steun. De hamvraag – hoeveel overheidssteun kan een biogasinstallatie per draaiuur nog genieten na tien jaar – blijft volgens sectorfederatie FeBiGa voorlopig onbeantwoord.
Biogas was in 2014 goed voor ruim tien procent van de totale geproduceerde hoeveelheid groene stroom in Vlaanderen. Het Vlaams Energieagentschap dicht de biogassector nog groeimarge toe, maar volksvertegenwoordiger Robrecht Bothuyne (CD&V) is daar niet van overtuigd. Hij ving alarmerende signalen vanuit de sector op. FeBiGa, de federatie van Belgische biogasbedrijven, geeft aan dat 20 van 40 vergisters in Vlaanderen in de loop van deze legislatuur, dus uiterlijk tegen 2019, op het einde van hun tienjarige periode van gewaarborgde minimumsteun komen. Over de groene stroomcertificaten die zij daarna kunnen ontvangen, verschaft voorlopig niemand duidelijkheid. Daardoor is het volgens FeBiGa absoluut niet zeker of die installaties ook na afloop van de steunperiode nog groene energie (groene stroom én groene warmte) kunnen produceren.
Deze zomer stuurde FeBiGa een persbericht uit om de besluiteloosheid van de Vlaamse regering aan te kaarten. Als de periode van tien jaar ondersteuning aan 100 euro per MWh afloopt, dan ziet de sector dat graag verlengd worden met een nieuwe periode van tien jaar met een vaste en vooral voldoende hoge ondersteuning per MWh. “Een biogasinstallatie krijg je na tien jaar niet rendabel. Vergelijk onze sector niet met de veel minder complexe productie van zon- en windenergie”, zo benadrukt sectorvertegenwoordiger Tore Content. FeBiGa is met die boodschap al bij het Vlaams Energieagentschap gaan aankloppen om meer duidelijkheid te krijgen over de grootteorde van de toekomstige steun. Momenteel lopen de gesprekken met het kabinet van minister Turtelboom.
Bothuyne vreest dat de aanslepende onzekerheid sporen zal nalaten in de sector. “Noodzakelijke investeringen komen op de helling te staan of zullen niet gebeuren. Zonder die investeringen zullen de installaties niet meer bedrijfszeker zijn na afloop van de tienjarige steunperiode, terwijl we dat, in functie van de prognose die het Vlaams Energieagentschap voor onze groene stroomdoelstellingen maakt, wel degelijk nodig hebben.” Vlaams minister van Energie Annemie Turtelboom heeft het probleem opgepakt en is bereid om werk te maken van meer zekerheid en stabiliteit voor de biogassector. De piste die ze volgt, is een generieke verlengingsprocedure voor de groene stroomcertificaten. Vandaag is het nog de taak van het Vlaams Energieagentschap om voor elke installatie afzonderlijk de noodzakelijke steunhoogte individueel te berekenen. Dat kan volgens minister Turtelboom sneller, transparanter en met meer gelijkheid in de behandeling van exploitanten.
FeBiGa heeft daarvan akte genomen, maar blijft op zijn honger zitten omtrent de dringend gewenste duidelijkheid over de omvang van de steun. “Door het complexe productieproces, dat bedrijven soms na jaren van vallen en opstaan pas helemaal onder de knie hebben, heeft de biogassector na tien jaar nog niet de maturiteit van bijvoorbeeld een zonnepanelensector. Als de steun straks zou terugvallen tot pakweg 60 euro per MWh, dan bijt de volledige Vlaamse biogassector in het zand en dient de administratieve vereenvoudiging tot niets”, waarschuwt Tore Content.
De algemeen directeur van FeBiGa is ook beducht voor onbedoelde en vooral ongewenste effecten van nieuw beleid. “Biogasinstallaties met een gelijk vermogen kan je niet altijd gelijk gaan behandelen. Typisch voor onze sector is net de grote verscheidenheid. Het ene bedrijf kan door een doorgedreven nabehandeling het volledige ‘gistingsresidu’ of ‘digestaat’ op de site verwerken, weliswaar met een hoge operationele kost tot gevolg. Daartegenover heb je bedrijven die de geproduceerde warmte lokaal kunnen afzetten, wat maakt dat ze het digestaat in mindere mate kunnen behandelen en hun productieproces dus een hoger aandeel reststroom heeft. Is het daarom minder duurzaam, neen, want het lokale warmtenet is maatschappelijk even verantwoord. Waar wij bijvoorbeeld beducht voor zijn, is dat beleidsmakers als uitgangspunt de lage output aan digestaat van de één nemen en de lage operationele kost van de ander.”
Waarom blijft een politieke beslissing over de toekomstige steun aan biogasproductie uit? Onder meer omdat het ontbreekt aan recente data om een juiste berekening te maken van de overheidssteun die na tien jaar nodig is alvorens een biogasinstallatie nog eens vijf of tien jaar later op eigen benen kan staan. Bij FeBiGa wil men die kennislacune graag verhelpen. Algemeen directeur Content gaat daarom momenteel bij alle leden-exploitanten langs om alle beschikbare boekhoudkundige bedrijfsdata op te vragen met als doel de risico’s voor elk individueel bedrijf te kunnen inschatten
De Vlaamse overheid beschikt over een eigen rekenmodel om de waarde van groene stroomcertificaten te bepalen. Sinds 2013 krijgt elk type van hernieuwbare energie niet langer één groene stroomcertificaat per MWh opgewekte elektriciteit, maar een aantal in functie van de ‘banding factor’. Hoe lager de ‘banding factor’, hoe minder een bedrijf overhoudt van een groene stroomcertificaat. Content is beducht voor het OT-rekenmodel dat gehanteerd wordt. De FeBiGa-directeur gelooft graag dat dit financieel rekenmodel mogelijks goed werk kan leveren in de zon- en windenergiesector, “maar de grote verschillen in bedrijfsconcepten die de biogassector kent, heb je daar niet”.
FeBiGa is er van overtuigd dat het OT-model polariseert en averechtse of zelfs perverse effecten in zich draagt. Het komt er voor de biogassector op aan dat zichtbaar te maken zodat politiek en maatschappij naderhand niet moeten vaststellen dat ze ongewild de meest maatschappelijk gewenste projecten van hernieuwbare energie uit de markt geprijsd hebben. Aangezien heel wat biogasinstallaties op gelijkaardige grondstoffen draaien, kan elke wijziging van overheidssteun een ongewenste marktverschuiving veroorzaken.